Dit is een compilatie van de vier blogs van juli 2022. In “Joop&Fritz” doe ik verslag van mijn (onze) belevenissen, omdat er altijd wel wat gebeurt.
Het lied der achttien dooden: Maandag las ik dat schrijver/dichter Remco Campert op 92 jarige leeftijd was overleden. ‘De meester van het kleine’ was zijn bijnaam. Hij behoorde tot ‘De Vijftigers’, een beweging van dichters die de esthetische conventies van hun voorgangers van zich afwierp en vrijheid nastreefde. Ik heb niet veel van hem gelezen. Ik ben ooit eens begonnen aan zijn bestseller “Het leven is vurrukkeluk” en ik las vroeger de dagelijkse columns die hij afwisselend met Jan Mulder in de Volkskrant schreef. In het bericht van zijn overlijden las ik dat Jan Campert zijn vader was. Dat wist ik niet. Van Jan Campert ken ik namelijk al mijn hele leven een deel van het gedicht “Het lied der achttien dooden” uit het hoofd. Het is het meest beroemde verzetsgedicht uit onze geschiedenis. Geschreven in 1943, naar aanleiding van de executie van 18 verzetslieden op de Waalsdorper vlakte. Deze behoorden tot de zogenaamde “Geuzen”. Ik vertel dit omdat het gedicht een bijzondere herinnering voor mij is. Toen ik als 11 jarige in de vijfde klas zat, moesten wij van onze meester Meier een gedicht uit ons hoofd leren. Ik koos toen voor het eerder genoemde gedicht. Overigens was één couplet voldoende. Het bijzondere is dat ik nu 58 jaar later, al is het midden in de nacht, dat eerste couplet van dat gedicht nog steeds zonder problemen kan opdreunen. Elke dodenherdenking weer dient het zich ook spontaan aan. Ik heb geen idee waarom dat gedicht zich zo vast heeft gezet in mijn geheugen. De ernst en triestheid zal op mij als jongetje van 11 wel een enorme indruk hebben gemaakt. De gang van die ene man die ‘s morgens in zijn cel wakker wordt en weet dat hij straks voor het vuurpeloton staat en zijn geliefden nooit meer zal zien.

Fietstocht: Maandag is een mooie dag voor een fietstocht. Zonnetje en wel wat wind, maar dat zorgt ervoor dat je het net niet te warm krijgt. Fietsen in onze polder heeft niet mijn voorkeur, dus laden wij de fietsen op de trekhaak en rijden 10 km verderop naar Leimuiden. Daar start onze tocht rond het Braassemermeer, richting Alphen aan de Rijn. Een mooie tocht door het groene hart. Hier en daar maken wij gebruik van een pontje. Altijd leuk. Wij tanken de innerlijke mens bij de Sunset Beachbar aan de Zegerplas. Uurtje genieten aan het water in een zalige zitzak. Weer 40 km aan de teller toegevoegd.





Outside Escapetocht: Zaterdag voor de tweede keer een outside escapetocht. Zeg maar een soort puzzeltocht buiten met moeilijke opdrachten. Een tijdje terug deden wij er eentje als gezin in Leiden. Dit keer gingen Joyce en ik op pad met oud-collega’s Claudia en Daisy in Haarlem. Een soort mini teamuitje. Doel was te bewijzen dat Kenau Simonsdochter Hasselaer daadwerkelijk heeft bestaan en de strijdbare vrouw was die de geschiedenis beschrijft ten tijde van het Spaans beleg in 1573. De tocht voerde langs haar vermoedelijke geboortehuis en de scheepsbouw/houthandel die zij dreef. Verder leuke puzzelvragen en opdrachten ten tijde van het beleg. Kenau heeft bestaan, maar alle verhalen rond Kenau dat zij een vrouwenleger aanvoerde dat tegen de Spanjaarden streed, zijn een mythe. Kenau was een manwijf en gewiekste handelsvrouw. Die bijstelling van de feiten maakte de tocht niet minder leuk. Halverwege natuurlijk even bijtanken bij restaurant/molen de Adriaan aan het Spaarne en tenslotte samen een hapje eten ter afsluiting. Het blijft gezellig om van tijd tot tijd met enkele fijne oud-teamleden op te trekken. Alsof de oude tijden herleven.


Rondje Amstel: De mantelzorg dagen hebben wij deze week aangekleed met wat fietstochten. Na de zorg aan mijn vader in Amstelveen, startten wij onze tocht in Ouderkerk aan de Amstel. Langs de Amstel en Drecht een mooie, waterrijke tocht. Soms hoef je niet eens ver uit de buurt voor een mooie fietstocht. Aansluitend waren wij nog net op tijd voor de verjaardag van mijn zwager Paul. Voor de zorgdag van schoonmoeder namen wij vanuit Nieuw Vennep, haar woonplaats Aalsmeer in de route op. Toch weer een kleine 100 km weggetrapt deze week.



Huwelijksdag: Deze week waren Joyce en ik 29 jaar getrouwd. Wij kennen elkaar sinds 1987, in augustus 1990 gingen wij samenwonen en op 20 juli 1993 trouwden wij. Wij waren beiden al een keer getrouwd geweest. Joyce in 1980 en ik in 1975. Best vreemd dat de teller van de huwelijkse jaren dan weer op nul begint. Ik was mij er heel erg bewust van dat het bij een tweede huwelijk een hele kunst zou worden om het veertig of vijftig jarig jubileum te halen. Bij die dingen sta je niet stil wanneer je als jonkie voor het eerst trouwt. Tenminste ik niet. Terwijl het natuurlijk net zo onzeker is dat je die huwelijksjubilea haalt. Grappig is wel dat wij beiden die eerste trouwdatum soms aanhalen. Zo van: als ik niet gescheiden was dan was ik nu … jaar getrouwd. Of wij het dit jaar nog gevierd hebben? Nou eigenlijk niet. Wij zijn redelijk nuchter over dit soort momenten. Dertig jaar getrouwd is een mooier getal om te vieren. Omdat wij die 40 of 50 jarige jubilea waarschijnlijk toch niet gaan halen, maken wij gewoon onze eigen jubilea.



Wij leerden elkaar kennen vanuit het werk. Ik zou in 1987 mijn eerste school (de Tovercirkel) starten als directeur en ik mocht drie leerkrachten aanstellen. Voor groep 3 en 4/5 had ik al twee leerkrachten gevonden. Groep 6 t/m 8 (3 leerlingen ha, ha) zou ik zelf doen. Ik zocht nog een kleuterkracht. Oud-collega-vriendin Marijke uit onze gezamenlijke periode op basisschool de Meerwijzer, kende wel een goede kleuterjuf. Haar duo-partner Joyce op de Samenwerkingsschool. Marijke zou Joyce meenemen naar een receptie waar ik ook naar toe moest. Ik moest uitkijken naar een dame met een onafscheidelijke rieten mand. Dat was dus niet zo moeilijk te herkennen. Bij de eerste aanblik wist ik dat Joyce mijn nieuwe kleuterkracht moest worden. Dat gevoel was wederzijds. Even dreigde de gemeente nog roet in het eten te gooien, maar dat kon ik gelukkig voorkomen. Die klik werd meer en de rest is geschiedenis. Vanuit de gemeente werd er van alles aan gedaan om ons qua werk uit elkaar te krijgen. Maar wanneer mensen dwang uitoefenen dan bereiken ze bij mij het tegenovergestelde. Bovendien was ons inmiddels gegroeide team er absoluut op tegen dat één van ons het veld moest ruimen. In het werk opereerden wij onafhankelijk van elkaar en dat lieten wij onze omgeving duidelijk merken. Nieuwe collega’s ontdekten vaak pas na maanden dat wij een stelletje waren. Alleen op die manier kun je samen wonen en werken.
Toen wij in 2003 samen de overstap wilden maken naar onze nieuwe school “Merlijn” in Nieuw-Vennep, werkten de nieuwe bestuurders daar zelfs ruimhartig aan mee. Zo kan het dus ook. Pas een paar jaar voor mijn pensioen als directeur (na dus ruim 25 jaar probleemloos samenwerken), begon een, zichzelf geweldig vindende, interim bestuurder opeens te zeuren, dat zoiets nooit meer mocht gebeuren. Ach, een interim verdwijnt weer net zo snel als hij of zij komt en wij hadden toch geen plannen om ons kunstje voor een derde keer te herhalen.
Gehoord: Zuid-Afrikaans voor “string” = Amperbroekie
Gelezen: Wel eens gehoord van aptoniemen? Aptoniemen zijn namen van mensen die een beroep of functie hebben die perfect past bij hun naam. Zoals b.v. Ferry Kok (kok op een ferry) of Henny de Haan (voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders) of Sue Yoo (advocaat). En wat dacht je van ‘Autosloperij Wrackenhoff’. Ik heb het niet verzonnen.
