Nu de familietakken aan vaders kant van de families “Gritter” en “de Jager” in kaart zijn gebracht, is het de beurt aan de de tak van mijn moeder. Haar vader heette Frederik Heiërman (1891-1938), roepnaam Frits. Opa Frits ken ik slechts van verhalen. Hij was 15 jaar voor mijn geboorte overleden. Mijn broer Marcel schijnt op hem te lijken. In leven heeft hij café “De Ster” gehad in Zaandam. Hij runde dat samen met zijn vrouw en mijn oma Wilhelmina Heiërman-Kok.

Mijn oudst bekende voorvader Harmanus Heiërman zag het levenslicht in Varsseveld (Gelderland). Hij trouwde met ene Gerda Wilhelmina. Daaruit werd zoon Gerhardus geboren. Deze trouwde met Neeltje van Zomeren of Someren. Daaruit werd wederom een Gerhardus geboren. Deze Gerhardus, van beroep kleermaker, trouwde met Klasina Budding en ging wonen in IJzendoorn (Betuwe). Uit dit huwelijk werden (voor zover te vinden is) zes kinderen (twee jongens en vier meisjes) geboren, waaronder mijn Opa Frederik (Frits). Neeltje en Geertruida stierven in hun geboortejaar. De twee later geboren zussen kregen gewoon weer de namen van de twee overledenen. Wij kenden ze als tante Neeltje en tante Trui. Na het overlijden van hun partners woonden zij samen op de voormalige boerderij van één van hen. Mijn ouders kwamen er regelmatig en ook ik kwam er als kind. Ik herinner mij een prachtige boerderij. De partner van Trui heette Jan Gijsbert van Hensbergen. Voor ons ome Gijs. Hij was net als zijn vader bakker. Ik herinner mij dat ik er op bezoek was en ik naar de wc moest. Die was er wel, maar dan als apart huisje (plee=plank met gat)) ergens achter op het erf. Dat was even wennen. De partner van Neeltje was Gerrit Hille van den Berg, elektricien en zoon van een drogist.

Aan opa Frederik (Frits) dank ik mijn tweede voornaam. Mijn ouders gebruikten gelukkig de roepnaam van deze opa. De eerste naam had ik van opa Gerrit Gritter. Ik heb nooit kunnen wennen aan die dubbele naam. Geen idee waarom. Misschien omdat mijn vriendjes wel allemaal moderne namen hadden. Gerrit Frederik werd “Gerrit Frits” en ik kortte het waar mogelijk in tot “Ger”. Mijn ouders hebben lang vastgehouden aan de dubbele naam, maar een jaar of twintig geleden gingen ook zij over op Ger. Hoewel mijn vader mij nog wel zo noemt als hij met anderen over mij praat. Joyce noemt mij altijd Frits als koosnaam.
Toen opa Frits in 1938 jong stierf aan (waarschijnlijk) leukemie, zijn er nog pogingen gedaan om mijn oma te koppelen aan Gerhardus Heiërman (houder van een koffiehuis), de broer van mijn opa Frits. Oma trapte er niet in.
In de beschrijving van de “de Jagers” heb ik de hoogtepunten van de 18e eeuw beschreven. In dit bericht de geschiedenis van het ontstaan van familienamen. Want ook dat gebeurde in deze 18e eeuw. Met dank aan Napoleon Bonaparte.

Wanneer je de geschiedenis van naamgeving er op naslaat, was vernoemen een automatisme. Al lagen familienamen niet vast en verdwenen ze na verloop van tijd. In de Zuidelijke Nederlanden werden familienamen als eerste gestandaardiseerd, door invoering van de Burgerlijke Stand in 1796. In de noordelijke provincies lag dit echter anders. Vooral op het platteland hadden de meeste mensen al wel familienamen, maar deze stonden niet of nauwelijks vast. Vaak werd een kind vernoemd naar zijn of haar vader (Janszoon), waardoor slechts één generatie dezelfde achternaam had. Om verwarring te voorkomen werd er soms nog een naam toegevoegd die verwees naar de herkomst van de familie. Als je van een boerderij kwam die “Achterdijk” heette, was de kans bijvoorbeeld groot dat er aan je naam “Van Dijk” werd toegevoegd. Dat veranderde op 18 augustus 1811 toen iedereen in het Koninkrijk Holland door de regering van Napoleon Bonaparte werd opgeroepen om een achternaam te laten registreren bij het gemeentehuis. Dit was nieuw in Nederland. Want hoewel de meeste mensen in Nederland al wel een achternaam hadden, zorgde de Franse Keizer ervoor dat het in Nederland voor iedereen verplicht werd om een vaste achternaam te hebben.
Er zijn vijf typen achternamen, die allemaal op eigen wijze iets over de oorspronkelijke naamdrager zeggen. Ze zijn met vragen te beschrijven: van wie stam je af? (Jansen, Sikkema, Abbink), waar kom je vandaan? (De Vries, Sneekstra, van Asten), waar woon je? (Van ’t Klooster, Van Dijk, Uittenboogaard), wat doe je voor de kost? (Kuiper, Ottevanger, De Jager), welke eigenschappen heb je? (De Lange, Vondeling, Rood).
Ingeval van Opa Frits Heiërman is er dus een link met met “de heide”. Leefde voorvader Harmanus op de heide van Varsseveld als schaapsherder?




Plaats een reactie