9 – Het Vissershop

Mijn opa en oma Gritter woonden aan het Vissershop in Zaandam-Zuid. In de volksmond ’t Hop. Dit was de eerste arbeidersbuurt in de Zaanstreek. De wijk werd tussen 1914 – 1919 gebouwd. In de wijk zijn mensen opge­groeid en soms hun leven lang bli­jven wonen. ’t Vissershop was in feite een dorp, onder­aan de Zuid­dijk. Rond 1989 is de buurt al eens ingrijpend gerenoveerd. Ook toen wilde men al slopen vanwege de slechte fundering, maar de bewoners konden dat tegenhouden. In 2004, dus 90 jaar sinds de bouw, werd de wijk alsnog geheel afgebroken en verrees er een heel nieuwe wijk waarin alle straten weer op de oorspronkelijke plek terugkeerden.

Mijn grootouders woonden op de hoek van de Esdoornlaan (no. 92) en de Conradstraat. Via laatstgenoemde straat kwam je vanaf de Zuiddijk ’t Hop binnen. Vanaf de dijk ging de weg omlaag richting het water van De Zaan. Het oplopende stuk weg noemde men “de kluft”. Het is Zaans dialect voor helling of oplopende weg. Het op één na laatste huis aan je rechterhand voor je bij het water aankwam, was dat van mijn grootouders. Binnenkomen deed je vanaf dit punt, hetgeen eigenlijk de achterdeur was. De voordeur zat om de hoek aan de Esdoornlaan. Die werd alleen gebruikt wanneer er aangebeld moest worden. Voor de rest liep iedereen gewoon naar binnen via de achterdeur.

Je kwam dan binnen in de keuken, met een heel klein aanrechtje, een paar branders en een petroleumstelletje. Pas veel later kwam er een kookplaat. Links was de deur naar het toilet. Ik herinner mij dat daar altijd een aparte lucht hing, geen poeplucht maar een beetje spruitjeslucht. Het bovenraampje stond altijd open, hetgeen er in de winter voor zorgde dat het er ontzettend koud was. Onder de keuken was een ondiepe kelder, waar o.a. de aardappelen werden bewaard. Vanuit de keuken naar rechts kwam je in de huiskamer. Meteen links was een diepe voorraadkast achter een deur die behangen was. In de kamer stonden een dressoir, een tafel met stoelen in het midden, een kachel voor de schoorsteen, een tv op een kast en twee fauteuils. Mijn opa zat altijd aan de raamkant. Via twee schuifdeuren met glas in lood ramen kwam je in de “voorkamer”. Dat was eigenlijk een soort nette kamer met een bankstel en een salontafel, waar alleen soms werd gezeten. Via deuren in beide kamers kwam je in een smalle gang naar de voordeur en de trap. Boven was een overloop met twee kleine slaapkamers. Op de overloop was nog een soort afgescheiden ruimte met een smal bed, een zgn. “twijfelaar”. Ook stond er een antieke linnenkast. Later heb ik die opgehaald en helemaal gerestaureerd. In de winter was het boven altijd erg koud. Men leefde toen nog een stuk primitiever dan tegenwoordig. Centrale verwarming kende men nog niet en een badkamer met toilet al evenmin. Op de slaapkamers stond meestal een lampetkan, met behulp waarvan gasten zich konden wassen. Als je moest plassen, dan deed je dat op de pot. Wanneer ik er bleef slapen, dan zag ik mijn oma de volgende ochtend met een goed gevulde pot, naar beneden lopen.

Mijn opa werkte op een NS seinhuis in Zaandam. Best een zware baan met wisselende werktijden. Hij bracht er soms de nacht door. In de winter erg koud. Ik zag dan mijn opa ’s morgens vroeg om een uur of zes, bloedworst bakken om voldoende brandstof te hebben tegen de kou. Ik ben wel eens mee geweest. Wissels omzetten was toen nog handwerk. Hij moest dan precies op tijd grote hendels van de wissels omhoog of omlaag drukken. Best een verantwoordelijke klus, want als je te laat was, dan vloog de trein de verkeerde richting in. Ooit mocht ik met een collega van mijn opa mee op een rangeerlocomotief. We reden van station Zaandam naar de Hembrug, waar toen nog een extra station was voor de arbeiders die op het Hemwegterrein werkten bij o.a. Vredestein en Bruijnzeel. Later is deze machinist helaas bij het oversteken van de rails door een trein verpulverd.

Na zijn pensionering werkte mijn opa bij een ouwelfabriekje in de wijk. Deze fab­riek werd in 1916 aan de Zaan opgericht door de twee broers Pel, die in deze peri­ode nog een tim­mer­fab­riek had­den. De eerste naam luidde De Vrede. Dat kon niet ver­hin­deren dat de broers al gauw ruzie kre­gen. Eén broer vertrok en richtte zijn eigen ouwelfab­riek op onder de naam Zaano Ouwelfab­riek. De Vrede ging in 1935 een fusie aan met Primus Ouwel. Maar de Vrede, die later de naam Primus kreeg, bleef de beter lopende fab­riek en nam zelfs in 1997 het andere bedrijf over. Mijn opa ging er op zijn zwarte herenfiets naartoe. Tussen de middag kwam hij meestal even thuis om te eten. Wij aten dan warm. ’s Avonds nogmaals. Dat was toen gewoon. In de fabriek maakte mijn opa eetbare ouwelpapiertjes voor b.v. achterop een kokoskoek. 80 % van de productie ging overigens naar noga- of nougatfabrieken in Frankrijk, Spanje en Italië. Af en toe kreeg ik een dik pak langwerpige ouwel in alle kleuren van de regenboog. Mijn vriendjes waren er dol op. De fabriek bestaat overigens nog steeds, maar ligt in een ander deel van Zaandam.

In die jaren ’50 waren er nog geen supermarkten. Op ’t Hop had je een paar buurtwinkels. De ene was een groentehandel van Jan de Heer. De ander was een kleine kruideniers- en broodwinkel van de zusjes Tromp. In die winkels ging ik met mijn oma of alleen boodschappen doen. Voor andere boodschappen gingen wij richting stadscentrum. Alles te voet en mijn oma stapte stevig door. Ik herinner mij slager Havik.

Naast mijn grootouders woonde de familie Melk. Ik zie nog vaag mijnheer Melk voor mij. Beetje stugge man met kamerjas en geitenharen pantoffels aan. Na zijn overlijden bleef mevrouw Melk alleen over. Een dame met (in mijn beleving) een eeuwige glimlach om de mond en een warme lieve stem. Ik ging vaak even bij haar op bezoek, want dan kreeg ik een snoepje. Zij breidde af en toe een trui voor mij. Naast buurvrouw Melk woonde de familie van Duuren. Ook daar bleef alleen mevrouw over. Zij was wat pinniger. Ik liep daar niet heel vaak naar binnen. Ze mopperde ook altijd op mij wanneer mijn bal over het hekje in haar perceeltje aarde viel. Ik las onlangs een artikel waarin werd beschreven dat het zeer belezen mensen waren. In de Zaanstreek noemde men de buurvrouw “Buus”. Na de herbouw van de wijk in 2004, werden overal in de wijk trottoirtegels met een herinneringsplaquette aangebracht. Op één van die plaquettes staat geschreven over buus Gritter en buus Melk.

Zoals eerder gezegd stond het huis vlakbij de Zaan. In dit water kwamen de hele dag grote vrachtboten voorbij die naar de haven gingen. Meestal bestond de vracht uit hout, bestemd voor de fabriek van Bruynzeel. In dit water heb ik heel vaak mijn hengeltje uitgegooid. In het schuurtje van mijn opa knutselde ik graag. Ik maakte dan b.v. een bootje van een plankje, waarop ik dan een zeiltje monteerde. Ik schilderde het en zonder het te laten drogen, probeerde ik het te laten varen in de Zaan. Vlakbij lag het pontje van Schaap. Via dit pontje kon je voor een paar centen naar de overkant van de Zaan. In die tijd door de arbeiders veel gebruikt. Toen ik wat ouder was, legde ik hier ook mijn opblaaskano in het water. Ik peddelde dan naar rechts de Zaan af en kwam uit in het Noordzeekanaal nabij de Hembrug, een spoorbrug. Dat was pas echt heftig varen, omdat daar echt grote zeeschepen met sleepboten naar de Amsterdamse havens werden gesleept. Ik moest echt moeite doen om uit de zware golfslag te blijven en niet om te slaan. Achteraf best gevaarlijk, maar in die tijd was men nog niet zo heel voorzichtig als nu.

Tegenover het huis van mijn opa en oma stond een lange muur. Daarachter het distributiebedrijf van kruidenier Simon de Wit. Toen nog een soort goedkopere concurrent van Albert Heijn. Die heerlijke muur kon je fantastisch tegen voetballen. Natuurlijk ging de bal ook wel eens over de muur. Dan kon je verderop aanbellen en klikte er een hek open. Vond ik in die tijd best een beetje eng.

In 2004 ging de wijk plat. Mijn grootouders waren toen allang overleden. De buurt was erg vervallen geraakt. De sloop verliep in twee delen. Een groot hek vormde een soort ijzeren gordijn in de wijk. In de leegstaande huizen werd veel vernield en brand gesticht in die periode. Af en toe ga ik nog wel eens kijken naar de nieuw gebouwde wijk. Veel is er veranderd, maar het grappige is dat men de straten zo als vroeger heeft gehandhaafd. Je staat dan op dezelfde plek als vroeger, maar met een ander huis.


Ontdek meer van De Week van Joop & Fritz

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

over ons

Wij zijn Joyce en Ger, twee gepensioneerde onderwijsmensen die hun belevenissen en gedachten in een blog vastleggen.

← Back

Je bericht is verzonden

Waarschuwing
Waarschuwing
Waarschuwing
Waarschuwing!

januari 2021
M D W D V Z Z
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031