Ik heb de titel van het blog wat aangepast. Het verloop van zo’n week betreft toch vaak ook Joyce, omdat wij vaak samen op pad zijn. Ik noem Joyce in de titel ‘Joop’. Dat is geen vergissing. Zij noemt mij sinds jaar en dag ‘Frits’ en ik noem haar altijd ‘Joop’. Zijn wij ruim 30 jaar mee begonnen. Het staat zelfs in onze trouwringen. Wij zouden het echt gek vinden elkaar bij de echte naam te noemen. Het gebeurt overigens wel, maar dan veelal in gezelschap. Zijn wij met zijn tweetjes en hoor ik: “Zeg Ger…..” dan weet ik dat er stront aan de knikker is. Omgekeerd overigens ook.

Vertraagde reacties: Ken je dat? Je hebt gedoucht en net de glazen wanden van de douchecabine met een wisser zorgvuldig gedroogd. Je partner stond al die tijd ook gewoon in de badkamer. Op het moment dat je de deur opent van de keurig gedroogde douchecabine klinkt: “Laat maar open, want ik ga ook douchen”. (Grrrrr…) Of….je hebt net alle dooie blaadjes uit de borders geharkt en in de groenbak gedaan, waarna je partner roept dat ze de heg bij de border gaat snoeien. (Ahhhhh…) Of… je hebt net het verzamelde afval uit de keuken keurig en milieubewust verdeeld over de buiten bakken met restafval, plastic, papier en groen, waarna partnerlief een nieuwe lading plastic of papier in de keuken deponeert. Dan denk ik: “Zeg even wat je plannen zijn”. De reactie van Joyce is dan steevast: “‘Je had het ook kunnen vragen”. (Indachtig wat ik in de eerste alinea schreef) Wanneer ik vanavond mijn echte naam hoor roepen: “Zeg Ger….!” dan weet ik dat ze dit heeft gelezen.

Cultureel of culinair: Deze week was het tijd voor het culturele dagje van Joyce en Lia. Lia en Henk wonen in Epe op een boerderij. Wij logeren er wel eens een weekje of wat in de extra woning op hun erf. Nadat wij na mijn eerste operatie in 2015 weer voorzichtig een korte vakantie aandurfden, kwamen wij toevallig bij hen terecht. Sindsdien is er een warme band tussen ons ontstaan en gaan wij regelmatig even langs. Ik schreef daar al eerder eens over. Twee keer per jaar organiseren de dames voor elkaar een cultureel uitje in de eigen woonomgeving. Dat alles redelijk culinair ingebed. Je vraagt je wel eens af of de bedoeling nou culinair of cultureel was.

Marius van Dokkum (1957): Dit keer had Lia een bezoek bedacht aan het museum van Marius van Dokkum in Harderwijk. Het is het enige geregistreerde museum in Nederland waarvan de schilder nog leeft. Marius van Dokkum schildert portretten, stillevens en vrije onderwerpen. Het gaat meestal over eenvoudige mensen in hun eigen leefomgeving. Mensen die ondanks hun eigenaardigheden toch sympathiek overkomen.
Het werk van Van Dokkum wordt gekenmerkt door de vele details. Er is zoveel op te zien. Vaak hebben zijn schilderijen iets humoristisch. Van Dokkum is van mening dat humor het werk toegankelijker kan maken. Hij is een verteller, hij zoekt naar manieren om zijn indrukken weer te geven op een anekdotische manier. Met humor, soms neigend naar grappen en grollen in de tradities van 17de eeuwers zoals Jan Steen en de gebroeders Adriaen en Isaac van Ostade, boertig – om het oude woord te gebruiken – met toch hier en daar een boodschap. Maatschappijkritiek en relativering zoals Nederlandse kunstenaars de eeuwen door op het lijf is geschreven. Aanrader wanneer je een keer Harderwijk aandoet.

O ja Henk als je dit straks leest: Joyce heeft jouw uitnodiging om weer eens een paar dagen te komen logeren overgebracht. En natuurlijk samen een stukje fietsen en een hapje eten. Zodra de zon Epe en omgeving weer verwarmt, maken wij graag gebruik van het aanbod.

Diëtiste: Omdat de kans bestaat dat ik op enige termijn aan de dialyse moet, heeft mijn nefroloog een afspraak voor mij gemaakt met een diëtiste voor een kennismakingsgesprek. Dit gesprek is op verzoek van de diëtiste omgezet in een telefonisch consult omdat ze verkouden is. Woensdagochtend 10.00 uur. De telefoon gaat:

  • Ger: “Met Ger Gritter”;
  • Diëtiste: “Met E., diëtiste van het Spaarne”;
  • Ger: “Goedemorgen”;
  • Diëtiste: “Weet u waarom ik bel?”;
  • Ger: (Die denkt dat ik ze niet op een rijtje heb, even meespelen) “Ja hoor, omdat wij dat hebben afgesproken”;
  • Diëtiste: “Ha, ha, ha, die is gevat. Maar weet u ook waarom wij dat hebben afgesproken?”
  • Ger: (Die geeft niet op, nou ik ook niet) “Ja hoor, omdat u verkouden bent en daarom een face-to-face gesprek in het ziekenhuis te riskant vindt. Wel vreemd, dat het nu wel kan, want toen ik dat al eerder voorstelde was zoiets onmogelijk”;
  • Diëtiste: “Dat klopt, maar nu kan het niet anders”.
  • Ger: (Je bedoelt natuurlijk dat het jou beter uitkomt) “Apart, want tijdens corona was het heel gewoon en vond iedereen het prima. Scheelde een hoop gereis en wachttijd”‘;
  • Diëtiste: “Dat was Corona. Maar weet u waarover dit gesprek gaat?”
  • Ger: (Dit wordt een lang gesprek) “Jazeker, omdat mijn nefroloog u opdracht heeft gegeven met mij in gesprek te gaan i.v.m. mogelijke dialyse”;
  • Diëtiste: “Ja, maar weet u wat u mankeert? Kunt u mij dat vertellen?”;
  • Ger: (Zucht, dat staat voor uw neus in het dossier): “Omdat mijn laatste nier het bijna begeeft”;
  • Diëtiste: “O, en weet u waardoor dat komt?”;
  • Ger: (Hoezo zou ik dat niet weten na 20 jaar bezoeken aan een nefroloog): “Ik zal het u maar uitleggen.” (anders wordt het wel een heel lang gesprek);
  • Etc, etc.

Sommige zorgverleners denken bij voorbaat dat bij een gepensioneerde met wit/grijs haar ook meteen een verregaande vorm van dementie optreedt. In het gesprek gaan ze ook meteen hard en gearticuleerd spreken, omdat ze denken dat je hardhorend bent en de helft anders niet begrijpt. Ze kijken ondertussen met zo’n begripvolle blik naar de echtgenote (als die erbij zit), want dan kan die het allemaal nog eens goed doornemen met het slachtoffer. Ik snap het niet. Ik ben slechts 69, heb ze allemaal op een rijtje en sta nog volop in een vrij druk leven. Kan zo’n diëtiste natuurlijk niet door de telefoon zien, maar toch. Ga er eerst vanuit dat het slachtoffer ze allemaal nog keurig op een rijtje heeft en pas je toon pas aan wanneer je het idee krijgt dat dat niet zo is. Het werd op deze manier een lang gesprek van drie kwartier, waarin ik steeds weer moest bewijzen dat ik 100% normaal ben. De conclusie was dat ik mijn eetpatroon prima voor elkaar had en ze mij verder niets hoefde te adviseren. Het enige waar ze niet van bijkwam was dat ik regelmatig bij het ontbijt een boterham met appelmoes eet. Deed ik als kind ook. Lekker fris. Ehhhh….zou het dan misschien toch …?

Begrafenis: Er zijn van die onderwerpen die de mens liefst voor zich uit schuift. Zoiets als je begrafenis bijvoorbeeld. Zelfs ik, die toch redelijk vaak in de gevarenzone heb gezeten en blijft zitten, heb er nog weinig over vastgelegd. Komt ook misschien omdat het mij niet zo boeit. Als het zover is, komt het vast wel goed. Joyce daarentegen is er met tussenpozen wel mee bezig. Er bestond al jaren een draaiboek, maar er is sinds een week een nieuwe versie. Joyce gaat voor minimalisme. Bij overlijden een kaartje en haar lichaam rechtstreeks naar het crematorium. Liefst zonder kist. Geen bloemen, want zonde van ieders geld. Crematie kan binnen 32 uur geregeld zijn. Geen plechtigheden die een gezelschap in een krap uurtje moet afwerken omdat de volgende alweer klaar staat. De mooie verhalen die bij zo’n plechtigheid horen, hoort ze liever bij leven. Eenmaal dood, neemt ze er toch niks meer van mee. Dus ik zou zeggen, begin maar vast aan de speech! (ha,ha).

Ik moest even aan het idee wennen. In eerste instantie kon ik mij er niet zo in vinden, hoewel het er natuurlijk niet toe doet wat ik ervan vind. De nabestaanden behoren de wens van de overledene nu eenmaal te respecteren. Het leek mij echter een beetje kaal allemaal. Natuurlijk is het allemaal wat gehaast bij zo’n afscheidsbijeenkomst. Mooie verhalen rond de kist en een stuk of wat favoriete muziekjes van het slachtoffer, condoleren en dan door voor een drankje of hapje. De belangstellenden hebben het vooral leuk met elkaar. Voor een gesprek met de nabestaanden is nauwelijks gelegenheid. Dat komt later of natuurlijk niet. En toch vind ik dat wel een mooie herinnering. Wanneer ik aan naaste familieleden denk die ons zijn ontvallen, dan borrelt bij mij toch het beeld op van dat laatste afscheidsmoment. Misschien geen vreugdevolle herinnering, maar wel een mooie. Toen de plannen van Joyce bij mij wat waren ingedaald, nam mijn realisme en creativiteit het over. Want, waarom verloopt het afscheid bij de meeste overledenen op dezelfde manier? Simpel omdat we het zo gewend zijn. Over een andere vorm denkt bijna niemand na. In dat kader kan ik iedereen aanraden eens een bezoek te brengen aan ‘Museum tot Zover’ bij de begraafplaats ‘De Ooster’ in Amsterdam. Het museum vertelt over verleden, heden en toekomst van onze omgang met de dood. Het nationaal funerair erfgoed en de moderne uitvaart in het multiculturele Nederland van nu staan hierin centraal. Wij waren er een paar jaar geleden op een regenachtige dag. Paste wel goed bij de stemming. Ook een bezoekje aan een open dag in een crematorium is best leerzaam. Deden wij een paar jaar terug in Haarlem en de verhalen waren absoluut niet vervelend. Leuk om al die protheses, pacemakers en andere voorwerpen te zien die de oven hadden overleefd. Uit mijzelf had ik het misschien niet gedaan, maar met Joyce kom je nog eens ergens.

Al met al heb ik het draaiboek deze week in de week gelegd bij Jasper. En in alle creativiteit hebben wij een oplossing gevonden voor het herinneringsmoment. Joyce wil graag op het strand uitgestrooid worden (kijk daarna dus uit waar je jouw handdoekje neerlegt). Dus na afloop een vrolijke herdenkingsbijeenkomst in een strandtent. Kan toch iedereen zijn verhaal kwijt, is het ergste verdriet wat geweken en is er tijd genoeg om met iedereen een praatje te maken. Ook de nabestaanden een mooie herinnering rijker.

In het programma ‘De Kist‘ (waarin BN-ers over de dood praten) gaf André van Duin nog een verhelderende tip die de keuze van Joyce nog sterker maakt. In zijn geval ging het weliswaar over ‘je lichaam aan de wetenschap schenken’, maar dat kwam op hetzelfde neer. Wanneer iemand sterft volgen voor de nabestaanden dagen van veel geregel waarbij het verdriet steeds weer aangewakkerd wordt. Al was het maar omdat iedereen erover met je in gesprek gaat. Een snel persoonlijk afscheid en verder even niets, zorgt er volgens van Duin voor dat je sneller weer het leven oppakt. Of het zo is, zal de tijd leren, maar ik kon mij er wel iets bij voorstellen. Ik denk dat Joyce het dus goed bedacht heeft en kan mij er inmiddels helemaal in vinden.

Ook al schreef ik eerder dat ik er niet zo mee bezig was, speelt er door mijn hoofd wel een idee. In ons plaatselijke ‘Suffertje’ staat elke week een column van een begrafenisondernemer in Haarlemmermeer. Een tijdje terug ging dat over een bijzondere wens van iemand die wist dat zij ging sterven. Kort voor overlijden organiseerde zij de afscheidsplechtigheid zoals die zou zijn als ze overleden was. Alleen nu was ze er zelf nog bij. Kon ze dus iedereen nog even zien, de mooie woorden over haar zelf aanhoren en een borrel meedrinken. En natuurlijk de hele tijd muziek in plaats van een paar obligate nummers als ‘Si tu partiras’ of ”Afscheid nemen bestaat niet’. (hoewel die laatste wellicht nu even niet kan). Vond ik goed bedacht van de betreffende dame. Mijn omgeving vindt dat plan maar raar. Oké, een dergelijk afscheid kan natuurlijk niet wanneer je niet meer toonbaar bent, er niet meer toe in staat bent of net onder de tram bent gekomen, maar ik vind het wel iets om te onthouden. Aanwezig bij je eigen afscheidsfeestje. Net als in het echte leven. Waarom niet? Wat is er gek aan? En mocht dit plan niet haalbaar zijn, dan ga ik mee in het plan van Joyce. Misschien is het allemaal anders dan anders, maar de platgetreden paden pasten al bij leven niet zo bij ons, dus ook niet bij de dood.

Klussen met Jas: Deze week weer een middagje Jasper geholpen bij het klussen. Vind ik iedere keer weer zo leuk. Hoe simpel een klus ook mag zijn. Wij kunnen prima samenwerken. Ik zie zijn aandachtige blik wanneer ik iets oplos met een trucje. Trucjes die ik via een klusprogramma of soms aldoende heb opgepakt. Zo leerde ik het ook van mijn vader. Als kind van een jaar of twaalf kon ik daardoor b.v. al behangen. Het is grappig te zien dat mijn drie kinderen in hun jonge jaren weinig affiniteit hadden met klussen, terwijl ze nu enthousiaste klussers zijn. Dochter Masha is de klusser in haar gezin, zoon Jeroen zet op het bungalowpark en de camping die hij beheert, moeiteloos chalets in elkaar of plaatst er keukens in. En sinds Jasper samenwoont is er ook bij hem een soort renovatiedrang naar voren gekomen. Echt leuk om te zien.

Zondag apart: Joyce ging deze zondag met haar moeder naar de 91e verjaardag van een tante. (zus van haar vader). Dat leek mij een goede gelegenheid om zelf naar het Teyler Museum in Haarlem te gaan. Joyce had hier toch geen belangstelling voor. Ik was er één keer eerder geweest. Zo’n 35 jaar geleden met mijn kinderen Masha en Jeroen. In mijn herinnering een stoffig museum met vooral stenen, mineralen, fossielen, oude instrumenten en schilderijen. Altijd leuk om de kinderen iets over te vertellen. In 35 jaar kan er veel veranderen, dus wilde ik het museum nog een keer bekijken. Het is een museum voor wetenschap en kunst en tevens het oudste museum van Nederland. Het pand stamt uit 1784 en draagt de naam van Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778), een rijke Haarlemse laken- en zijdefabrikant en bankier. Teyler had een grote belangstelling voor kunst en wetenschap. Bij testament liet hij zijn enorme collectie en vermogen na aan de Teyler Stichting. Bij de uitvoering van het testament werd besloten om een centrum voor kennis en onderwijs te stichten achter het woonhuis van Teyler. Dat is nu het huidige museum. Ik werd verrast door de rijen mensen die een bezoek wilden brengen. Gevolg was wel dat er geen audiotoer beschikbaar was en ook de speciale lab-presentatie was uitverkocht. Dan maar alleen rondkijken. Nou dat was snel klaar. Nog steeds dezelfde stoffige inhoud als 35 jaar geleden. Het huis van Teyler was wel nieuw voor mij. Na een half uur stond ik alweer buiten. Beetje teleurgesteld, dat wel. Maar ach, met de museumkaart kun je er geen buil aan vallen.

Dat was het weer voor deze week. Tot volgende week.