Watskeburt
Huis leeg: De eerste paar weken van oktober hebben wij het leegruimen van het huis van (schoon)moeder Jopie afgerond. Best nog wel een klusje. Wat na verkoop en kringloop overbleef, hebben wij naar de vuilstort gereden. 31 oktober was de inspectie en sleuteloverdracht. Na eerder Amstelveen (mijn vader) is nu ook Aalsmeer geschiedenis.
De bomen zijn weer geknot: Was het vorige maand nog nodig onze dak-platanen te toppen, nu moesten ze geknot worden. Op advies van een tuinman doen wij dat altijd net voor de bladval. Het voorkomt dat de tuin wordt bedolven met bladeren. Al 20 jaar klim ik er voor op mijn laddertje, maar deze 21e keer nam Joyce de snoeischaar over. Niet alleen omdat ze mij wilde ontlasten, maar ook omdat ze het als een leuke taak zag, die ze ook wilde leren. En zo raak ik weer een taak en wat eigenwaarde kwijt (snif), maar wel lief van mijn stoere tuinvrouw.


Pillen: Ik slik nogal wat pillen. Het begon 25 jaar geleden met eentje, maar naarmate sommige organen minder goed functioneren, dan wel verwijderd zijn, groeit het aantal stug door. Vroeger verbaasde ik mij erover hoeveel pillen mijn moeder slikte, maar inmiddels voel ik mij haar gelijke. Qua pillen dan. Er gaan de hele dag de nodige wekkers om mij eraan te herinneren dat het weer pillentijd is. Deze week maar weer een goed gevulde zak opgehaald bij mijn apotheek. Het zijn er lachwekkend veel en dan is dit nog niet eens alles. Ik kan voorlopig weer een paar maanden vooruit.

Op de fiets: Het mooie weer verleidde ons nog tot enkele fietstochten. De eerste voerde ons rond het dorp de Lage Vuursche. Daar hebben wij vaker gefietst. De tweede tocht was echter een grote verrassing, nl. ‘de creatieve stadsbossen van Almere’ (zie: Fietsknooppunten netwerk) . Bij de Flevopolder denk je al gauw aan grote open vlaktes, maar verrassend genoeg is er een erg mooie bosroute met grillige paadjes. En passend doe je nog wat delen van Almere aan. Ook op de route het complex van ‘Stichting Aap’. Een bezoekje waard. Het werkte inspirerend want Joyce moest natuurlijk ook weer op de boomstammen klimmen.
Kunst 10-daage Bergen: In voor- en najaar zijn er tegenwoordig tal van kunstroutes. De ene keer werk je de route vanwege uitgestrektheid per fiets af, andere keren kan het te voet omdat de route in een dorp of stadscentrum is uitgezet. Bekende en compacte kunstroutes vind je o.a. in Ootmarsum (eind augustus) en Bergen (eind oktober). Haarlem noemt het ‘Kunstlijn’ (2/3 en 9/10 november) en in Hillegom heet het ‘Atelierroute’ (9/10 november). Na de route in Haarlemmermeer, dit voorjaar, bezochten wij in oktober de ‘kunst-10 daagse’ van Bergen. Zo’n 300 kunstenaars stelden in dit kunstenaarsdorp op 160 locaties hun werk ten toon. Ons bezoek werd verpakt in prachtig zonnig weer, waardoor het gezellig druk was en het bezoek aan dit mooie dorp al meteen een pleziertje was. Vanwege de drukte kon je parkeren aan de rand van het dorp en met een shuttlebus het laatste stukje afleggen. De locaties waren gelukkig allemaal in en rond het centrum, dus goed te belopen. Allemaal goed geregeld. Veel prachtige kunstwerkjes vonden wij op onze route. Het is iedere keer weer verrassend te zien hoeveel creativiteit er in deze (vaak) hobby-kunstenaars zit. Het inspireert ons altijd weer om gelijk thuis aan de slag te gaan. Zo wil Joyce nu kleine schilderijtjes gaan maken van platte steentjes en schelpen. Eigenlijk simpel, maar erg leuk (zie voorbeeld). Schelpen zijn er aan onze Noordzeestranden wel te vinden, maar het vinden van platte steentje is een kunst op zich. Die steentjes tref je namelijk vooral langs Franse rivieren als b.v. Dordogne. Daar moeten wij dus eerste een vakantie aan verbinden. En passend brachten wij een bezoek aan het plaatselijke museum. Kleinschalig met een kijkje in het leven van vroeger. Uiteraard een terrasje gepakt en afgesloten met (hoe kan het ook anders wanneer Joyce erbij is) een grote zak friet met mayo.






As verstrooien: Er zijn van die activiteiten die je (gelukkig) niet te vaak onderneemt. Zoals b.v. het verstrooien van as. Mijn vader overleed vorig jaar op 23 december en na de wettelijke wachttijd stond zijn as vanaf begin dit jaar bij mijn broer thuis te wachten op verstrooien. Wij wilden dat niet laten plaatsvinden op het bekende anonieme strooiveld bij het crematorium. Maar waar dan wel? Na rijp beraad kozen wij voor de rivier de Zaan in Zaandam, ter hoogte van het Vissershop. Dat is een wijk in Zaandam. Vroeger stond het bekend als een zwaar ‘rode’ arbeiderswijk, een soort opstandig Asterix en Obelix dorp qua mentaliteit. Mijn vader werd geboren in 1925 in Den Haag, maar verhuisde al snel naar het Vissershop. Zijn ouders hebben daar hun verdere leven gewoond en ik ken de plek in mijn geboorteplaats als geen ander. Er ligt zelfs een plaquette in de straat waar mijn oma Gritter op vermeld staat. Buurvrouwen noemden elkaar ‘buus’. Ook de andere twee genoemden kende ik goed. Buus Melk was de liefste. Zij woonde naast mijn oma, breide regelmatig een trui voor mij en vroeg mij vaak binnen voor een kopje thee en een koekje of snoepje. Buus van Duuren, een zeer belezen en serieuze dame, was regelmatig boos op mij, wanneer mijn bal weer eens in haar tuintje terecht kwam. Inmiddels is de oorspronkelijke wijk afgebroken en er is een nieuwe wijk voor in de plaats gekomen. Een soort kopie van de oude wijk met huizen in dezelfde stijl. Alle straten lopen hetzelfde als vroeger en de oude straatnamen zijn er gewoon weer opgeplakt. Alsof de tijd heeft stilgestaan, maar toch in een nieuw jasje. Het voelt vertrouwd. Af en toe rijd ik er nog wel eens doorheen.
Goed, weer terug naar de as. Afgelopen zomer heb ik mijn geboorteplaats Zaandam weer eens per fiets doorkruist op zoek naar alle plekjes uit mijn jeugd. Verder heb ik de Zaan ter hoogte van het Vissershop aan beide zijden afgespeurd naar een geschikte plek voor het verstrooien van de as. Zoiets is natuurlijk niet helemaal of eigenlijk helemaal niet legaal, maar het gebeurt erg vaak tegenwoordig. Je wilt dan toch een beetje uit het zicht van bewoners en voorbijgangers blijven. Je wilt ook niet dat de as meteen tegen de oevers komt te liggen. Een bootje zou dus uitkomst bieden. Maar waar vind je dat zo snel? Ik zag een kleine sloep liggen pal naast de plek waar mijn vader als kind gewoond had. Dus besloot ik de eigenaar aan te spreken en mijn bijzondere verzoek aan hem te doen. Tot mijn verrassing kende de oude man mijn vader nog uit zijn jeugd. Hij was te porren voor het idee zijn boot beschikbaar te stellen om de as midden op de Zaan te verstrooien. Wij spraken een datum af. Pal voor deze datum overleed echter de schoonvader van mijn broer, wat uitstel betekende. Toen ik de botenman belde voor een nieuwe afspraak werd de man boos op mij. Hij had zich enorm verheugd (?) op het verstrooien en ik verstoorde zijn pretje. Tja, onze lieve heer heeft soms rare kostgangers. Gelukkig heb ik altijd een plan B. Ik had tijdens mijn verkenningstocht een paar alternatieven in kaart gebracht, waaronder een aanlegsteiger die een flink stuk uit de oever lag. Precies tegenover het Vissershop. Daar gaven wij mijn vader ‘zijn vrijheid’ terug. Gelukkig stond de wind de goede kant op. Na afloop hebben wij in het centrum van Zaandam zijn leven gevierd met een hapje en een drankje. Vergeef ons de blije gezichten bij deze ‘soort van plechtige’ activiteit.





Kerst: Je kunt er niet snel genoeg mee beginnen. De grote Kerstshow bij Global Garden (Haarlemmermeer) was nog geen dag oud of wij stonden gewapend met een grote boodschappenkar klaar. Na vele jaren een zwarte boom met zwarte en zilveren ballen, wilden wij weer eens helemaal opnieuw beginnen. De zwarte boom waren wij via Marktplaats binnen twee dagen kwijt en op dezelfde snelle manier vonden wij in Amsterdam een vrijwel nieuwe groene boom van zo’n twee-en-een-halve meter. Onze zitkamer is drie-en-een-halve meter hoog, dus dan moet je wel een beetje boom neerzetten. Ruim dertig jaar geleden begonnen wij met roze versiering, daarna werden het beren en strikken (nog steeds het leukst), vervolgens alles klassiek rood en tenslotte dus vele jaren zwart en zilver. Na een middagje kerstshow keerden wij met een flinke hoeveelheid rode ballen (sommige met witte accenten), sparretjes, belletjes, strikken, etc. huiswaarts. Het kriebelt om de nieuwe boom alvast op te zetten, maar het is nog iets te vroeg.
De Grote Schijn
Men neme een aardedonker stuk bos, zet er een route uit en breng het in sprookjessfeer met allerlei lichteffecten en fantastisch atmosferisch geluid. Het resultaat: ‘De Grote Schijn’. Dit moet je echt zien. Zo geweldig bijzonder en zo mooi. Je vindt het in het Kralingse Bos in Rotterdam. Wij waren er deze week en keken onze ogen uit. Je loopt een route van een paar kilometer in anderhalf uur en overal om je heen gebeurt van alles. Bomen die sprookjesachtig en kleurrijk oplichten, filmische effecten in de boomkruinen, rookpotten die van kleur verschieten, een duister koor (aan het eind) en langs de gehele route atmosferische muziek van Daniel Seip (A current orbit), waardoor je je in het heelal waant. In het donker loop je het risico elkaar uit het oog te verliezen. Joyce waant zich op zo’n moment een blij elfje dat van enthousiasme van links naar rechts gaat fladderen met haar camera. Dat ik er ook nog ben, vergeet ze dan nog wel eens. Voor mij opletten geblazen. Overigens zijn je ogen aardig snel aan de duisternis gewend en omdat de route is afgezet, kom je elkaar vanzelf weer tegen. Nog tot en met aanstaande zondag 10 november te zien. Parkeren kan vlakbij in de P&R garage. Vandaar is het nog 13 minuten lopen. Prijs is voor 65+ € 15,-. Ben je jonger dan betaal je € 20,25. (Klik bij het kijken van het filmpje even op het schermblokje rechtsonder om alles in groter formaat te zien)
Van de meester en de juf: ter lering en vermaak

Roodbont vee en koeienapotheek: Ik heb altijd gedacht dat het Fries stamboekvee zwartbont van kleur was en met trots uit Friesland kwam. Dat herinner ik mij tenminste van de plaatjes en teksten uit schoolboeken uit mijn jeugd. Onlangs kwam ik er via Huub Stapel (Het vuur van de Friezen – NPO Start) achter dat dit niet klopt. Het Friese rund ontstond nadat Friese en Bataafse runderen met elkaar gekruist werden, en groeide uit tot een geweldig melkras. In de Middeleeuwen kwamen in Nederland vooral roodbonte koeien voor. Halverwege de 18e eeuw brak in Nederland de veepest uit, waardoor met name de roodbonte koeien het niet overleefden. Om de veestapel aan te vullen werden er zwartbonte runderen uit Sleeswijk-Holstein ingevoerd. Deze runderen werden gekruist met de overgebleven roodbonte koeien. Doordat zwartbont dominant is over de roodbonte kleur, verdween al na één generatie de roodbonte kleur. Werd er af en toe toch een roodbont kalf geboren uit een zwarte koe, dan werd dat niet gewenst en verdween via de achterdeur. Een aantal fokkers ging wel door met het fokken van roodbonte Friese runderen. Nederlandse koeien waren in de 19e eeuw populair in het buitenland vanwege hun hoge melkproductie. In de Verenigde Staten werd met deze Nederlandse koeien verder gefokt. Ze kregen de naam Holstein-Friesian. In de tweede helft van de 20e eeuw kwamen deze Amerikaanse afstammelingen van Nederlandse koeien terug in ons land, omdat ze inmiddels meer melk gaven dan de Nederlandse rassen. Sindsdien is de zwartbonte Holstein-Friesian het belangrijkste koeienras in Nederland. Toch wordt tegenwoordig het roodbonte ras weer vaker gefokt. Met name de biologisch-dynamische bedrijven laten zien dat het niet alleen een gezonder ras is, maar ook het mestprobleem is ineens minder problematisch. Deze koeien krijgen b.v. geen krachtvoer om de melkproductie op te voeren. In plaats daarvan zijn de grasvelden rijker en gevarieerder van samenstelling. De koeien geven weliswaar minder melk en zorgen dus voor minder inkomsten voor de boer, maar de kostenbesparing op krachtvoer maakt dat weer goed. Door minder krachtvoer is er ook minder mest. Deze boeren gebruiken geen antibiotica. Daarvoor in de plaats hebben zij op hun land een koeien-apotheek. Dat is een lange strook met zo’n 25 boomsoorten als b.v. meidoorn, kruisbes, etc. Koeien weten van nature welke blaadjes of distels ze moeten eten wanneer zij zich niet goed voelen. Het herstel duurt iets langer, maar is veel beter dan de antibioticaspuit. Ik vind het een vondst.
Memory Lane – Ger
Na het scannen van alle foto’s van de ouders van Joyce, heb ik de afgelopen weken de fotovoorraad van mijn ouders doorgespit. Weer twee grote kratten gevuld met zo’n 35 fotoalbums in alle formaten. Album voor album leeggehaald, waarbij ik er wel achter kwam dat mijn vader i.p.v. fotolijm een lijm had gebruikt die Bison-kit kwaliteit had. Tjonge, jonge wat zaten ze vast. Maar met wat gereedschap toch alle foto’s er heelhuids uit gekregen. Van de ruim 3000 foto’s overleefden ongeveer 1800 de definitieve selectie. Die zijn inmiddels gescand. Een tijdrovend klusje, dat wel. Alleen nog een herinneringsalbum van maken en dan ligt, na het herinneringsalbum van de Hoogervorsten, ook dat van de Gritters klaar. Hoewel ik de meeste foto’s wel kende, blijft het altijd leuk om te zien hoe je er als kind uitzag. Hieronder een paar afbeeldingen die beginnen in 1953 en eindigen rond 1966.









Ger-Inneringen
Tovercirkel: Ik werkte van 1974 tot 1987 als leerkracht bovenbouw op drie scholen. De eerste drie jaar in Zwanenburg op de Prins Bernhardschool, daarna tot 1985 in Hoofddorp op de Windwijzer en aansluitend in dezelfde plaats nog tot 1987 op De Bosrank. Op alle drie de scholen vervulde ik ook de rol van plaatsvervangend hoofd en later adjunct-directeur. Ik vroeg nooit om die rol, maar werd er iedere keer voor gevraagd. Waarschijnlijk omdat ik altijd wel betrokken was en wilde zijn bij organisatie en ontwikkeling binnen het team. Maar wat je ook bijdraagt, het straalt uiteindelijk af op de directeur. Dus wilde ik in die rol een eigen school leiden. Ik solliciteerde een aantal keer, maar eindigde telkens als tweede. Frustrerend, omdat de functie iedere keer om voor mij onbelangrijke redenen naar de ander ging. De eerste keer in Genemuiden, vond de inspecteur in de sollicitatiecommissie mijn handschrift niet methodisch genoeg. (een sollicitatiebrief schreef je toen nog met vulpen). In Reusel werd ik te jong bevonden. In Den Ilp zag men mij meer als leider van een grote school. In Almere had men liever iemand uit de eigen omgeving. Net toen ik het op wilde geven, werd ik door mijn eigen bestuur benaderd om mee te solliciteren voor die baan op een nieuw te bouwen school in Hoofddorp. Ook hier kwam het dus weer vanzelf op mijn pad. Ik doorliep de procedure vrij gemakkelijk en de rest is geschiedenis. Het was echt leuk om vanaf de eerste bouwtekening mee te mogen denken met de architecten. Het wordt dan toch een beetje jouw gebouw. De naam kwam ook uit mijn koker. Dat werd Tovercirkel, omdat ik het onderwijs aan kinderen toch wel enige magie vond hebben. Na een jaar bouwen en drie maanden noodgebouw startten wij in 1987 dan echt op de nieuwe locatie. In een lang lint wandelden wij, verkleed als sprookjesfiguren, van nood-locatie naar nieuwbouw. Een mijlpaal in mijn werkzame leven en dat van Joyce. Wij zouden er 16 jaar doorbrengen. Achteraf gezien was het misschien wel mijn mooiste tijd en had ik er nooit weg moeten gaan. Vooral omdat ik het gebouw niet hoefde te delen met andere scholen, zoals later in Nieuw Vennep wel het geval was. Daardoor was er ook minder concurrentie en meer rust. De Tovercirkel bestaat inmiddels 37 jaar en directeur nummer vijf (na mij), treedt binnenkort aan. Het is een duiventil geworden waar niemand het kennelijk langer dan vijf jaar volhoudt. Hierbij wat plaatjes uit die tijd. En ook hier droeg ik, net als later op mijn volgende nieuwe school Merlijn, al een tovenaarsmantel. Joyce herken je als toverfee.


















