Watskeburt
Shunt: Het is deze maand weer tijd voor veel dokters-en ziekenhuisbezoeken. Joyce is verder voorbereid op haar staaroperatie in het Haga ziekenhuis in Den Haag. In ons eigen Spaarne ziekenhuis is verder onderzoek gedaan naar haar versleten knie. Een eerdere scan heeft uitgewezen dat de knie versleten is, maar de co-assistent heeft zonder de scan te bekijken, het zelfingenomen idee dat het een ontsteking is. Daar was hij niet vanaf te brengen. Dus eerst weer het hele circus door van pijnstillers en ontstekingsremmers. Waarschijnlijk is het operatiebudget voor 2024 bijna op en moet e.e.a. gerekt worden tot na nieuwjaar. Mijn laatste scan liet zien dat slechts één tumor weer is gaan groeien. Daar werken mijn chemopillen dus niet meer genoeg voor. Nieuwe optie is bestralen. Deze week hoor ik of dat kan, omdat de tumor in de buurt zit van mijn slokdarm. Die moet natuurlijk niet beschadigd raken. Als het niet kan, dan wordt het toch waarschijnlijk opereren. Al schijnt dat wel vrij risicovol te zijn. Omdat de andere tumoren in ruste zijn, mocht ik even pauzeren met de chemopillen. Dat is altijd zo’n heerlijk gevoel. Binnen een dag functioneert mijn lichaam dan weer normaal en kan ik alles weer eten en drinken. Alsof er een deken van mij afvalt. Op 3 december word ik ‘bezitter’ van een shunt. De verbinding van een ader met een slagader in mijn linkerarm. Aldus ontstaat een dikke aderkabel, waar een paar keer per week de naalden ingaan. Mijn bloed verlaat mijn lichaam dan tijdelijk om het te zuiveren van kwade stoffen. De dialyse komt dus weer een beetje dichterbij. Ik zeg bewust geen ‘trotse bezitter’, want liever had ik dit niet willen meemaken. Ik raak mijn bewegingsvrijheid ten aanzien van reizen voor een flink stuk kwijt. Even spontaan iets boeken, is er niet meer bij vanaf het moment dat de dialyse start. Daar baal ik enorm van. Mijn nefroloog wil volgend jaar een voorzichtig begin maken. Onder voorzichtig verstaat hij twee keer per week een uurtje of twee spoelen. Zolang ik mij echter goed voel, denk ik niet dat ik meteen meega met zijn voorstel. Ik rek het inmiddels al een aantal jaren en er heeft zich nog steeds geen moment aangediend dat het nodig was. Het naderende moment van vrijheidsverlies, zorgt er voor dat er een soort haastgevoel ontstaat. Haast om zoveel mogelijk gebruik te maken van de vrijheid die ik nu nog heb. Ik bedoel dan haast om te reizen. De laatste anderhalf jaar zijn steeds wel gebeurtenissen die dat bemoeilijken. Een paar weekjes de zon opzoeken is dan best moeilijk in te passen. Maar het is gelukt met een heerlijk zonnig bezoek aan Gran Canaria.







Gran Canaria: In november de zon opzoeken betekent dat vooral de Canarische Eilanden een optie zijn. We bezochten eerder Gran Canaria, Lanzarote, Fuerteventura en Tenerife. In eerste instantie hadden wij Lanzarote in het vizier, maar toen mijn broer Marcel aangaf naar Gran Canaria te gaan, leek ons dat ook een leuk idee. Weer eens een weekje samen optrekken. Onlangs had ik dat samen op pad gaan al eens geopperd en daar was Marcel enthousiast over. Ons laatste bezoek aan Gran Canaria dateert inmiddels uit 2000. Jasper was toen net 5 jaar. En zo gebeurde het dat wij zaterdagochtend 16 november rond 6.00 uur gezamenlijk aan boord gingen van onze vlucht naar La Palma. Om kwart over tien plaatselijke tijd landden wij, waarna nog een uurtje met de shuttle volgde om ons resort Radisson Blu in Puerto de Mogán. Wij konden helaas niet hetzelfde resort boeken. Broer en schoonzus zaten in Meloneras, ongeveer 20 minuten bij ons vandaan. Geen probleem verder, want je bent zo bij elkaar. Wij kregen een upgrade naar een prachtige kamer met eigen tuin en ligbedden aan het zwembad. Helemaal super. De rest van de eerste dag een beetje acclimatiseren en ons resort verkennen.
De vakantieweek betekende afwisselend zwembad en excursies. Zo verkenden wij gezamenlijk ons gezellige en kleurrijke havenplaatsje Puerto de Mogán. Het staat bekend als één van de meest schilderachtige dorpjes op het eiland en daar is geen woord van gelogen. Tijdens ons bezoek werd het dorp extra opgeleukt met een bodypaint evenement. Altijd leuk.











Op een andere dag bezochten wij samen het oude stadscentrum van Las Palmas. Om bij Marcel en Birgitta te komen, pakten wij de bus naar Meloneras, nabij Maspalomas. Op zich een kort stukje, ware het niet dat de buschauffeur ons in zijn enthousiasme alle bushaltes wilde laten zien. Deden wij toch een uur over slechts twintig kilometer. Alvorens de familie op te zoeken de boulevard met vuurtoren verkend. Sinds ons laatste bezoek in 2000 had de locatie een flinke opknapbeurt ondergaan. Toen vrij kaal, nu vol met hotels aan een fraaie boulevard. Bij hotel aangekomen stuitten wij op een onverzettelijke bewaker. Zelfs toen Marcel erbij kwam, wilde hij ons niet toelaten. Tja, wij zien er natuurlijk ook wel erg verdacht uit. Bij een andere ingang lukte het wel. Daarna met de auto naar Las Palmas. Hoogtepunt was letterlijk een bezoek aan de kathedraal, waar wij de torenklok beklommen. Nou ja ‘klommen’, de Canariërs hadden gelukkig een lift ingebouwd. Afsluitend een lekker terrasje en ‘s avonds afgesloten in een gezellig restaurantje in Puerto de Mogán.







Casa de Colón (vaste verblijfplaats Columbus






De derde excursie was een mooie rit naar Los Azulegos de Veneguera. Prachtig gekleurde bergen in de kleuren rose en pistachegroen. Bij de eruptie van de Tejeda vulkaan op het eiland mengden mineralen en gassen in de lava zich met vocht, waardoor de samenstelling en kleur veranderden in rose- en groentinten. Door erosie zijn die lagen zichtbaar geworden. De laatste dag genoten wij nog heerlijk van zon en zwembad bij een temperatuur van 29 graden.
Eten en drinken in ons hotelrestaurant ‘The Larder’ (betekenis: voorraadschuur) was fantastisch. Dagelijks konden wij aanschuiven bij een landen thema met de bijbehorende etenswaren. De buffetten waren overdadig. Tja, wel weer twee kilo aangekomen. Ieder hé! De avonden werden afgesloten met amusement.






Zaterdagmorgen weer de terugreis aanvaard en dan kom je aan het einde van de dag aan op een nat en koud Schiphol. Wel een overgang, maar wij kijken terug op een heerlijke week.
Icky: 15 November was het alweer een jaar geleden dat wij afscheid moesten nemen van onze Icky. Wij missen hem nog steeds.

Van de meester en de juf: ter lering en vermaak

Canarische Eilanden
De eilanden zijn ontstaan door onderzeese vulkanische activiteiten. In feite zijn het de toppen van onderzeese bergen, die zijn gevormd in verschillende perioden. Het oudste gevonden materiaal, omhooggestuwd vanaf de zeebodem, dateert van circa honderd miljoen jaar geleden, terwijl het centrale bergland tussen de dertig en tachtig miljoen jaar oud is. Lanzarote en Fuertaventura zijn vermoedelijk het oudst.

De naam Canarische Eilanden houdt verband met het Latijnse Canariae Insulae, wat hondeneilanden betekent. Oorspronkelijk werd deze naam alleen aan het eiland Gran Canaria gegeven. Over de reden van deze naamgeving verschillen de meningen. Volgens sommigen leefden er op het eiland veel grote honden. Anderen speculeren dat met de honden eigenlijk de zeehonden bedoeld werden die ooit in de oceaan rondom de Canarische Eilanden leefden. Een derde verklaring voor de naam is dat de oorspronkelijke bewoners, de Guanchen, honden als heilige dieren beschouwden.
De connectie met honden is terug te vinden in het wapen van de Canarische Eilanden, waar twee honden op afgebeeld zijn.
Vast staat dat de Canarische Eilanden in ieder geval niet vernoemd zijn naar de gelijknamige vogel, de kanarie. Het is andersom: deze vogelsoort is vernoemd naar de eilandengroep, waar ze nog in het wild voorkomt.
De vroegste geschiedenis van de Canarische eilanden is gehuld in mythen en legenden. Sommige zagen de eilanden als het verzonken Atlantis, anderen noemden ze de ‘fortuineilanden’ waar geen zorgen bestonden. Een vrij nauwkeurige kaart van de Egyptenaar Ptolamaeus gaf de Canarische eilanden weer als de rand van de wereld. Rond de tweede eeuw v.C. werden de eilanden bewoond door een groep immigranten uit Noord-Afrika. Deze groep, de Guanchen, zijn bekend als de oorspronkelijke inwoners van de eilanden. Maar een eeuw vroeger woonden er al mensen. Na de val van het Romeinse rijk werden de eilanden meer dan 1000 jaar door de Europeanen vergeten. Ze werden herontdekt door zeelieden uit het Middellandse zeegebied. In 1312 bereikte Kapitein Lanzarotto het meest noord oostelijke eiland. Dit eiland werd later naar hem vernoemd.
Langzaam werden de voordelen van de eilanden ontdekt en in 1402 begon de verovering op de Guanchen op Lanzarote. Twee jaar later veroverden de ‘conquistadores’ met weinig tegenstand de dunbevolkte eilanden El Hierro en Fuerteventura. De Portugezen volgden in de voetsporen van de Spanjaarden, echter de rivaliteit duurde tot 1479 met een verdrag dat de Canarische eilanden aan Spanje deed behoren. De daarop volgende jaren volgde een bloedige verovering van de rest van de eilanden. In 1483 Gran Canaria, vijf jaar later gevolgd door La Gomera, in 1495 Tenerife (dat het meeste tegenstand bood) en tot slot in 1496 La Palma.
Al spoedig groeide het aantal Europese kolonisten en daarmee de industrie. Suikerrietteelt gevolgd door de wijnhandel en bananenteelt hebben het ecologische systeem ernstig aangetast. Bossen werden gekapt waardoor erosie ontstond. Dit is vooral nog terug te vinden op Gran Canaria en Tenerife. Ook trok de groeiende economie piraten aan waardoor de eilanden regelmatig onder vuur kwamen te liggen. Na de dood van Franco in 1975 veranderde de machtsverhoudingen en in 1982 kregen de Canarische eilanden zelfbestuur. Plaatselijke autoriteiten bepalen nu het onderwijs, gezondheidszorg en het transport. Dit terwijl defensie, buitenlandse politiek en financiën bij de Spaanse regering liggen. Tegenwoordig komen 80% van de inkomsten uit het toerisme, hoewel de focus op de kleinere eilanden vooral bij landbouw en visserij ligt.
Memory Lane – Zondag
Ik heb mijn hele leven al een hekel aan de zondag. Oké, tegenwoordig minder dan vroeger en bij mooi weer heb ik er helemaal geen last van. Een dagje in de tuin of een fietstocht maken dan veel goed, maar de rest van het jaar word ik niet enthousiast wakker. Die beleving ontstond in mijn jeugd omdat op zondag het leven stilstond. Volgens onze lieve heer was dat ook de bedoeling, want na zes dagen hard werken om de aarde te scheppen, laste hij de zondag als rustdag in. Jammer. Winkels waren dicht en er was nauwelijks tv. Behalve Pipo de clown en Swiebertje op woensdag- of zaterdagmiddag, was er niets voor kinderen. Er werd weinig buiten gespeeld, vanwege zondagsrust en familiebezoek! Radio was er wel, maar natuurlijk niet voor kinderen. Om één uur ‘s middags ging de radio bij ons aan voor ‘de toestand in de wereld’ door meester GBJ Hiltermann. Daar luisterde heel Nederland naar. Een bijzondere man met een mooie, sonore stem, die elke zondag de situatie in de wereld duidde. Mensen wilden die actualiteit horen omdat er in die tijd nog spaarzaam nieuws binnen kwam via krant of radio. Het praatje van GBJ ging vaak over het Russische gevaar (ook toen al) en hoe goed de VS het wel niet deed. Als GBJ sprak moest iedereen in de huiskamer stil zijn, want zijn verhaal was belangrijk. Daarom hoor ik zelfs ruim zestig jaar later die stem nog helder in mijn hoofd. GBJ maakte zo’n 2000 afleveringen tussen 1956 tot 1999. Voor wie het zich herinnert, hieronder een tv-versie van de toestand in de wereld door GBJ.
Verder was er op zondag dus echt helemaal niets te doen. Ja, je kon als goed gelovige een paar keer naar de kerk. Daar deed ons gezin niet aan. Of bijna niet dan. Mijn vader was van huis uit hervormd en ten gevolge daarvan was ik gedoopt en behoorde eveneens tot deze geloofsgroep. Een enkele keer ging mijn vader op zondag naar de hervormde kerk (de Kruiskerk) in Amstelveen. Ik mocht dan mee. Het maakte wel indruk op mij. De preek zei mij niets, maar de bijbel verhalen vond ik mooi. Zodra het orgel inzette, overviel mij een euforisch gevoel. Misschien dat daar mijn liefde voor muziek is ontstaan en speel ik mijn halve leven al keyboard en regelmatig in de orgelstand. Ik probeerde als kind ook de liederen mee te zingen. Was nog een hele kunst, want met mijn kinderstem vond ik het lastig om de goede stemhoogte te vinden tussen al die volwassenen. Mijn vader zong enthousiast mee, maar zijn lage stem kon ik niet evenaren. Vrouwenstemmen om mij heen waren weer te hoog. Ik zong dus maar mee met degene op wie mijn oor gericht was. Ik vond het altijd knap dat de kerkgangers de gezangen schijnbaar moeiteloos konden meezingen. Terwijl ik er zeker van was dat ze de liederen nog zelden of helemaal niet hadden gehoord. Het foefje zit in het orgel, of eigenlijk de organist. Als je goed luistert, zet het orgel net een tel eerder in dan het volk zingt. Je wordt als het ware meegetrokken door het orgel dus. Na zo’n kerkdienst zat de halve zondag er weliswaar op, maar er was nog een flink stuk te gaan. Door de mooie bijbelverhalen, besloot ik naar de zondagschool te gaan. In de Groen van Prinsterenschool vlakbij ons huis, kon je tegen betaling van een dubbeltje luisteren naar een uurtje verhalen uit de Bijbel. Een beetje zoals Aart Staartjes vertelde in de tv -serie ‘Woord voor woord’. Dus op een populaire manier geschikt voor kinderen. De verhalen werden geïllustreerd met plaatjes op een viltbord. En er werd ook gezongen.
In mijn kindertijd werd er op zondagmiddag warm gegeten. Vond ik vreemd, want de rest van de week stonden de piepers gewoon om zes uur op tafel. Waarom op zondag dan niet? Dat kwam door het bezoek van of aan familie. Het autobezit was nog schaars, waardoor de meeste mensen per bus of trein reisden. Dat kostte veel reistijd. Kwam mijn oom Henk uit Haarlem, dan wilde hij weer tijdig de terugreis aanvaarden. Gingen wij naar opa en oma in Zaandam, dan betekende dat toch gauw ruim anderhalf tot twee uur reistijd. Eerst met de bus van Amstelveen naar het Centraal Station in Amsterdam, dan met de trein naar Zaandam en tenslotte met de stadsbus richting mijn oma. Het vervoer sloot qua tijd natuurlijk allemaal niet aan, dus vaak moest je ook nog lang wachten. Logisch dus dat er ’s middags warm werd gegeten, dan kon je tegen het eind van de middag met een goed gevulde maag naar huis. Mijn moeder en oma stonden dan vaak uren in de keuken, terwijl mijn vader het bezoek entertainde. Dat ging vaak gepaard met een wandeling. Ook zo’n geweldig tijdverdrijf voor kinderen. Misschien dat ik daarom nog steeds een broertje dood heb aan wandelen. Ik sprak er mijn broer deze vakantie over. Grappig dat hij hetzelfde onprettige zondagsgevoel heeft. Sterker nog, bij hem is het geluid van klepperende deksels op kokende pannen zodanig blijven hangen, dat hij zelfs nu nog geïrriteerd raakt wanneer hij dat geluid hoort op zondag. Daarom, altijd weer blij wanneer het maandag is. Dan werd het leven weer normaal.
Ger-Inneringen
Sinterklaas: de goede man is weer in het land. Behalve die constatering, heeft het voor ons verder geen betekenis meer. Nou ja, behalve dan het Sinterklaasjournaal met Dieuwertje (of nu dan Merel). Joyce is er nog steeds enthousiast over. Niet vanuit kinderlijk oogpunt, maar vanuit de humorvolle inbreng van bekende Nederlanders. Toch altijd een beetje geënt op actualiteit. Hoe anders was de beleving in onze onderwijsjaren. Joyce regelde (samen met collega Saskia) jarenlang de ontvangst van de Sint. Het moest natuurlijk altijd dreigen te mislukken en dan nog net goed komen. De ene keer was de Sint ergens in slaap gevallen, de andere keer ging hij zogenaamd naar de verkeerde school. Kortom altijd wel een humorvolle bak ellende. De leerlingen vonden het altijd geweldig. De voorbereiding betekende grote lol voor de organisatoren. Wij hebben best een aantal Sinterklazen versleten. De beste was Arthur van Dijk. Nu commissaris van de Koning in Noord-Holland, maar destijds nog wethouder in onze gemeente. Hij deed het vele jaren met mijn broer + buurvrouw Annemarie. Echt een komisch trio. De Sint hield de boel scherp onder controle en had de nodige humor voor de volwassenen. Maar we hadden ook enkele jaren de kroegbaas en zijn personeel van café het Zwaantje uit de Jordaan. Was wel lachen, gieren, brullen, maar de Sint had het clubje niet in de hand en viel tijdens zijn optreden constant in slaap. Zelf heb ik een paar keer met collega/vriend Henk voor Sint en Piet gespeeld. Wij werden meteen voor de leeuwen gegooid in 1971 op onze eerste stageschool de Meester Thielschool in Haarlem. Henk was de rustigste van ons beiden, dus voor hem de rol van Sint. Ik kon mij als Piet heerlijk uitleven. Het tweede jaar presteerde ik het om op een ronkende en rokende brommer de gymzaal met alle kinderen in te rijden. Tja, het zou nu niet meer kunnen, maar toen vond iedereen het prima. Joyce speelde Piet bij de intocht bij de brandweer in Haarlem. Na mijn vertrek als directeur zorgden Joyce en ik nog een paar jaar voor een Sint. Niemand minder dan Gerard, de schoonvader van mijn dochter.












Puzzel
Oplossing vorige keer: trouw – scan – koepel
Leer
Peilen
Status
Bijgewerkte versie
Software
Nieuws
Pleging
Is weten
Met twee maten
Opgedragen taak
Waarde bepalen
Identificatie
Tot volgende keer.








Plaats een reactie