Voor de stamboom van mijn voorouders van mijn oma van moeders kant “Wilhelmina Kok (1896-1976)” heb ik dieper moeten graven dan de overige familietakken. Ook voor de tak Kok eindigt mijn zoektocht in de 18e eeuw. Ergens rond 1720 moet Jan Evertse Kok in Leusden zijn geboren. Hij is op 11 november 1779 begraven in Hoogland.
Zijn zoon Jacob trouwde Margaretha (Grietje) Gerritze – van de Bieshaar. Zij kregen maar liefst 14 kinderen (8 zoons en 6 dochters), waarvan zoon Hendrik (1796-1869) er eentje was.
Hendrik trouwde Gerritje van Zijl (1798-18??). Uit dat huwelijk werd Jacob Kok (1822-1880) geboren.
Jacob trouwde twee keer. Zijn eerste vrouw was Aaltje Potse (1814-1890). Met haar kreeg hij Pieter Kok (1857-19??). Later trouwde genoemde Jacob met zijn schoonzus Aafke Potse.
Pieter trouwde Neeltje Kwikkel (1859-19??). Uit dit huwelijk werden maar liefst 10 kinderen geboren (vier dochters en zes zonen). Van de vier dochters overleden er twee (beiden Trijntje genaamd) als kind (6 en 8 jaar). Twee dochters bleven in leven. Eén daarvan was mijn oma Wilhelmina Kok. De meeste Kokken woonden in Zaandam. Het waren volgens de verhalen, stevige types die een paar klappen niet uit de weg gingen. Beroepen die ik tegenkwam: bootwerker, rijstpeller (ongepelde rijst van kaf ontdoen in pelmolen of fabriek), houtwerker, los werker, zaadmeter (zaadvoorraad meten t.b.v. belastingheffing), visverkoper, zwakzinnigenzorg, zand- en grint verkoper en kolenboer. Die laatste was Jacob en die woonde net als mijn oma en opa Gritter aan het Vissershop (Bleekerstraat). Nu nog steeds leiden nazaten benzinestations in de Zaanstreek.


Zoon Klaas was getrouwd met Eef Swart, voor ons tante Eef. Zij woonde ook in Zaandam. Op de trouwfoto van mijn ouders in een eerder bericht is zij te vinden.
Aal Kok (1886-?) was een zus van mijn oma en een oudtante van mij. Zij was niet getrouwd, maar woonde samen. Voor die tijd best vooruitstrevend. Zij woonde aan de Bos en Lommerweg in Amsterdam. Ik herinner mij hoge steile trappen om boven te komen. Er waren twee dochters die de naam van hun moeder kregen, Ali en Neeltje (Nel) Kok (1926-2019). Ali was een struise vrouw die ons regelmatig bezocht. Ze was postbode in Amsterdam. Ze had jarenlang een buitenlandse vriend waar ze veel over vertelde, maar tot een vaste relatie is het nooit gekomen. Later verhuisde zij naar Middenmeer. Ze bleef altijd vrijgezel. De andere dochter Nel trouwde met Eelke Westra (1920-2000). Als kind leerde ik Eelke en Nel kennen als eigenaren van een melkhandel in de Jordaan. Ik kwam daar regelmatig. Wat mij is bijgebleven dat deze Nel altijd het lied Que Sera Sera van Doris Day zong. Na het overlijden van mijn moeder werd zij de vaste vriendin van mijn vader. Nel kreeg dochters Lida en Thea en zoon Ed (Eeltje – 1954-2013). Ik speelde met enige regelmaat met dit trio. Na ze jaren uit het oog te hebben verloren, kwamen Thea en Lida door de vriendschap van mijn vader met Nel uit Middenmeer weer in beeld. Ed is inmiddels overleden.







Plaats een reactie