Na openen mail, klik je op de titelbalk (De week van…) om naar mijn blog te gaan. Foto’s helemaal zien door erop te klikken)
Het is altijd weer leuk om bij te praten met oud-collega’s. Deze week een spontaan bezoek van Froukje. Wij werkten een kleine twintig jaar samen op zowel Tovercirkel als Merlijn. Inmiddels is zij verhuisd naar Leeuwarden, maar dat vormt geen belemmering voor het contact. Natuurlijk hebben wij het dan wel weer even over het onderwijs. Al moet gezegd dat ons onderwijsgeheugen achteruitgaat. Wij moesten enkele keren internet raadplegen wat ook weer de namen waren van bepaalde programma’s en collega’s. Wij waren het erover eens niet meer terug te willen voor de klas.
Gezondheid: Met name de wat oudere oud-collega’s beginnen wat slijtage te vertonen. Liet het onderwijsgeheugen Froukje, Joyce en mij deze week in de steek, ook mijn goede vriend en oud-collega Henk kampt met fysieke problemen. Hij krijgt komende maand een nieuwe heup. En ook Joyce ontspringt niet langer de dans. Deze week een MRI-scan gemaakt van de knie. Resultaat: ernstige slijtage. Een nieuwe knie zit eraan te komen, maar voorlopig wordt geprobeerd het met fysio op te lossen. En voor de derde keer steekt de kanaalstenose (dichtgroeien ruggenmergkanaal) de kop op. Inmiddels twee keer met succes aan geopereerd en de derde keer komt eraan, gelet op de klachten. Was overigens voorspeld. De neurochirurg had het bij de vorige operatie meteen willen meenemen, maar dat vond Joyce nog niet meteen nodig. Maar in dit geval komt van uitstel dus geen afstel. Zwager Paul heeft inmiddels de chemokuren en bestralingen achter de rug. De tumor in zijn long is daardoor flink geslonken. Komende maand wordt de rest van de tumor en een stuk long weggenomen. Ingrijpend. Morgen mag ik weer het scanapparaat in om te zien of mijn tumoren nog steeds stabiel zijn. Altijd weer spannend.

Het Dolhuys: Joyce trok er woensdag op uit met onze vriendin Lia uit Epe. Twee keer per jaar houden zij een cultureel en culinair uitje. Deze keer kon eindelijk het Dolhuys in Haarlem bezocht worden. Het stond al een paar jaar op de lijst, maar het is niet alle dagen open en een grote verbouwing zorgde ook voor uitstel. Het Dolhuys is een voormalige leprozerie en dolhuis, waar vanaf de 16e eeuw krankzinnigen werden verpleegd en sinds 2005 Museum van de Geest gehuisvest is. Het museum heeft als belangrijkste thema de psyche en geest van de mens in al zijn facetten. Het oudste gedeelte van het complex dateert uit 1320 en was in eerste instantie in gebruik als melaatsenoord. Het complex lag in die tijd buiten de stadsmuren omdat leprapatiënten werden geweerd uit de steden. De Haarlemse leprozerie was daarnaast een officiële schouwplaats: leprapatiënten uit geheel Holland werden hiernaartoe gestuurd om geschouwd te worden. Als ze werkelijk lepra hadden kregen ze een ‘vuilbrief’ (bewijs van ziekte) mee die hen het recht gaf te bedelen en te wonen in een leprozerie in hun eigen woonplaats. Leprozen met een vuilbrief kregen een klepper waarin het Haarlemse stadswapen was gegraveerd. In 1559 (na het verdwijnen van lepra) werd het huis verbouwd en ingericht als dolhuis en werden er ‘krankzinnigen’ gehuisvest. Kalme patiënten konden vrij rondlopen, voor lastige patiënten, ‘dollen’, werden er veertien dolcellen met een getraliede deur, een houten krib en een poepdoos ingericht. Een luikje boven in een cel zorgde voor licht en lucht. In 2002 werd Museum van de Geest | Dolhuys opgericht. Vier organisaties voegden hun historische collecties samen in een nieuw museum. In 2005 opende het Dolhuys haar deuren voor het publiek en kon het museum een stem geven aan verhalen die tot dan toe niet werden gehoord. Een onderdeel van het Museum van de Geest | Dolhuys zijn de cellen voor de ‘dollen’ (uit de 16e eeuw), die nog volledig intact zijn. Het museum richt zich op mentale gezondheid en de geschiedenis van de psychiatrie. Het Museum van de Geest | Dolhuys is een zogenoemd belevingsmuseum: het gaat niet om de verzameling voorwerpen, maar om persoonlijke ervaringen en verhalen. Het museum geeft daarnaast een overzicht van hoe er door de eeuwen heen met ‘gekte’ werd omgegaan. Naast de vaste tentoonstelling zijn er wisselende exposities. Bezoekers kunnen zichzelf testen: ‘Hoe normaal ben jij?’.








Tante Til strikes again: Joyce stortte zich op een nieuwe schilderklus. Dit keer de radiator-ombouw in ‘haar kamertje’. Wederom met ongekend enthousiasme. Helaas was het resultaat wederom wat teleurstellend. “Het lag natuurlijk aan de verf en de ombouw zelf”. Ja, ja! Voornaamste oorzaak: te veel druk bij het rollen en te weinig verf gebruiken. Ik was een enthousiast volger van het programma Eigen Huis en Tuin. Ik leerde van klusjesman en alleskunner Thomas hoe je het beste met een verfroller aan de slag gaat. “Laat de roller het werk doen”, was zijn advies. Gewoon laten rollen zonder er kracht op te zetten, omdat je anders de verf er weer net zo hard afveegt en een vlekkerig resultaat krijgt. En natuurlijk: gebruik voldoende verf. Gelukkig viel het werk van Joyce ook deze keer te corrigeren. Maar dit keer had mijn vrouwelijke Rembrandt wel een beetje gelijk, want er bleven toch kleine plekjes die zelfs na vijf keer rollen, vreemd opdroogden. Maar wie het niet weet, ziet er niks van.
Wasgij?: Nu het herfstweer ons weer wat meer binnenshuis houdt, hebben wij ons gestort op de ‘senioren’ activiteit puzzelen. Legpuzzels bedoel ik dan. Ons bezoek aan de tentoonstelling van Jan van Haasteren in het stadsmuseum in Harderwijk werkte inspirerend. Ik had nog een paar nieuwe in de kast liggen. Nu ik mijn eigen werkkamertje heb, kan ik de boel lekker laten liggen. Joyce had alle van Haasteren puzzels verkocht en koos voor een vergelijkbare puzzelserie: Wasgij? met als titel ‘Sands of Time’. Die bleek toch een beetje anders dan de van Haasteren puzzels. De afbeelding op de doos bleek namelijk niet in de doos te zitten. Dat was geen vergissing, maar de bedoeling. De afbeelding (een druk strand) laat de situatie zien zoals deze twintig jaar geleden was. De puzzel in de doos is echter dezelfde situatie in het heden. Die moet je dus raden aan de hand van het oude plaatje. Bijna niet te doen, zo moeilijk. Ik hoorde Joyce dan ook regelmatig verzuchten dat het niet meeviel. Toen ze er de brui aan wilde geven, vond ik gelukkig een afbeelding met de oplossing. Vanaf dat moment werd het wat minder lastig, maar nog steeds moeilijk. Er ontstond een soort gevoel van: ‘Ik wil en zal het oplossen’. Inmiddels zijn wij een week verder en hebben wij (toch maar samen) de nodige uren besteed aan deze puzzel. Hij is af. Volgende keer weer toch maar weer gewoon een puzzel volgens het plaatje op de doos.




Israelisch/palestijsconflict: De geweldadigheden tussen Israel en de Palestijnen zal niemand ontgaan zijn. Iedereen heeft er ook een mening over. Jammer genoeg leiden die meningen tot polarisatie. Ondanks de schreeuwende minderheid denkt de meerderheid er gelukkig genuanceerder over en veroordeelt de geweldadigeden van beide partijen. Een oplossing is er niet zolang er groepen zijn als Hamas en slechte leiders als Netanyahu. Om het conflict beter te begrijpen, verdiepte ik mij in de achtergronden. Het is een uitzichtloos geschil dat al eeuwen duurt. De kiem van het conflict is al gezaaid in de Romeinse tijd. Tussen 70 en 135 na Chr. werden de Joden door de Romeinen verdreven uit hun land, dat ze ook toen Israël noemden. Het conflict handelt om het land tussen de rivier Jordaan en de Middellandse Zee waarop zowel de Israëli’s als de Palestijnen aanspraak maken. De Joodse inwoners noemen het gebied Israël, de Arabieren Palestina. Ondanks allerlei overheersers, bleven er altijd Joden wonen in het gebied. Eind 19e eeuw ontstond een Joodse beweging die streefde naar een staat voor het Joodse volk. Hun nationalisme noemden ze zionisme, naar de Bijbelse berg Zion die stond voor Jeruzalem. In de tijd van de opkomst van het zionisme heette Israël Palestina. Het lag nu in het Ottomaanse rijk. In 1883 vestigden zich er de eerste zionistische Joden. In 1936, toen de Britten de macht in de regio inmiddels van de Ottomanen hadden overgenomen, woonden er 400.000 Joden, dertig procent van de bevolking in Palestina. En nu komt de kern van het conflict: de Arabieren die al in het gebied woonden, waren niet blij met de Joodse toevloed. De Joden stonden echter sterk, want in 1917 had de Britse minister van Buitenlandse Zaken Artur Balfour verklaard dat zijn regering ’de vestiging van een nationaal tehuis voor het Joodse volk’ in Palestina ’gunstig gezind is’, de beroemde Balfour-verklaring. De Britten bestuurden in die tijd het gebied. De fanatieke zionisten wilden de Britten weg hebben en begonnen een terreurcampagne tegen hen, waarna de Britten zich terugtrokken uit het gebied. Op 14 mei 1948 riep de zionistische leider David Ben Goerion de onafhankelijkheid van het aan de Joden toebedeelde grondgebied uit. Daarop vielen de legers van zes buurlanden de jonge natie binnen. Deze Onafhankelijkheidsoorlog eindigde in 1949 in een nieuwe verdeling van Palestina, ten nadele van de Palestijnen. Israël had het aan hun toebedeelde stuk van Noord-Israël veroverd, Jordanië de hele westelijke Jordaanoever alsmede het oosten van Jeruzalem en Egypte de Gazastrook. Dit had een verstrekkend gevolg: een Palestijnse staat was onmogelijk geworden. En nog erger: zo’n 700.000 Palestijnse Arabieren moesten vluchten (circa 160.000 bleven en vormen nu de Arabische bevolking van Israël); de Joodse bevolking van Oost-Jeruzalem werd verjaagd en Joden in de Arabische staten werden het land uitgezet. De vluchtelingenproblematiek, waar de regio nog steeds mee kampt, was geboren. De Joodse uitwijkelingen gingen naar Israël, terwijl de Palestijnse terechtkwamen in kampen. De meesten belandden op de Westoever, maar ook in de toen Egyptische Gazastrook, Transjordanië, Syrië en Libanon, landen die de Palestijnen overigens liever kwijt zijn dan rijk. In 1948 nam de VN resolutie 194 aan waarin werd besloten dat vluchtelingen naar hun huizen, die nu in Israël lagen, terug konden. Degenen die dat niet wilden, zouden worden gecompenseerd. Omdat er nooit een vredesverdrag tussen Israël en de Palestijnen is gesloten, is er van de resolutie weinig terecht gekomen. Daardoor leeft een deel van de Palestijnen nog steeds in kampen. Hun voorouders, de eerste vluchtelingen, zijn inmiddels overleden. De Palestijnse vluchtelingen vormen het grootste obstakel voor een vredesregeling. De Palestijnen eisen dat die allemaal terug kunnen naar hun voormalige woonplaatsen. Voor Israël is dat een onmogelijke eis omdat de inmiddels tot vier miljoen zielen gegroeide Palestijnse vluchtelingenpopulatie haar Joodse inwoners tot een minderheid zou degraderen. Omgekeerd staan de circa 600.000 Israëlische kolonisten op de Westoever en in Oost-Jeruzalem eveneens een vreedzame oplossing in de weg. Daarnaast is de status van Jeruzalem een struikelblok. Voor zowel Israël als de Palestijnen is de stad van groot religieus belang vanwege de Tempelberg. Daarop stond ooit een heilige Joodse tempel, die in 70 naChr. door de Romeinen is verwoest, en bevinden zich nog steeds de moskeeën Al Aqsa en de Rotskoepel. Het ziet eruit als een onoplosbaar probleem. Ooit, ten tijde van de zesdaagse oorlog in 1967 stond heel Nederland achter Israel. Door het geweld dat Israel nu gebruikt, verliezen ze die steun.

Tot volgende week.

Plaats een reactie