Weer aan het werk: Deze week weer thuis, dus het is afwachten wat er voorbij komt. Gelukkig zijn wij bezige bijtjes, dus er gebeurt altijd wel wat. Zo hebben wij onlangs de keuze gemaakt om weer wat werkzaamheden op onze schouders te nemen. Gewoon ter afwisseling van ons reislustige leventje. Wel met de restrictie dat wij de regie houden over onze beschikbaarheid. Want lonkt het mooie weer en willen wij weg, dan moet dat spontaan kunnen. Het moet natuurlijk wel leuk blijven op onze oude dag. Dat beperkt natuurlijk wel je keuze, maar het is gelukt. Wanneer Joyce dinsdag voor het eerst aan haar nieuwe klus begint, vervoeg ik mij bij het Nederlands Transportmuseum op het voormalige Bolsterrein in Nieuw Vennep. Ik word gastheer. Jawel! Het is eigenlijk de tweede keer dat ik er aan de slag ga. Bij de oprichting van het museum was het de bedoeling dat ik gids zou worden. Samen met nog een paar anderen beschreven wij toen de geschiedenis van allerhande transportmiddelen. Mijn onderdelen waren de scheepvaart in de Gouden Eeuw en de Stoomtram. Deze teksten hangen op grote canvasdoeken bij de betreffende exposities. Leuk om je eigen werk te zien hangen. Gids ben ik toen overigens toch niet geworden, omdat ik er om meerdere redenen niet het goede gevoel bij had. Bovendien werkte ik nog en kwam het eigenlijk te vroeg. Er was nog geen rust in mij neergedaald. Wanneer je bovendien jarenlang zelf de leiding hebt gehad, valt het niet mee om onder leiding van anderen te moeten opereren. Dus nu een herkansing, waarbij ik het museum ‘s morgens opstart of ‘s middags afsluit, de apparatuur bedien, gasten ontvang en rondleid, de kaartverkoop regel, de museumwinkel en het restaurant run. Ben benieuwd of al die taken samengaan. Deze week al een keer meegedraaid en dat was best leuk.



Het Transportmuseum opende hier haar deuren in 2018, door niemand minder dan Koning Willem 1 en Arthur van Dijk (commissaris van de Koning in Noordholland en jarenlang de vaste Sinterklaas op onze scholen Tovercirkel en Merlijn). De energieke Willem, ook wel ‘koning-koopman’ genoemd, spant zich tijdens zijn koningschap met name in om de economie weer tot bloei te brengen, na de Franse overheersing en de val van Napoleon. Hij doet dat door in de drie delen van zijn koninkrijk – het Noorden, het Zuiden en de kolonie Nederlands-Indië – de sterke kanten van de economie te stimuleren. Het Zuiden, het huidige België, waar al vroeg een industriële revolutie heeft plaatsgevonden, moet zich richten op de productie van consumptiegoederen. De handelaren uit het Noorden, het huidige Nederland, moeten die producten vervolgens de wereld over brengen. En de inwoners van de kolonies ten slotte moeten de kostbare tropische goederen leveren. Willem I laat tussen Noord en Zuid kanalen en wegen aanleggen om het goederenvervoer te vergemakkelijken. Zelf treedt hij ook op als investeerder. Voor de handel met Nederlands-Indië richt hij in 1824 de Nederlandsche Handel-Maatschappij op. Ook wordt daar het cultuurstelsel ingevoerd: een systeem dat de lokale bevolking verplicht een deel van het jaar op het land te werken voor het koloniale bewind. Op die manier wordt Indië een wingewest dat de economie van het vaderland er weer bovenop moet helpen. De producten worden door de Nederlandsche Handel-Maatschappij verkocht.



De historie van het museum begint echter al op het Hembrugterrein in Zaandam. Sinds 2012 werkten daar gepassioneerde vrijwilligers aan herstel, conservering en presentatie van mobiel erfgoed waaronder militaire voertuigen, historische bussen en kleine vliegtuigen. Wanneer het terrein echter verkocht gaat worden, verhuist het geheel naar Nieuw Vennep en wordt de Stichting Nederlands Transportmuseum opgericht. Op het Lucas Bolsterrein werd tussen 1969 en 1997 likeur gedistilleerd. Vervolgens maakte vliegtuigfabriek Fokker tot 2013 gebruik van de hal voor technische en logistieke nazorg en opslag van reserve-onderdelen. Doelstelling van de stichting is het verzamelen, beheren, behouden en tonen van een collectie objecten die een afspiegeling is van de Nederlandse transportgeschiedenis aan een breed publiek. Wil je meer weten, kijk dan eens op de site.

https://nederlandstransportmuseum.nl
Nieuw Grittertje onderweg: Leuk bericht van oudste zoon Jeroen. Wij worden voor de zevende keer opa en oma. Officieel eigenlijk voor de vijfde keer, maar Jeroen heeft, naast zoon Tim (15) en dochter Zoë (deze week 6) ook nog de twee lieve pleegdochters Mardjali (15) en Lila (18). Dochter Masha heeft twee zoons, Thijmen (15) en Bastiaan (12) Het nieuwe Grittertje wordt begin december verwacht.
Onze Icky: Wij hebben al ruim 13 jaar een Turkse Van. Voor wie geen idee heeft wat dat is: Dat is een kat. Hij luistert naar de naam Ikinci Pembe Pasa Marmaris’Den. Die naam lag al vast in de stamboom. Wij noemen hem kortweg Icky. De originele Turkse Van is geheel wit van kleur en heeft twee verschillende kleuren ogen. De Europese is overwegend wit met een langharige vacht, een grote gekleurde vlek of vlekken op de kop, een gekleurde staart en enkele kleine vlekjes op de staart. Het origineel komt voor als huisdier rond het Vanmeer bij de berg Ararat in Oost-Turkije. In de jaren vijftig zijn een aantal van deze dieren door twee Engelse toeristen mee teruggenomen naar Engeland. Eén van hen is ermee begonnen te fokken. Vanuit Engeland verspreidde het ras zich langzamerhand over de gehele wereld.
Wij kregen Icky via een vriendje van Jasper op de basisschool. Diens moeder had een cattery. Toen ik Jasper een keer ophaalde, trof ik een huiskamer vol dieren aan. Veel katten, een hond, een papegaai en nog wat ander rondlopend spul. Ergens hoog op een plank zat een zielig gestressed wit katertje van net 9 maanden oud. Ik was meteen door het beestje gegrepen. De moeder van het vriendje vertelde dat hij bang was van alle andere katten. En…als ik hem leuk vond, mocht ik hem wel meenemen. Dat wilden Jasper en ik wel. Ik had al meer katten gehad in mijn leven voor Joyce. Ik heb daar eerder al eens een blog over geschreven. Wij namen het beestje mee naar huis. Enige punt was nog wel de reactie van Joyce. Die was niet zo van de katten. Haar reactie was dan ook afkeurend, vooral vanwege de lange witte haren die Icky overal achter liet. Wanneer je een kat in huis neemt, is het verstandig om het diertje te laten wennen aan zijn/haar nieuwe woonomgeving. Anders is de kans op weglopen aanzienlijk. Icky zat dus hele dagen binnen. Na een week riep Joyce: “De kat eruit of ik!” Oeps!! Jasper en ik besloten om Icky een snelcursus “wennen aan je woonomgeving” te geven. We kochten een riempje en lieten hem aangelijnd dagelijks vele malen uit rond ons huis, daarbij de cirkel steeds vergrotend. Het leverde meewarige blikken op van mensen die ons zagen lopen. Wij hadden echter een noodzakelijk doel voor ogen. Na een week lieten wij hem op goed geluk los met ons meelopen en Icky bleef zowaar bij ons. De volgende stap was om hem geheel zelfstandig de deur uit te laten lopen. En…zowaar, hij kwam ook weer terug. Joyce kon er vanaf dat moment gelukkig beter mee omgaan en al vrij snel kon ze niet meer buiten hem. Icky is in de loop der tijd een echte buitenkat geworden. Turkse Van katten worden ook wel de hondjes onder de katten genoemd. Ze zijn heel vriendelijk en trouw, hangen (figuurlijk) aan hun baasjes, houden ervan om bij je op schoot te zitten en te knuffelen, ze zijn dol op water (ze zwemmen) en “praten” tegen je. Na een tijdje begrijp je echt wat ze bedoelen. Een korzelige mauw wanneer je hem te lang buiten in de regen hebt laten staan, een liefdevolle mauw wanneer het etentijd is, een begroetende mauw wanneer hij je ziet, een betekenisvolle mauw wanneer hij naar buiten wil, etc. Kortom, wij kunnen met elkaar communiceren.


Nu Icky inmiddels richting 14 jaar gaat, krijgt hij last van slijtage. Bij de jacht op muizen, vogels en eenden heeft hij de nodige tanden verloren. Alleen paté en zachte brokjes krijgt hij nog weg. Ergens opklimmen gaat steeds moeilijker en ergens vanaf springen, levert soms een pijnlijk gemauw op. Maar ook het verzorgen van zijn lange vacht geeft steeds meer problemen. Daarom wordt hij nu iedere drie maanden getrimd. Deze week was het weer zijn beurt. Ongelooflijk hoeveel haar er dan afkomt. De eerste keer moest hij vanwege vervilting en klitten heel drastisch helemaal geschoren worden. Dat zag er nogal lachwekkend uit. Icky vond dat zelf waarschijnlijk ook, want hij keek ook echt of hij zich enorm geneerde. Vonden wij best sneu.

Mooie Quotes:
“Wie niet wil meewerken aan de oplossing, is onderdeel van het probleem”.
“Beter onder aan de ladder beginnen, dan halverwege een ladder die je niet op wilt”.
Feestweek: In Nieuw Vennep kennen wij de jaarlijkse feestweek met o.a. kermis, autocross, foute party’s en meer van dat soort activiteiten. Ja, in ons dorp gebeurt het allemaal. In de 19 jaar dat wij hier nu wonen, hebben wij die week altijd aan ons voorbij laten gaan. Wij zijn niet het type dat zich hossend door een feesttent begeeft of toekijkt hoe anderen zich in de kreukels rijden op een boerenveldje. Dit jaar maakten wij een uitzondering. Tijdens onze tochtjes door Nederland doen wij allerlei dorpjes en steden aan. Opvallend vaak werd bij zo’n bezoek net de kermis afgebroken. Kermis, ik was er als kind dol op en nam er later ook mijn kinderen mee naar toe. Sinds jongste zoon Jasper dit soort evenementen is ontgroeid, hebben wij eigenlijk al meer dan 15 jaar geen kermis bezocht. Ik kreeg zomaar een enorme drang om in deze feestweek weer eens de kermis te bezoeken. Het was een warme zomeravond, dus wij op de fiets naar het betreffende stuk grond dat normaliter in de winter wordt ondergespoten voor de ijsbaan. Joyce had al zo haar bedenkingen, maar ik voelde een soort jeugdig enthousiasme. Helaas. Op het betreffende veldje vooral gok- en (vr)eettentjes en wat gedateerde attracties. En verder vooral jongeren met ontblote bovenlijven vol tatoes, gewapend met worst en bier. Eyecatcher was een soort hoogwerker met twee armen als wijzers. Aan de punt van elke wijzer een bakje waar mensen met beugels op hun plaats werden gehouden. Toen het spul ging draaien werden de ongelukkigen op grote hoogte over de kop geslingerd. Wij bleven wat op afstand, bevreesd geraakt te worden door verterend voedsel dat de betreffende slingeraars net naar binnen hadden gewerkt. En dan de prijzen. € 4,50 voor drie ballen bij het blikgooien of een paar minuten botsauto. Wij zijn de kermis kennelijk ontgroeid.

In de naastgelegen brede sloot vond een ander evenement plaats. Een quasi lollige en zichzelf overschreeuwende uitslover begeleidde “Fiets-um-derin”. Met een fiets over een balkje rijdend de bel aan de overkant zien te bereiken.Dat kenden wij nog uit de tijd van de bekende Tros reeks “Te land, ter zee en in de lucht” onder begeleidend commentaar van André van Duin. Altijd leuk. Tenminste toen. Drommen mensen zorgden weliswaar voor een beperkt zicht, maar net genoeg om tal van deelnemers ongenadig hard met hun kruis of gezicht op de balk te zien landen. Hoe spectaculairder de val, hoe enthousiaster het publiek. Dat soort leed en leedvermaak bleken wij niet meer tegen bestand. Wij laten de feestweek voortaan weer aan ons voorbijgaan. We repten ons terug naar de plaatselijke snackbar voor een ijsje. Het enige echte hoogtepunt.


Jasper is een lang weekend naar Biddinghuizen voor het grootste festival ter wereld voor hardere dancestijlen, “Defqon” . Wij houden het bij een rustig bezoek aan Bioscoop Kinepolis voor de nieuwe film van één van onze favoriete acteurs, Liam Neeson: “Memory”. Niets aantrekken van de matige kritieken, gewoon een goede film met de nodige actie waarin het goede zegeviert.
Tot volgende week.

Plaats een reactie