Ook deze week kwamen er nog een aantal profielen van de DISC test binnen. Ik voel mij bijna bezwaard door de gedachte dat lezers zich misschien moreel verplicht voelden om de test te doen. Was zeker niet mijn bedoeling. De test is gewoon om jezelf nog wat beter te leren kennen of bevestigd te zien wat je al wist. Verder kwamen er de nodige verzoeken voor de besproken boeken. Toch ook weer leuk dat ik kennelijk een leesprikkel heb kunnen geven.
Tjalf Sparnaay: Wij hebben ons getrakteerd op een prachtig boek van kunstschilder Tjalf Sparnaay. Wij leerden het werk van Tjalf vijf jaar geleden kennen in Museum Jan in Amstelveen. Wij waren gelijk diep onder de indruk. Tjalf is een meesterschilder, vooral op het gebied van fotorealisme. Zijn schilderijen lijken op foto’s. Hij schildert met name over etenswaren, van zoutvaatjes tot ketchupflessen en van moorkoppen tot een zak patat met mayonaise.
Tjalf kreeg op 12-jarige leeftijd een doosje olieverf en toog zonder enige kennis aan het schilderen. Binnen de kortste keren maakte hij schilderijen in de stijl van het impressionisme van de Haagse School. Hij vond het schilderen geweldig, maar koos toch voor de Academie voor Lichamelijke Opvoeding en werd gymleraar in Amsterdam. Maar hij gaf zich ook over aan wat hij het liefste deed, namelijk schilderen. Het werd een artistieke zoektocht om zijn eigen stijl te vinden. Hij kocht olieverf maar pakte ook zijn fototoestel om op straat te fotograferen. Met zijn lens registreerde hij de wereld. In zijn atelier schilderde hij landschappen in de stijl van Carel Willink. Daar zat echter niemand op te wachten. Vervolgens bracht hij schilderkunst en fotograferen samen door de typisch Amsterdamse straatbeelden die hij had gefotografeerd uit te vergroten en te schilderen. Daarnaast ontwierp hij zo’n 200 ansichtkaarten voor Art Unlimited. Tjalf fotografeerde ook etenswaren, zoals een boterham met hagelslag, een hamburger en bami met een gebakken eitje. Ondertussen werd Tjalf gegrepen door het boek ‘Photorealism’ van Louis K. Meisel. Dat boek zorgde ervoor dat hij het onderwijs verliet en definitief koos voor het schilderen. Hij begon een eigen galerie en hing er zijn schilderijen op met etenswaren. Voor de opening maakte hij voor de grap een schilderij van een gebakken ei. Het schilderij werd nog voor de opening van de galerie gekocht en ook al zijn andere schilderijen vlogen de deur uit. De rest is geschiedenis. Tjalf had zijn eigen stijl gevonden. Wanneer je in de buurt van Amstelveen bent, ga dan beslist even naar Museum Jan in het oude dorp van Amstelveen. De jubileumtentoonstelling ‘Tjalf Sparnaay: The bigger picture‘ over zijn 40-jarige carrière loopt tot 16 juni 2024. Ik weet zeker dat je het fantastisch vindt. En voor een paar tientjes heb je dat prachtig boek van bijna 200 pagina’s gevuld met zijn schilderijen.











‘Zwarte tanden: Behalve Tjalf Sparnaay exposeert ook Lisa Konno in Museum Jan. Zij combineert Japans porselein met textiel. Met haar werk reflecteert ze op schoonheidsidealen in zowel Japan als Nederland. De tentoonstelling laat een film zien waarbij Japanse vrouwen haar gewaden dragen en waarbij hun gebit zwart is gemaakt. Dat ‘triggerde’ mij, dus eens even gaan speuren. Wat blijkt? Een zwart gebit was het schoonheidsideaal voor getrouwde vrouwen en geisha’s (gezelschapsdames) in Japan. Het begon zo’n 800 na Christus en liep door tot de jaren 20. Dunne wenkbrauwen, een rood pruilmondje en een hagelwit gepoederde huid, zo zag de ideale vrouw eruit in het oude Japan. Omdat je tanden erg gelig bij zo’n witte toet afsteken, kun je ze maar beter zwart verven. Dat laat ook je witte huid beter uitkomen. Japanse vrouwen kleurden hun tanden zwart zodra ze het huwelijksbootje instapten. Voor de rijkere, tandenloze Japanse vrouw waren er zwarte protheses beschikbaar. Zwarte tanden stonden voor trouw. De Samoerai hadden in de eeuwen daarvoor dezelfde gewoonte. Ze maakten hun tanden zwart als teken van trouw aan hun meester. Ook meenden de Japanners dat het verven hun tanden beschermde. Of dat echt zo was, dat is de vraag. Maar ‘zwart’ camoufleerde rottende tanden in elk geval prima. Voor een zwart gebit moesten vrouwen hun mond spoelen met de kleurstof ‘Ohaguro’. Die werd gemaakt van stukken ijzer die in thee of sake werden gekweekt. Het ijzer ging oxideren, waardoor het water uiteindelijk zwart werd. Lekker was het spoelmiddel niet. Om de smaak wat te maskeren werden kruiden als kaneel of anijs toegevoegd. Na een paar behandelingen trok de zwarte kleur in het tandglazuur. Japanse vrouwen vinden nog steeds dat hun witte tanden te veel afsteken bij hun bleke gelaat. Mede hierom lachen Japanse dames vaak met hun handen voor de mond, zodat de tanden onzichtbaar blijven

Klussen in Voorthuizen: Joyce had andere afspraken, dus trok ik er dinsdag alleen op uit om zoon Jeroen te helpen met schilderen. Op donderdag stond de nieuwe parketvloer geprogrammeerd, dus moesten de muren van huis- en zijkamer voor die dag nog even snel een tweede laag krijgen. Terwijl ik mij op de muren concentreerde, nam Jeroen de plafonds voor zijn rekening. Het resultaat mocht er zijn. Inmiddels ligt de vloer erin en kan er gewoond worden. Daarmee is het werk nog lang niet af. Komende dinsdag trekt klusteam Joop & Fritz weer gezamenlijk naar Voorthuizen voor het sauzen van de gang en de keuken. Daarna wacht nog de gehele verdieping (of eigenlijk souterrain) met slaapkamers, trappenhuis, hal en badkamer. Voorlopig nog even werk aan de winkel. Deze week na het schilderen nog even genoten van jongste kleinkind Tessa.

Airbus: Deze week mijn LEGO-project ‘Airbus’ afgerond. Resultaat een prachtige reddingshelikopter bestaande uit 2000 onderdelen met een lengte van maar liefst 72 cm. In het binnenste van de helicopter heb ik een ingewikkeld mechaniek van raderen gebouwd. Ook ingebouwd een motor, waarmee het raderwerk in beweging komt en de rotorbladen gaan draaien. Inmiddels heeft zoon Jasper gezorgd voor een nieuwe uitdaging in de vorm van de Oriënt-Express. Een prachtig bouwwerk van ruim 2500 onderdelen met een lengte van 1.16 meter. De LEGO projecten worden hier dus steeds groter qua omvang. Ik voel een ruimteprobleem in mijn werkkamer aankomen.


Honing: De Keuringsdienst van Waarde onderzocht deze week ‘honing’. Daaruit bleek dat vrijwel alle honing bestaat uit een klein deel bijenhoning aangevuld met Chinese suikerstroop. Soms wel tot 75 %. Eigenlijk alleen honing van imkers is echt 100 % bijenhoning. Daar betaal je dan ook voor. Reken op € 40,- per kilo. Een bij moet 4000 bloembezoeken afleggen voor een lepeltje honing. En dan zijn bijen ook nog vier maanden bezig om er honing van te maken. Dus is de prijs niet zo gek. Dus dat potje honing van nog geen € 5,- in de supermarkt is nep. Wel gek is de keuring van honing. De enig toegestane, maar verouderde, keuringsmethode in de EU kan die suikerstroop namelijk niet waarnemen. De Chinese producenten zijn vernuftig in het produceren van suikersiroop die zeer lastig op te sporen is als het eenmaal is gemengd met honing. Ze vinden telkens een nieuwe manier om het onopvallend bij te mengen. Methoden die wel aantonen dat suikerstroop is gebruikt, worden op dit moment niet geaccepteerd. Ook hier geldt, net als vorige week met de olijfolie: ’Wij worden genaaid’. Voor de hele aflevering zols gebruikelijk de link: https://npo.nl/start/serie/keuringsdienst-van-waarde/seizoen-24/honing_3/afspelen
Tot volgende week.


Plaats een reactie