Dit is een compilatie van de vier blogs van oktober 2022. In “Joop&Fritz” doe ik verslag van mijn (onze) belevenissen, omdat er altijd wel wat gebeurt.
Parijs: Al geruime tijd staat er een weekje fietsen in Parijs op ons lijstje. Wij kennen alle bekende bezienswaardigheden uit vorige bezoeken. Het programma ‘Chansons” van Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps inspireerde ons tot een andersoortig bezoek. Het bekijken van minder bekende plekken, zoals de stoep waarop Edith Piaf is geboren, het borstbeeld van Dalida, overleden beroemdheden op begraafplaats Père Lachaise en de parken. En niet met de metro of de benenwagen, maar gewoon op de fiets. In het voorjaar was het weer steeds te nat en in de zomer te heet. Met ruim 20 graden en een lekker zonnetje was nu het moment daar om alsnog te gaan. Hotel uitgezocht in Ivry sur Seine, slechts een kwartier van het Centrum. Niets stond vertrek nog in de weg. Nou ja, bijna niets. Op de valreep las ik dat ik een milieusticker voor de auto moest aanschaffen via de Franse Overheid. Levertijd 14 dagen! Bijna de trip afgeblazen, totdat ik ergens las dat het kunnen overleggen van een factuur tijdelijk een oplossing kon zijn. Die factuur krijg je onmiddellijk per mail zodra je het formulier hebt ingevuld en betaald. Probleem opgelost. Bij ons hotel staat de auto onder de grond geparkeerd, dus geen agent die daar controleert of er een sticker op de voorruit zit. En inmiddels heb ik een voorlopige afbeelding van de sticker via de mail ontvangen. Kan ik wel niet opplakken, maar is voldoende bewijs om aan een boete te ontkomen.
Dag 1: Wij rijden om 9.30 uur weg uit Nieuw Vennep. Behoudens wat files rond Antwerpen kunnen wij goed doorrijden. Rond half drie belanden wij op de Périphérique. Normaal slaan wij die over, maar om Parijs in te komen, is het de enige oplossing. Het valt echter mee. Half uurtje later bereiken wij ons hotel in Ivry, een wijk in Parijs. Auto in de ondergrondse parkeergarage en de fietsen startklaar voor een eerste ritje. Wij kiezen voor Bois de Vincennes. Net boven het gebied waar ons hotel ligt. Het is een park dat qua functie een beetje doet denken aan het Vondelpark. Joggende mensen, lezen op een bankje of luieren in het gras. Buiten het park het Château de Vincennes. Rond half zeven een kleine bistro opgezocht voor een drankje en aansluitend even gewoon naar de McDonalds die er vlakbij ligt. Daarna fietsen weer op de trekhaak in de kelder en heerlijk slapen na een toch wel vermoeiende dag.







Dag 2: Vandaag gaan wij naar de oostkant van Parijs. Allereerst naar Rue de Belleville no.72. Het geboortehuis van Edith Piaf, of eigenlijk de stoep voor het huis waarop zij ter wereld kwam op 19 december 1915. Edith was de dochter van een kroegzangeres en een acrobaat. Ze werd echter opgevoed door haar grootmoeder, die in Normandie een bordeel runde. Haar echte naam was Edith Gassion, maar de nachtclubeigenaar die haar voor het eerst liet optreden in zijn theater gaf haar de bijnaam La Môme Piaf, wat zoveel betekende als ‘de kleine mus’. Piaf leidde een tragisch leven en dat klinkt door in haar bekende nummers: La vie en rose, Milord en Non, je ne regrette rien. Ze overlijdt op 10 oktober 1963 op 47 jarige leeftijd aan een interne bloeding. Haar graf is te vinden op het naastgelegen kerkhof Père Lachaise. Ons volgende doel vandaag.



Maar eerst natuurlijk even een drankje doen op een leuk terras in de buurt van de begraafplaats. Op Père Lachaise liggen maar liefst 69.000 Parijzenaars begraven. Het terrein was oorspronkelijk een landgoed, waarop een buitenhuis werd gebouwd. Later werd het een rusthuis met als bekendste bewoner pater François d’Aix de La Chaise, de biechtvader van Lodewijk XIV. In 1801 werd het aangewezen als begraafplaats en heette het Cimetiére de l’Est, omdat het bestemd was voor de bewoners van de oostelijke arrondissementen. Het terrein werd ingericht als Engelse tuin. Het was geen succes, omdat voorname mensen geen zin hadden begraven te worden in een arme volkse buurt. Na acht jaar waren er nog maar 833 graven. Om daar verandering in aan te brengen werden in 1817 de resten van enkele beroemdheden overgebracht, zoals Molière en La Fontaine. Sommigen van hen zelfs 7 eeuwen na hun dood. Binnen de kortste keren na het aantal graven toe tot 33.000. Er waren maar liefst vijf uitbreidingen nodig om de huidige oppervlakte van 43,93 hectare te bereiken. Behalve Piaf bezochten wij, naast de bovengenoemde twee schrijvers, ook Jim Morrison van The Doors. Dat is echt een bedevaartsoord, waar je de muziek hoort van de zanger. Componisten als Chopin en Bizet liggen er ook, maar wij konden ze niet vinden. Het is ook moeilijk zoeken, want het is zo groot.






Na het bekijken van veel graven fietsen wij naar I’ll de la Cité. Even een blik werpen hoe het nu met de Notre Dame gaat na de verwoestende brand van een paar jaar geleden. De torens lijken onaangetast, maar daarachter staat alles in de steigers. In 2024, net voor de Olympische Spelen, moeten de herstelwerkzaamheden klaar zijn.






Ter afsluiting rijden wij naar de Jardin des Tuileries, in het verlengde van het Louvre. Lekker in het zonnetje een uurtje bijkomen van alle indrukken. Dan terug naar het hotel en een hapje eten in de bistro aan de overkant.



Dag 3: Rob Kemps en Matthijs van Nieuwkerk bezochten de buste en het geboortehuis van zangeres Dalida (1933-1987). Beroemd vanwege maar liefst 170 miljoen verkochte platen zoals o.a. de hits Gigi l’amoroso, Darla Dirladada en Paroles, paroles. Wie kent ze niet. Aparte, wat zware stem. Ongelukkig leven. Drie van haar mannen pleegden zelfmoord en zij tenslotte ook. Piaf en Dalida worden gezien als de populairste en invloedrijkse Franse zangeressen uit de 20e eeuw. Wij bezoeken haar huis aan de Rue d’Orchampt 11B en gaan dan op zoek naar haar borstbeeld. Dat staat een stukje verderop aan de Rue de l’Abreuvoir. Het grappige van die buste, vertelde Rob Kemps, is dat iedereen even aan de borsten van Dalida zit. Kun je goed zien, want daar is het brons helder gekleurd van het vele aanraken. Uiteraard kon ik niet achterblijven en ging ik in dit gebruik mee. O jee, ik voel een ‘Me too-tje’ aankomen. Maar ik word onmiddellijk gestraft als even later een groep straatreinigers de klinkertjes gaan schoonspuiten met een speciaal goedje. Ze nemen ‘en passant’ ook even mijn fiets mee die daar aan een hek vast staat. Gevolg een wit gespikkelde fiets. Het kan eraf, maar natuurlijk nu even geen spons en water bij de hand.





Het bovenstaande is te vinden in Mont Martre. De bekende schildersbuurt met op de heuvel de van verre al zichtbare karakteristieke witte kathedraal die iedereen kent, de Sacré Coeur. Altijd leuk om daar op de trappen te zitten die over Parijs uitkijken. Vandaag was dat lastig omdat rond de kerk een ‘vreetfestijn’ plaatsvond. Nauwelijks door te komen vanwege de mensenmassa. Daarom snel weer de fietsen gepakt en nieuwe stukjes Parijs verkend, via Moulin Rouge en Centre Pompidou, eindigend in de Jardin des Plants. Een mooi park met diverse natuurmusea. Te laat om nog te bezoeken. Dan weer terug en dit keer wat te eten gehaald in de supermarkt. Onze magen zijn wat onrustig sinds vannacht. Vandaar. We hebben op onze kamer een klein keukentje, dus pannetje soep is te doen.












Fietsen in Parijs is echt leuk en goed te doen. De nieuwe (eerste vrouwelijke) burgemeester van Parijs, Anne Hildalgo wil het gebruik van de fiets bevorderen en het autoverkeer verminderen. Dat is goed te merken. In de afgelopen jaren is er 1400 km fietspad aangelegd. Drukke verkeersaders zijn slechts nog voor een derde voor de auto en maar liefst tweederde voor de fiets. Overal slingeren fietspaden langs en soms midden op de weg. Je waant je in een soort fietsparadijs. Toch moet je alert blijven, want in de stad ontstaan nog steeds verkeersinfarcten waar je als fietser (fietspad of niet) tussendoor moet laveren. En dan nog de drommen toeristen, de volle terrassen, de straatartiesten, protestmarsen en optochten. Parijs is een gekkenhuis. Maar toch, fietsen hier is echt genieten.


Dag 4: Tocht uitgestippeld die ons langs een aantal plekken voert die ook een terugblik vormen naar mijn jeugd. Mijn oom (broer van mijn moeder) was in de 2e wereldoorlog beland in Parijs. Hij raakte daar gewond en trouwde met zijn verpleegster, een Parisienne. Als kind van 10 jaar logeerde ik voor de eerste keer bij hen aan de Avenue d’Italie. Een oud pand, waar je ‘s nachts een buitentoilet onder het pand moet opzoeken wanneer je je behoefte moet doen. Zo’n bekend voetstappen toilet, waarbij je bij het doortrekken moet oppassen dat je schoenen niet volliepen. Ik was daar als kind ‘s nachts echt spookbang. Het was mijn eerste kennismaking met Parijs. Hoewel de panden inmiddels zijn vervangen door nieuwbouw, herken ik de straat meteen. Wij vervolgen onze tocht richting Eiffeltoren. Wij zijn er in het verleden al diverse keren in geweest, maar toch even een blik werpen. Opvallend is dat het hele gebied rond de toren tegenwoordig is afgezet met grote glaswanden. Er onderdoor lopen is niet meer mogelijk, tenzij je in de toren wilt. Jammer.






Er is dit weekend werkelijk van alles te doen in Parijs. Rond de gedenknaald van de Bastille is zaterdag de boel afgezet vanwege een voorloper van de Paralympics van 2024. Rond o.a. de Eifeltoren wordt de 20 km van Parijs werd gelopen. Weer alles afgezet en mensenmassa’s op de been. Het tegenover liggende Trocedera stond in de steigers, zodat het anders zo fraaie fonteinenspel was uitgeschakeld. Dan maar weer verder richting Les Invalides, waar de tombe met het lichaam van Napoleon te vinden is. Daar een enorme massa skeelers die een wedstrijdje door Parijs reden. Een echt gekkenhuis. Overal sirenes van politieauto’s en motoren die om de haverklap voorbij suizen.


Onze tocht voert dan naar de Arc de Triomphe. Even een terrasje en door naar de Rue de Navarre, waar het blauwe jazz-platenwinkeltje zit, van waaruit Rob Kemps en Matthijs van Nieuwkerk iedere uitzending steeds vijf platen draaien van beroemde Franse zangers en zangeressen. De luiken zijn vandaag dicht, want zondag, maar toch leuk er even voor te staan. Door naar de woning, annex museum van Serge Gainsbourg, de zanger van het hijgnummer ‘Je t’aime, moi non plus’ samen met Jane Birkin. Het pand ziet er niet uit, maar dat paste wel bij Serge. De aantekening die Rob Kemps op de muur had gemaakt, konden wij helaas niet terugvinden.





Laatste onderdeel is de glazen piramide bij het Louvre. Joyce wil er toch even een fotootje schieten, terwijl ze het puntje zogenaamd vasthoudt. Dat idee hebben overigens nog honderden toeristen. Dan eten in een leuk restaurant aan de Boulevard Austerlitz.






Het is al donker wanneer wij ons hotel bereiken. Een volle dag en ook de op één na laatste dag. Het is ongelooflijk hoeveel je van Parijs ziet, wanneer je de fiets pakt. Inmiddels in vier dagen al ruim 100 km kris-kras, maar wel gericht, door de stad gefietst. Morgen nog een nieuwe tocht en dan dinsdag weer richting huis.
Laatste dag Parijs: Maandag de laatste rit door Parijs. Wij beginnen bij Rue de Campo Formio. De straat waar mijn oom en tante hun laatste levensjaren doorbrachten en ik diverse keren op bezoek ben geweest. Mijn laatste herinnering is toch van ruim twintig jaar terug. De gevels zijn schoongespoten, waardoor het er toch anders uitziet, dan ik mij herinner. De straat herken ik duidelijk evenals de begroeide binnenplaats van het complex. Een kleine oase in deze drukke stad. Gezellig praatje gemaakt met de huidige beheerder, want anders kom je niet in de binnentuin van dit beveiligde complex. Het is zo leuk om Frans te spreken. Ook al doe ik het soms een paar jaar niet, op het moment zelve borrelen de juiste woorden gewoon weer spontaan op. Mijn ouders zagen altijd een sterke overeenkomst tussen mijn oom en mij. Net als hij, houd ik van Parijs en de Franse taal. Net als hij, heb ik altijd zeker geweten dat ik er zou kunnen aarden. Ook nu voel ik mij er thuis alsof ik er altijd heb gewoond.



Het volgende plekje is de Jardin de Luxembourg op de grens van St. Germain des Pres en het Quartier Latin. Een fraai park van 23 hectare dat in 1612 op verzoek van Maria de Medici werd aangelegd als park rond het Palais de Luxembourg. Maria gaf overigens ook de opdracht om de Champs-Elysees te ontwerpen. Je vindt er een grote beeldentuin met o.a. een replica van het vrijheidsbeeld. Wij kunnen het beeld helaas niet vinden. Overigens staan er zes replica’s van het vrijheidsbeeld in Parijs. De grootste staat een stukje links van de Eiffeltoren, midden in de Seine. Zo bijzonder dit soort grote parken te midden van de drukte van de stad. Dichtbij de Sorbonne, waardoor studenten het park gebruiken als plek om te studeren, maar ook om te schaken. Net als in de tuinen van Les Tuileries overal stoelen om in het zonnetje te genieten van alle pracht en praal. Op de achtergrond het bijbehorende paleis, dat nu wordt gebruikt door de senaat. Bijzonder is “La Fontaine de Medici”, met tal van mythologische figuren.






Van de Jardin naar de passages. In Parijs liggen verschillende winkelpassages. Wij hebben er een aantal bezocht, maar waren niet echt onder de indruk. De bekendste is Les Halles, een ondergronds winkelcentrum met zelfs een zwembad. Een leuk beeld op het plein, maar dan houdt het ook wel op.

Ons laatste doel is de zilveren bol in het Parc de la Vilette. Wij waren hier eerder met Jasper om te genieten van het fraaie park en lekker te luieren op het zonovergoten grasveld. Dat hebben wij nog maar eens met ons tweetjes herhaald. Al viel de zon wat tegen.

Nog vergeten te vertellen dat Joyce eindelijk is gevallen voor Renault. Letterlijk dan, want toen zij stopte voor het pand van Renault-Alpine aan de Champs-Elysees, gleed haar voet van de stoep en lag zij languit onder haar fiets. Achhhh…! Apart dat niemand uit de grote menigte op het trottoir ook maar een behulpzame vinger uitstak. En ik zei nog: ”Neem nou ook een helm, want valpartijen gebeuren altijd onverwacht”. Maar nee. Eigenwijs karaktertje. Gelukkige alleen een blauwe plek, maar toch. Het was overigens de tweede valpartij. Op een terras viel ze met stoel en al om toen ze schrok van iemand die een reclamebord achter haar weghaalde. Liep ook goed af. Was wel komisch gezicht. Ja, met Joyce weet je het nooit. Onstuimig. Gelukkig wijzen de verzekeringsmaatschappijen haar nog steeds niet af.

Weer naar huis: En dan is het dinsdag en begint de reis naar huis. Wij komen er te laat achter dat de meeste benzinepompen droog staan vanwege een staking. Gelukkig hebben wij op de heenreis nog net de tank vol gegooid. Wij snapten al niet waarom er bij tankstations zulke enorme rijen stonden. Bij ons vertrek uit Parijs nog net genoeg over om de grens van België te halen. Al spant het er wel om. Overal onderweg nu borden met “Plein de carburant” (volop benzine). Las al dat honderden Nederlanders gestrand waren met lege tank. Wij hebben geluk. Na zes uurtjes rijden weer thuis.
Gemist: En dan kijk je ‘s avonds naar de eerste aflevering van de nieuwe serie van Chansons en merk je dat je toch nog dingen hebt gemist, terwijl je er langs bent gereden. Zoals b.v. de pied a terre van Yves Montand en Simone Signoret.





Zelf vergaten wij de Madeleine, het beeld van Charles Aznavour en de nieuwe glazen/stalen Grand Arc. En dan vergisten wij ons bij onze zoektocht naar de Place Dauphine, bekend uit de eerste regel van: “Il est cinq heures, Paris s’éveille”, van Jacques Dutronc.


“Je suis le dauphin de la place Dauphine Et la place Blanche a mauvais’ mine Les camions sont pleins de lait Les balayeurs sont pleins d’balais.
Wij bezochten de Rue Dauphine en dachten al: Is dit nu het pareltje zoals een ieder beweert. Onze fout. Gelukkig hebben wij wel alle andere plekjes gevonden die hij in zijn liedtekst voorbij liet komen. Deze weer op het lijstje voor de volgende keer.
Maar het waren fantastische dagen. Wij kunnen iedereen aanraden om Parijs op de fiets te doen. Met dank aan Rob Kemps en Matthijs van Nieuwkerk.
Transport Museum: Zaterdag weer dienst gedraaid in het Transport Museum. Er zijn de laatste weken verschillende evenementen in het museum. Vorige week moest ik helaas het modelbouw weekend missen vanwege Parijs, maar deze week stond de zaterdag in het teken van een tour met antieke bussen. Aansluitend een gezellig drukke borrel. Joyce en ik hoefden dit keer niet de catering te verzorgen, want de gezamenlijke bus verenigingen hadden een professionele cateraar ingehuurd. Overigens mag het museum voorlopig toch nog openblijven van de gemeente. Ons werk gaat gelukkig dus nog even door.




Over bussen gesproken: Vorige week zaterdag liep ik vanwege Parijs een proefles ‘rijden op een bus’ mis. Als kind wilde ik altijd al buschauffeur worden. Het is er nooit van gekomen. Dit was alsnog een kans geweest. Jasper en ik hadden ons opgegeven en waren zowaar ingeloot. Omdat ik in Parijs rondreed op mijn fietsje, is Jasper daarom maar alleen gegaan. Tot zijn verbazing werd hij zonder al te veel voorbereiding, maar wel met instructeur, meteen de grote weg opgestuurd. Was een avontuur. Ik probeer het volgend jaar opnieuw.

Vader-zoon klus: Deze week vier dagen samen met Jasper gewerkt aan een verhoogd bed. Jasper woont sinds kort samen met zijn vriendin Claudia in Amsterdam. Leuk appartement met uitzicht op de Sloterplas. Niet supergroot en dat gaf een opbergprobleem voor kleding en andere spullen. Het appartement telt één slaapkamer met net genoeg ruimte voor een tweepersoonsbed. De oplossing waaraan wij deze week hebben gewerkt is een verhoogd bed op Malm-kasten van Ikea. Drie dagen gewerkt aan monteren en het maken van een stevig binnen-frame, want er moet op geslapen worden en dus wat kracht kunnen verdragen. Maar op dag vier was het af en waren wij uitermate tevreden over het resultaat. Onder de matras twee kubieke meter ruimte voor van alles wat je niet meteen nodig hebt en met de 21 laden nog eens 1,5 kuub aan bergruimte voor kleding. Wat nog rest is een hoofdbord en een grote matras die het geheel bedekt. Maar voorlopig kan er weer geslapen worden. Het leuke van dit project was voor mij het samen doen. Een vader en zoon momentje, waarin je samen aan iets moois werkt.






Museum: Vandaag weer een dienst gedraaid als gastheer/rondleider/floormanager. Aan het eind van de dag kwam Joyce nog even aangelopen (dat lukt nog wel met een gekneusd stuitje). Het was niet druk, dus meteen maar een rondleiding gegeven. Natuurlijk wilde Joyce mij op de foto zetten bij de DC 2 (toestel als de Uiver) en in de cockpit van de Franse Fouga Magister (een voormalig lestoestel/jager). Zelf nog even nostalgie in een oude bus van Maarse & Kroon waarvan de bussen in haar jeugd als thuishaven een plek vlakbij haar huis in Aalsmeer hadden.



Daar zit een luchtje aan: Het gaat al een poosje niet zo lekker met onze kat Icky. Hij vermagert de laatste tijd en ligt veel in zijn mandje. Tegelijkertijd wil hij wel de hele dag eten. Zodra wij opstaan, naar de keuken lopen, een keukenkastje openen of koken, staat het beestje al klagelijk mauwend naast één van ons om eten te smeken. Geven wij dan een blikje voer, dan doet hij vijf minuten later alsof hij weken niet te eten heeft gekregen en mauwt om meer. Iets eetbaars op tafel zetten is niet meer mogelijk, want hij worstelt zich er naar toe. Wanneer wij zelf eten, moeten wij hem even buiten parkeren, omdat wij anders zelf niet aan eten toekomen. Hij gaat waarschijnlijk uit van de gedachte: ‘Als jullie iets eten, mag ik dat als volwaardig gezinslid ook’. Daarnaast drinkt hij meer dan vroeger. En de geur die uit de kattenbak komt is binnen niet meer vol te houden. Geen goede tekens. Wijst op veel voorkomende gebreken bij oudere katten, te weten schildklier- of nierproblemen. Of natuurlijk erger. Het lijkt erop dat de fut er na 14 jaar uit is. Vorige maand stelde de dierenarts voor om het nog een maandje aan te kijken omdat hij niet direct iets kon ontdekken. Deze week konden wij het niet langer aanzien en hebben maar eens bloedonderzoek laten doen. Was wel nieuwsgierig hoe je bij een kat bloed afneemt. Bij mensen kennen wij het wel, maar ga je bij een kat ook een ader opzoeken? En blijft het beestje dan gewoon rustig zitten? Het bleek simpel. Gewoon naald in het pootje, waarna het bloed er langzaam uitdruppelt in een buisje. En onze Icky onderging het in alle rust. Uitslag was niet meteen verontrustend, al was de schildklierwaarde wel iets onder de norm. Vandaar nu komende werk een echo van buik en darmen gepland bij een dierenspecialist in Noordwijkerhout. Kijken of er toch iets meer aan de hand is. Toch wel prettig dat ik ooit een kattenverzekering heb afgesloten, want de prijzen van dit soort onderzoeken zijn niet mals. Ons bezoek aan de dierenarts kreeg nog een welriekende wending. Onderweg in de auto hoorden wij ineens vanuit zijn reiskooitje borrelende geluiden. En ja hoor, zijn tijdelijke verblijf onder gekakt vanwege diarree. En er dan met zijn witte langharige vacht even lekker doorheen gewroet. Archhhh…! We wisten even niet hoe dit op te lossen onder het rijden, behalve dan de autoramen opendraaien. Pffff…. wat een stank! Niet te harden. Dierenarts vond het geen punt, al vroeg hij wel of wij even buiten wilden wachten tot wij aan de beurt waren. Konden wij inkomen. En dan moet je ook weer naar huis met een kat onder de smurrie. We hebben Icky maar even onder de douche gezet, want andere oplossingen bij zo’n langharig beestje waren er niet. Hoewel een Turkse Van (tot dat ras behoort hij) niet al te bang is voor water (sommige van zijn rasgenoten houden zelfs van zwemmen), vond hij dat niet leuk. Even doorzetten dus maar middels een stevige houtgreep. Gelukkig is de vacht weer wit, maar tjonge, jonge, wat een gedoe. Wordt vervolgd.

Snoeien: Het blad begint te vallen, dus tijd om de dakplatanen van hun bruin en geel wordende bladerdak te verlossen. Scheelt ook een hoop bladafval op je terras. Aangezien ik zaterdag mijn dienst draaide in het museum, had Joyce wel zin in dit klusje. Haar nog steeds pijnlijke stuitje vormt daarbij gelukkig geen hindernis. Maar…..waar zij een vorige keer nog als een aapje in de bomen klom, doet zij het nu wel iets voorzichtiger. Er zijn genoeg valpartijen geweest de laatste weken. Al knipte ze nu wel weer bijna een vinger eraf. Oempfff! Ja, ‘never a dull moment’ met dit onstuimige en impulsieve dametje.



Brie misleiding: Brie is een onbeschermde naam en iedere kaasmaker mag deze kaas naar eigen receptuur maken. Erger nog, of hij er nou de naam Brie of Camembert op zet, maakt niet uit. Eén pot nat zolang het maar roomkaas is. Om een zo groot mogelijk koperspubliek te veroveren wordt dit kaasmengsel zo smakeloos mogelijk gemaakt. De Fransen gruwen ervan. Kort gezegd wordt een gepasteuriseerd (verhitten tussen 65 en 95 graden om elke bacterie te doden) kaas/melkmengsel in vormen gedaan, dat in korte tijd stolt. Dan gaat het op rekjes en wordt het geheel bespoten met een schimmel. Na een week kan het de verkoop in. Hoe anders is het origineel. De echte Brie komt uit Meaux, een plaats in de buurt van Parijs. Brie de Meaux wordt gefabriceerd van rauwe melk van inheemse koeien. Hij wordt gestremd met dierlijk stremsel en het stollen duurt ongeveer een uur. Tijdens het stremmen wordt de melk verwarmd tot 37 °C. De zogenaamde wrongel (de massa van de door stremsel of zuursel samengeklonterde eiwitten uit de melk die het eerste stadium van de kaas vormen) wordt nauwelijks gesneden. De kunst is om de dunne lagen wrongel met de hand met een speciale brieschep, de ‘pelle à brie’, bij een temperatuur van 33 °C, in de kaasvormen te scheppen. De vormen hebben een doorsnede van 36 à 37 cm. Na vier uur worden de kazen in een ruimte van 24 °C gebracht en na zes uur in 19 °C. Hij wordt niet geperst. De volgende dag wordt de Meaux met schimmel bestrooid en licht-gezouten, volgens AOC-voorschrift alleen met droog zout. Hij wordt in een ruimte van 12 °C op stromatjes te rijpen gelegd. De afscheiding van de wei vindt spontaan plaats, wat versterkt wordt door verdamping van het grote oppervlak. Afscheiding van de wei mag niet te snel verlopen omdat dan het risico bestaat dat de kaas breekt. Na een week worden de kazen overgebracht naar de ‘affineur’ (specialist die de kazen keert) om in een gekoelde vochtige ruimte van 7 °C verder te rijpen. Tijdens de rijping worden de kazen regelmatig met de hand gekeerd. De affinage duurt minimaal 4 weken, en maximaal 8 weken om de kaas tot volle rijpheid te laten komen. De Meaux is op zijn best als hij net niet vloeibaar is. Resultaat een smaakvolle roomkaas. Toegegeven, je moet er van houden, want de smaak is veel sterker dan het smakeloze Nederlandse product. De Brie de Meaux en de Brie de Melun zijn de enige twee brie-soorten die een AOC-keurmerk hebben. Beide zijn altijd beschermd geweest. Er bestaat een heus Brie-genootschap, geheten ‘Confrérie du Brie de Meaux’. De leden dragen een (niet eetbare) hoed in de vorm van een Brie. Wil je de uitzending over Brie bekijken, klik dan op de link of plak hem in je browser. Je kunt de uitzending ook terugkijken op NPO-start.
Keuringsdienst van waren: https://www.npostart.nl/KN_1729779



