12 – Sport en spel in mijn jeugdjaren

Het is inmiddels twee maanden geleden dat ik deel 14 schreef van mijn geschiedenis. Het ging in dat stukje vooral over mijn schooljaren en vriendjes in Amstelveen. Er gebeurde natuurlijk meer in die jaren.

Zwemlessen beginnen nu op de jonge leeftijd van vier jaar. In mijn tijd was dat echter zo rond je 10e. De lessen vonden plaats in het Lucas Pesie-bad in Amstelveen. Een buitenbad met grote speelweiden. Het was, een voor die tijd, mooi zwembad met een groot wedstrijd bad en een tweetal ondiepe baden. Het geheel werd verbonden door een soort watervalletje. Langs het bad van die ouderwetse kleedhokjes met allemaal gaatjes waar je doorheen kon gluren. Na het behalen van mijn zwemdiploma had ik hier elk jaar een seizoens-abonnement. Zodra het weer het toeliet zwommen wij hier bijna dagelijks na schooltijd met vriendjes en vriendinnetjes. En na het zwemmen lekker op je handdoek op de ligweide.

Zwemlessen volgen betekende elke dag vroeg op, want je had vijf dagen per week les van 7.00 tot 7.30 uur. Het begon al in het voorjaar en het was verschrikkelijk koud. Bij binnenkomst stond er altijd zo’n bemoedigend bordje met een watertemperatuur van rond de 16 graden. Brrrrr! Je kwam er echt bijna blauw weer vandaan. Vaak was ik pas laat in de ochtend op school weer een beetje op temperatuur. Uit solidariteit en ter aanmoediging zwom mijn vader elke ochtend mee. Hij in het diepe, terwijl ik de lessen in het ondiepe begon. Toen ik de eerste slagen te pakken had en mij drijvende kon houden, zwommen wij samen in het diepe. Hij achter de drijflijn en ik in de buurt van de zwemhaak. Je leerde het zwemmen wel sneller dan nu. Met elk van mijn kinderen duurde de zwemlestijd toch al gauw een paar jaar (inclusief diploma A en B, etc.). Wij haalden in, pak hem beet, vier maanden het A-diploma. Begonnen in het voorjaar en klaar net voor de zomer. Maar goed, dan had je wel vijf lessen per week. Toen ik mijn diploma had behaald kreeg ik als beloning de fiets van mijn vader. Dat had hij beloofd en die belofte kwam hij na.

Net als de meeste jongetjes van mijn leeftijd voetbalde ik vaak. Ik wilde dan ook op een voelbalclub. Thuis vonden vonden ze een voetbalclub niet echt iets voor mij. Geen idee waarom. Ik mocht wel op turnen en dat deed ik bij turnvereniging ODIN (inmiddels gefuseerd en omgedoopt tot United Amstelveen). Wij droegen een blauw shirt en een witte gymbroek. Elk jaar werkte je naar een volgend niveau toe, afgesloten met zgn. gelid-wedstrijden. Middels een soort examen keek men of je een niveau hoger mocht. Na een aantal jaren stopte ik noodgedwongen,omdat ik drie keer per week naar heilgymnastiek moest.

Dat gebeurde op aandringen van de schoolarts (die had je toen nog). Er zitten namelijk twee slingers in mijn ruggengraat. Eentje van links naar rechts en eentje van achter naar voor. Die laatste zorgt ervoor dat ik wat krom loop met mijn hoofd gebogen. Door middel van heilgymnastiek dacht men dat te kunnen corrigeren teneinde een bochel te voorkomen. Ik kreeg die lessen van mevrouw Engels, een lieve oudere dame. Ik moest eerst bij haar thuis kennis komen maken. Ze woonde vlak bij ons om de hoek aan de Meester van Hallweg in een mooi herenhuis tegenover een prachtig plantsoen. Na goedkeuring betekende het dat ik drie keer per week in de gymzaal van mijn basisschool Piet Hein werd verwacht voor een uur oefeningen. Dinsdag en donderdag aan het einde van de dag en de derde keer op zaterdagmorgen. Het waren best pittige lessen die ten doel hadden mijn rug terug te buigen tot een normale rechte stand. Zo moest je b.v. aan een klimrek hangen, met je rug tegen de sporten. Vervolgens de benen recht naar voren steken en zo een hele tijd blijven hangen. Na iedere les stak mevrouw Engels een houten stok tussen de holtes van mijn ellenbogen achterlangs mijn rug, om te zien hoe recht de rug langzaam werd. In het begin was dat om moedeloos van te worden, maar zowaar na een paar jaar oogde de rug weer recht. Heilgymnastiek bestaat niet meer, maar het was de voorloper van fysiotherapie en b.v. Mensendieck. De oefeningen bestaan dus nog steeds. Mijn rug is overigens weer in de geboortestand teruggekeerd. Ik loop altijd iets gebogen en hoor nog vaak: “Loop toch eens rechtop”.

Toen de heilgymnastiek achter de rug was ging ik met een paar vriendjes op zwemmen bij zwemvereniging “de Futen”. Van voorjaar tot herfst werden de lessen gegeven in het eerder genoemde Pesiebad. Van herfst tot voorjaar waren de lessen op zaterdagavond (gekke tijd) in het Heiligeweg bad in Amsterdam-Centrum, vlakbij de Munt en het Rokin. Dit bad bestond 91 jaar van 1896 tot 1987. Voorheen bevond zich hier sinds 1596 een voormalig Clarissenklooster. Toen dat in 1815 werd opgeheven verscheen op die plek een verbeteringsgesticht voor criminelen, het Rasphuis geheten. Met de komst van een gevangenis aan de Amstelveenseweg werd het het rasphuis in 1896 overbodig en werd het Heiligewegbad gebouwd. Het was lange tijd het grootste binnenbad van Europa. Als ingang behield men de poort van het Rasphuis. Volgens mij staat de poort er nog steeds. Wij verzamelden ’s avonds ergens in Amstelveen en reisden met een bus naar het Heiligewegbad. In de bus was het altijd een enorme keet. Na een paar jaar stopte ook dit avontuur.

Ik ging vervolgens nog basketballen. Ik deed het niet onaardig, maar mijn teamgenoten waren allemaal volwassen mannen. Ik had nog geen rijbewijs dus reed ik op de meest vreemde tijden ’s avonds met hen mee naar plaatsen in de omgeving om competitie te spelen. Kon ik niet meerijden, dan kon ik ook niet spelen. Vaak kwam de tegenstander niet eens opdagen. Ik ben er maar snel mee gestopt.

Muziek heeft mij altijd getrokken. Ik wilde dan ook naar de muziekschool. Maar net als bij het voetbal gingen mijn ouders hier niet in mee. Ik gaf het echter niet op en regelde op enig moment een toelatingsgesprek met de directeur ene mijnheer de Monchy, destijds een bekend figuur in Amstelveen. Hij wilde mij graag toelaten en zou met mijn vader en moeder praten. Het is er echter nooit van gekomen. Nog steeds vind ik dat erg jammer. Vooral omdat ik van kinds af aan de gedachte heb, dat daar eigenlijk mijn toekomst lag. Gelukkig ben ik later gitaar en keyboard gaan spelen. Maar nooit op het niveau dat ik beoogde. Daarvoor moet je jong beginnen. Sinds een paar jaar zit ik opnieuw op keyboardles. Bij dezelfde leraar die meer dan dertig jaar geleden aan mijn dochter Masha en mij keyboardles gaf.

En dan was er nog de zondagsschool. Van huis uit waren wij hervormd en was ik als kind gedoopt. Veel meer dan het volgen van de dienst tijdens de kerstnacht in de Kruiskerk deden wij niet. Ik vond wel de Bijbelverhalen erg mooi, net als het zingen in een kerk onder begeleiding van het orgel. Bij ons in de buurt stond de Groen van Prinsterenschool. Hier werd elke zondagochtend de zondagsschool gehouden. Een uurtje lang verhalen uit de bijbel op een populaire manier verteld. Een beetje zoals Aart Staartjes dat ooit op tv deed tijdens de uitzendingen van “Woord voor woord” op zondagavond. De verhalen werden aangekleed met Bijbelse figuren en voorwerpen van papier die met behulp van klittenband op een viltbord kleefden. Na afloop werd er gezongen. Je betaalde voor de les een dubbeltje. Ik heb de lessen een paar jaar gevolgd.


Ontdek meer van De Week van Joop & Fritz

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

over ons

Wij zijn Joyce en Ger, twee gepensioneerde onderwijsmensen die hun belevenissen en gedachten in een blog vastleggen.

← Back

Je bericht is verzonden

Waarschuwing
Waarschuwing
Waarschuwing
Waarschuwing!

april 2021
M D W D V Z Z
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
2627282930