In deel 12 van mijn levensverhaal beschreef ik mijn verhuizing vanuit Zaandam naar Amstelveen en mijn lagere schooltijd op de Piet Hein school. Aangezien mijn meester in de zesde klas niet bepaald overtuigd was van mijn leercapaciteiten, blokkeerde hij de weg naar de HBS. Ik ging als één van de weinigen uit mijn klas vervolgens naar de Professor J.H. Gunningschool. Die was bij ons om de hoek op de splitsing van Thorbeckelaan en De Savornin Lohmanlaan. De school stond ook wel bekend onder de naam Witte ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs). Een school met veel oudere leerlingen. Ik herinner mij dat er zelfs een volwassen man van ergens in de 20 in onze klas zat. Veel klasgenoten hadden al verkering en waren rond de 17 jaar. Daar zat ik als 12 jarige tussen. Natuurlijk niet de beste omgeving om vriendjes te maken. Het waren niet echt jaren van plezier, maar na vier jaar haalde ik gelukkig mijn MULO diploma en kon ik eindelijk naar een school van mijn keuze. Ik wilde naar de Rijks-lerarenopleiding (PABO) aan de Leidsevaart in Haarlem, maar had daarvoor nog wel een HAVO diploma nodig. HAVO was net ingevoerd in Nederland en er waren nog geen scholen met alle leerjaren. Daarom waren er soms een soort bezemscholen. Daar kon je uitsluitend het vierde en vijfde jaar van de HAVO doen. De PABO in Haarlem had die klassen. Dat kwam dus mooi uit. Twee jaar HAVO en dan vervolgens nog drie jaar PABO. Ik kom daar in een volgend stukje op terug.


In het buurtje waar ik in Amstelveen woonde, had ik best veel vriendjes. Mijn beste vrienden waren Tonnie van Gelder en Michel Simons die in de Nolenslaan woonden, net achter ons blok. Dat zijn ze gebleven in de 16 jaar dat ik er woonde. Met Tonnie had ik mijn eerste ervaringen ten aanzien van het stiekem roken. Wij hadden beiden een krantenwijk. Ik liep “Het Algemeen Handelsblad” en de “NRC” en Tonnie bezorgde “Het Vrije Volk”. Bezorgmomenten waren voor ons beiden op werkdagen het einde van de dag. Op zaterdag echter bezorgde ik de weekendkrant rond het middaguur en Tonnie zijn krant rond 8.00 uur in de ochtend. Wij hadden de afspraak dat wij op die dag beide wijken samen liepen. Op de vroege zaterdagochtend zat er halverwege het bezorgtraject een flat in het schema. Wanneer wij hier de kranten in de bus hadden gestopt, gingen wij met de lift naar de bovenste etage. Wij kochten iets daarvoor bij Jamin een paar chocoladerepen en waren verder voorzien van een pakje shag, vloeitjes en een aansteker. Bovengekomen smikkelden wij de chocolade weg en draaiden ons vaste shaggie uit een blauw pakje “Javaanse Jongens”. Dat ritueel herhaalden wij rond het middaguur in een andere flat in mijn wijk. Wij hielden dit jaren vol. Later stapten wij over op het sigarettenmerk Runner, dat lekker goedkoop was. Onze ouders hebben er nooit iets van gemerkt. Overigens rookte mijn vader en op enig moment mocht ik na het eten wel een sigaretje meeroken. Dat was toen het merk Roxy. Ach ja, de tijd dat niemand nog wist dat het slecht was. Tonnie had een jonger broertje genaamd Jopie en een oudere zuster, waarvan ik mij de naam niet meer herinner. Wel dat ze ons altijd als een soort tweede moeder liep te betuttelen.



Bij Michel speelde ik ook regelmatig. Hij had een vrolijke spontane moeder waar ik echt dol op was. Michel kwam uit een vrij progressief en creatief gezin. Toen wij het nog niet mochten had hij al lang haar. Bij Michel luisterden wij muziek. Ik weet nog hoe enthousiast wij waren toen hij de LP “Revolver” van de Beatles had gekocht. In die tijd was je voor The Stones of The Beatles Wij waren echte Beatles fans.

Tegenover ons huis en verder om de hoek zat een rijtje buurtwinkels. Wij keken op Slagerij Veldt. Deze katholieke familie had een grote kinderschaar. Twee ervan, Johan en Laurens, zaten in mijn leeftijdsgroep. Met hun speelde ik vaak. Op de zolder van de garage naast de koelcellen hadden zij een soort speel-zithoek. Het rook er altijd naar vers geslacht vlees. Het gezin was welgesteld en de jongens beschikten over een flinke zakcent. Vooral Johan nam mij nog wel eens mee naar de snackbar in het oude dorp om te trakteren op patat en kroketten. Het gezin verplaatste zich met z’n allen in een grote Amerikaanse auto. Op de site van de slagerij van Kees Veldt kwam ik nog een foto tegen van de familie. Zo leuk om terug te zien. Verder was er groentenman Stolk. Een strenge man met een dochter waar ik regelmatig mee speelde. Nog iets verder zat kruidenier/melkhandel Jan van Voornveld. Vader Voornveld reed ook een melkwijk op een soort gemotoriseerde driewieler. Ik ging vaak mee om de melk te verkopen. Mensen gaven dan een kan waar je een hele of halve liter in goot. Hij noemde mij altijd “Gait”. Dat vond ik minder. Langs de deur kwam ook bakker Vermaat. Later ging ik deze bakker helpen en na het bezorgen reden wij dan met zijn Volkswagenbusje naar de heerlijk geurende bakkerij in Haarlem om nieuwe voorraden brood en koekjes te halen.


Op enig moment werden alle vriendjes zestien jaar en dus kwamen er brommers. Tonnie reed op een Puch met hoog stuur en andere vriendjes als Ronnie, Henk, Bas en Ronald hadden een Honda, een Kreidler of een Zundapp. Ik kocht zelf van mijn krantenwijkcentjes een Sparta. Ik parkeerde deze Sparta op enig moment in een Dafje. Ik vloog over de auto heen en had wonderwel alleen enorm veel spierpijn. De Daf was bijna totalloss. Mijn Sparta was verkreukeld, maar ik haalde hem in onze schuur helemaal uit elkaar, verving alle kapotte onderdelen en spoot het geheel in een nieuw kleurtje. Niet veel later verkocht ik hem en kocht een rode Kreidler. Het werd mijn grote liefde. Ik droom er nog wel eens van. Elke avond verzamelden wij in onze straat en na wat rond hangen, stoer bochtjes draaien en veel gasgeven, vertrokken wij naar een afgesproken doel. Natuurlijk voerden wij onze brommers op. Dat was normaal. Een snelheid van 80 à 90 km was daardoor geen probleem. Met die snelheid scheurden wij over de Zeeweg richting strand Bloemendaal, waarbij wij met gemak alle auto’s inhaalden. Als ik daar nu aan terugdenk, dan ben ik nog blij dat het allemaal goed is afgelopen.




Ons vriendenclubje besloot op enig moment dat het tijd was om werk te maken van de meisjes en dus gingen wij allemaal op dansles bij Dansschool Wout. Dat was toen nog gewoon. Mijn vriendjes hielden er geen meisje aan over, maar ik ontmoette er mijn eerste vrouw Alice.

Plaats een reactie