De Touwsnijders van Tzum: In haar niet aflatende speurtocht naar vakanties en bungalowparken, stuitte Joyce deze week op een bungalowpark in een dorpje nabij Franeker, Tzummarum geheten. Vroeger noemde met dit Friese terpdorp Tzum (spreek uit: Tsjom). Die naam riep in mijn herinnering een mooi verhaal op. Altijd al dol geweest op sagen, mythen, legenden en volksverhalen. Dit volksverhaal heb ik mijn hele leven onthouden: ‘De Touwsnijders van Tzum’. Joyce kende het niet en voor wie het ook niet kent hierbij het verhaal.
Tzum lag vele eeuwen geleden dicht bij de Middelzee, die destijds als een lange slurf diep het Friese land in drong. Tzum was een van de vele terpen die zich hier langs de Noordzeekust uitstrekten. Wanneer je op het perron van het stationnetje van Franeker staat, zie je in het zuiden, midden uit het lage Friese land, een toren van buitengewone hoogte oprijzen. Het is werkelijk een toren als een reus. Hij komt met zijn spits bijna tot aan de wolken en je begrijpt eerlijk gezegd niet hoe men in een dorp als Tzum (want daar hoort hij thuis) aan zo’n hoge toren komt. Ja, het moet zelfs de hoogste toren van Friesland zijn. Of het zo is, kan ik je niet zeggen. Maar als je hem daar ziet staan, zo kloek en fier tussen de kleine huizen aan de voet, dan wil je het graag geloven. Volgens de overlevering zou de bouw precies twaalf maanden, twaalf weken, twaalf dagen en twaalf uren hebben geduurd. En toen had Tzum de hoogste dorpskerktoren van Friesland. Vanaf de mat van de begane grond tot de trans 42 meter en van de trans tot het uiterste puntje van de spits 30 meter, dus in totaal 72 meter. Aan die toren is een merkwaardige geschiedenis verbonden.


Je begrijpt natuurlijk wel, dat men in verschillende andere plaatsen maar wat jaloers was op die Tzummers met hun hoge toren. Maar ja, het gaat nu eenmaal moeilijk, op een bestaande toren nog ’n nieuwe spits te bouwen. In de zeventiende eeuw wilde men in Oldeboorn, dat even ten Oosten van Akkrum aan de Boorn ligt, een nieuwe kerktoren bouwen. Oldeboorn is één van de oudste dorpen van Friesland. Volgens de overlevering zou Bonifatius in 754 op weg naar Dokkum, waar hij later werd vermoord, eerst hier zijn tenten hebben opgeslagen. Veel van zijn volgelingen zouden bij dit dorp gedoopt zijn. Het dorp ligt aan weerszijden van een bocht in het riviertje de Boom en heeft ongetwijfeld aan dit riviertje zijn naam te danken. De Boom mondde vroeger in de Middelzee uit. Toen er dus een nieuwe kerktoren moest komen, zeiden de bewoners van dat plaatsje tegen elkaar: “Wij hebben nu een mooie gelegenheid om de allerhoogste toren van Friesland te bouwen. Hij moet ook hoger zijn dan die van Tzum.” “Nog hoger dan die van Tzum? Dat gaat toch niet?” “Al scheelt het maar een el. Dat is al voldoende.”
Maar nu moest men in Oldeboorn eerst weten, hoe hoog die toren van Tzum eigenlijk was. En om dat te weten te komen, reisden twee Oldeboorners met een lang touw, een lange “line,” zoals men een touw in Friesland noemt, naar het kleidorpje met zijn hoge toren. “Mogen wij jullie toren eens meten?” vroegen ze aan de Tzummers. “Uitstekend, uitstekend,” antwoordden die. Ze waren blij, dat die mannen zoveel belangstelling voor hun prachtige toren hadden. Maar ze vroegen óók: “Wat voor bedoeling hebben jullie daar eigenlijk mee?” – “Dat zullen we jullie eens gauw vertellen,” antwoordden de Oldeboorners. “Wij bouwen bij ons in Oldeboorn een nieuwe toren en dat moet de hoogste van heel Friesland worden. Daarom meten wij de toren van Tzum en maken die van ons een el hoger.” “Daar heb je gelijk in,” zeiden de Tzummers. Maar ze vonden het toch een vervelende geschiedenis. Ze wilden graag de hoogste toren van Friesland houden. Toen klommen de beide Oldeboorners naar het topje van die verschrikkelijk hoge toren van Tzum en ze lieten de line, waaraan ze een steen hadden bevestigd, zakken tot hij de grond raakte. Toen werd er boven in het touw een knoop gelegd en wisten de Oldeboorners precies hoe hoog die toren van Tzum was. Maar de Tzummers waren ook niet van gisteren.
Toen de Oldeboorners weer beneden waren gekomen, zeiden ze tegen hen: “Moeten de heren soms wat gebruiken in de herberg? Jullie zult wel moe zijn van die klimpartij.” Alsjeblieft. Of de heren moe waren. Ze gingen met de Tzummers in de herberg, kregen wat te eten en te drinken en praatten met hun vriendelijke gastheren over het gewas, het vee en de torens. Terwijl men gezamenlijk, broederlijk iets zat de drinken en ook het paard voor de wagen nog van water en hooi werd voorzien, klauterden een paar man van Tzum in de wagen en sneden ze een flink stuk van het meettouw af. “Nu gaan we weer naar huis,” zeiden de Oldeboorners, nadat ze een uurtje in de herberg hadden gezeten en ze gingen op weg. “Veel plezier met je toren,” riepen de Tzummers hen lachend na.
Toen de mannen in hun dorp waren aangekomen, begon men meteen met de bouw van de toren. Hij zou heel anders worden dan die van Tzum: niet zo stoer en stevig, maar opengewerkt, vrolijker en luchtiger, en… een el hoger natuurlijk. In ieder geval werd hij een el langer dan de line, die de reizigers uit Tzum meebrachten. Toen de nieuwe toren klaar was, riepen de Oldeboorners trots dat hun toren de hoogste van heel Friesland was. Maar de Tzummers wisten heus wel beter, want die hadden van het touw meer dan een el afgesneden.
Spoedig wist heel Friesland van deze malle geschiedenis. En nog steeds noemt men de Oldeboorners “toermietters” of torenmeters, en de Tzummers hebben de bijnaam “lyntjesniders” of touwsnijders. En dat hebben ze ook heus wel verdiend!
Wat bedoelt de piloot? Wie wel eens vliegt, hoort de piloot voor vertrek altijd roepen: “Cabin Crew: Arm Slides” of bij landing: “Cabin Crew: Disarm slides”. Net als ik nam je het vast voor kennisgeving aan. Toen wij weer eens waren opgestegen deze week, vroeg Joyce aan mij wat het nou eigenlijk betekende. Dus maar eens even opgezocht. Het heeft te maken met de deuren van het vliegtuig en de glijbanen (slides) die bij noodlandingen worden gebruikt. Wanneer bij een noodlanding de deuren geopend worden, klappen automatisch de glijbanen uit. Dat wil je natuurlijk niet wanneer de deuren opengaan voor catering of passagiers uitstappen. Dus voordat de deuren opengaan, geeft de piloot de opdracht aan de crew om de glijbanen te ontkoppelen. (disarm slides). Bij opstijgen moeten ze echter weer gekoppeld worden (arm slides). Dan nog opdracht:”Cabin Crew: Cross check”. Dat betekent dat er gecontroleerd moet worden of de glijbanen echt ge- of ontkoppeld zijn. Vaak wordt er zolang de glijbanen gekoppeld zijn, op de ramen van de deuren een rood kruis geplakt, om te voorkomen dat iemand van buitenaf de deuren alvast opent. Pas na ontkoppeling en alles veilig is, hoor je de piloot zeggen: “Cabin Crew: Doors may be opend”.
McDonalds: Dat ze in Amerika qua rechtspraak soms knettergek zijn zal niet nieuw voor je zijn. Je kent ongetwijfeld het verhaal waarin een een vrouw haar hondje na het wassen in de magnetron stopte om het beestje te drogen. Het beestje overleefde het helaas niet, waarop de vrouw een rechtzaak aanspande tegen de producent van de magnetron. In de handleiding stond namelijk niet vermeld dat hondjes niet gedroogd mogen worden in een magnetron. Je verwacht het niet, maar de vrouw won de rechtzaak. Je ziet in Nederlandse handleidingen ook steeds vaker waarschuwingen m.b.t. wat je er absoluut niet mee moet doen. Ik denk dan vaak: ‘Dat had ik niet eens kunnen bedenken’, maar ja, de fabrikant dekt zich in. Deze week deed de rechter uitspraak in een zaak waarin een vrouw McDonalds aanklaagde. De vrouw had McNuggets in de McDrive gekocht voor haar dochtertje. Het kind had er eentje laten vallen in haar kinderstoeltje en dat leverde een brandwond op aan het been. De vrouw klaagde McDonalds aan, omdat haar kind nu voor het leven verminkt was omdat McDonalds haar niet gewaarschuwd had dat warme nuggets brandwonden op je huid kunnen veroorzaken. De rechter gaf de vrouw gelijk. Echt van God los. Gelukkig laat McDonalds het er niet bij zitten.
Portugal: En dan is het tijd voor de Algarve. Na het Spaanse Barcelona in januari en Álora in maart, dit keer weer eens naar Portugal. Toch ook wel een favoriet land. Wij bezochten al eerder Lissabon en Porto (en omgeving) en vierden er een paar vakanties in de Algarve (Fuseta en Olhos de Agua). Een heerlijke streek met een prachtige kust. Onze vlucht vertrekt keurig op tijd op donderdagmiddag om 17.40 uur en een paar uur later rijden wij met onze huurauto richting Eden Resort. Wij arriveren er nog net voor de ergste duisternis intreedt. Eden Resort blijkt daadwerkelijk een schitterend resort met alle voorzieningen die je maar kunt bedenken. De appartementen zijn super de luxe. Op vrijdag doen wij het lekker rustig aan met een dagje zwembad. Het resort heeft drie zwembaden, waarvan eentje voor ‘adults only’. Hier dus geen gezinnen met luidruchtige kinderen. Wij hebben het zwembad bijna helemaal voor onszelf. Heerlijk. ‘s Avonds rijden wij naar Albufeira, hier vlakbij, voor een heerlijk diner. Verder moet je Albufeira maar lekker links laten liggen, want het is er door de vele bars, het terrein van massa’s luidruchtige Engelsen die zich schaamteloos gedragen. Wat maken die gasten toch altijd een herrie. Overigens stikt het er van de Engelse gezinnen met kinderen in alle leeftijden, die net zo luidruchtig zijn. Moeten die kinderen niet naar school? denken wij dan.






Zaterdag 13 mei: De Portugese kust is schitterend. Vandaar bezoekjes aan wat mooie plekjes. Wij rijden een kleine 30 kilometer naar Portimão met zijn prachtige rotsformaties en door de zee uitgesleten doorgangen. Vervolgens naar de zeegrot van Benegil. Helaas kun je de grot vanaf het vasteland niet bereiken. Daarom maken wij later deze vakantie een boottocht naar deze en andere grotten. Derde plek is ‘Senhora da Rocha’ (Lady of the Rock). Het is een in zee uitstekende rotspunt met een kapelletje. Hier vinden trouwerijen plaats. Op de heenvlucht spraken wij een Nederlandse dame die in Portugal woont en op deze plek Nederlandse stellen trouwt. Wij sluiten de dag af op ons resort met een heerlijke duik in het zwembad. Daarna een avondmaal in een naburig restaurant. Joyce is flabbergasted van het heerlijke maal met o.a. Black Angus medaillons en cheesecake met blueberries. Zij wil de kok via de eigenaar van de tent complimenteren voor zijn kookkunst: “My compliments to the cock!” Dat laatste woordje heeft natuurlijk een heel andere betekenis dan de vertaling van ‘kok’. Ik deed maar even of ik er niet bij hoorde.














Zondag 14 mei: Op de laatste dag van deze ‘Week van…’ rijden wij naar Olhos de Áqua, een plaatsje niet ver van ons resort. De naam betekent ‘Ogen van water’. Onder het strand bevinden zich zoetwaterbronnen. Bij eb wordt dit natuurverschijnsel zichtbaar en qua vorm lijken de bronnen dan op ogen. Olhos de Áqua was in 2014 onze eerste kennismaking met de Algarve, waar wij verbleven in het prachtige resort Alfagar. Het wordt vandaag een stranddag. Wij leggen onze handdoeken uit in een mini-baai omringd door hoge rotsen. Wel de vloed in de gaten houden, want anders kom je niet meer terug. Wat is het hier toch schitterend. Na een heerlijk terrasje keren wij terug op het resort om nog even te zwemmen. En dan zodadelijk uit eten. Weer naar die ‘cock’ van gisteren. Ik hoop dat hij vergeetachtig is. Nog een volle week te gaan, dus ‘Até próxima semana’



Plaats een reactie