Watskeburt
Kasteel Cannenburch: In het kader van hun gezamenlijke uitstapjes, reisde Joyce dit keer af naar vriendin Lia in Epe. Het uitstapje voerde naar Kasteel Cannenburch in Vaassen. Twee jaar geleden bezochten Joyce en ik dit leuke kasteel al eens, dus Joyce kon nogmaals knuffelen met de Maarten van Rossum uit die tijd. De meisjes gingen voor een speciale tentoonstelling rond ‘Stof en Structuur in Glas’. Uiteraard was het weer de vraag of de inwendige mens niet voorop stond, maar daar laat ik mij verder niet over uit. Ze hadden in ieder geval weer veel plezier met elkaar.







Dialyse: Drieëntwintig jaar kon mijn nefroloog het voor mij rekken middels medicatie, maar nu is het moment gekomen dat de nierfunctie te slecht is en dialyse dus onvermijdelijk. Het wegnemen van één van mijn nieren in 2015 vanwege niercelkanker maakte het er natuurlijk niet beter op. Mijn nefroloog schrijft het lange volhouden toe aan mijn sterke lichaam. Goede genen dus. Dat zat dan weer mee. De nierfunctie ligt, qua waarden, normaal tussen de 120 en 90. Voor iemand van mijn leeftijd rond de 60. Dat betekent dat ze nog voor 60 % werken. Bij 15% is sprake van gevaar voor nierfalen en moet je eigenlijk al dialyseren. Ik voelde mij echter zo goed dat het nog kon zakken tot 8%. Toen werd de vervuiling van het bloed te hoog. Ik voelde er nog steeds niks van, maar het gevaar op ontstekingen van vitale organen wordt dan te groot. Het eerste signaal hiervan kreeg ik met kerst, met als gevolg een ziekenhuisopname via de spoedeisende hulp. Het kwam weer goed, maar ik wist toen dat de dialyse machine onderdeel van mijn leven zou gaan worden. En dat werd door mijn nefroloog bevestigd. Ik had het nog een paar maanden kunnen uitstellen, maar of dat verantwoord zou zijn, was de vraag.
Op 21 februari werd ik voor het eerst aangesloten. Dat is nog een heel proces. Mijn shunt (prikader die als slagader is aangesloten) is vers, dus nog niet geheel ontwikkeld en daardoor van buitenaf minder zichtbaar. Daarom gebruikt men een echo apparaat om in de shunt de beste plekken te vinden om te prikken en de naalden te volgen die worden ingestoken. Die naalden! ‘Enorm’. Niet alleen lang, maar ook dik. Heel iets anders dan de naald waarmee normaal bloed wordt afgenomen. Het is even slikken en behoorlijk gevoelig wanneer ze je arm ingaan. Gelukkig is er ‘bananenspray’. Een enigszins verdovend goedje dat naar banaan ruikt en de huid wat verdoofd. Maar toch!! Zodra met de naalden de tapjes in je ader zitten, worden de slangen één voor één aangesloten. De machine is dan onderdeel geworden van je bloedsomloop en filtert vier uur lang je bloed. Het proces speelt zich af buiten de machine. De machine stuurt en bewaakt het proces. Je bloed gaat in kleine porties via een slangetje naar een klein reservoir aan de voorzijde van de machine en vervolgens naar een koker (links naast de machine). In die koker zitten filters die, net als een nier en met behulp van water, de afvalstoffen uit je bloed filteren. Daarna wordt het gezuiverde bloed weer teruggepompt in de shunt. De afvalstoffen gaan (net als bij urine) samen met het water het riool in. Helaas worden deels ook goed stoffen uitgefilterd. Dat betekent aanvullende vitaminepillen slikken en extra eiwitten in je voedingspatroon opnemen. Op de foto kun je de rondgang van het bloed enigszins zien.

Na vier uur begint het omgekeerde proces en nadat de tapjes eruit getrokken zijn, druk je gedurende een kwartier zelf de twee gaatjes in de shunt dicht. Het loslaten is nog steeds een beetje eng. Springt de shunt niet weer open? Dat overkwam mij al meteen de eerste keer. Keurig afgedrukt, pleister erop en jas aangetrokken. Toen voelde ik iets in mijn mouw. Jas uitgetrokken en ‘flatch’ het bloed spoot eruit. Vier verpleegkundigen schoten toe om eerste hulp te bieden. Tjonge, wat levert zo’n slagaderlijke bloeding een plas bloed op in korte tijd. Maar gelukkig kwam het goed. Wel een enorme bloeduitstorting. Ik heb nu wel iedere keer een zekere angst en ik durf mijn arm de eerste paar uur niet te belasten. En die verpleegkundigen maar zeggen, dat het eigenlijk nooit voorkomt. Het is als dat hondje dat je bijt, waarbij de eigenaar zegt: “Dat doet ie anders nooit”. Bij de derde dialyse ging het opnieuw fout. Nu prikten ze per ongeluk door de shunt heen. Een gaatje in de shunt die naar de binnenkant van je arm gericht is, kun je alleen niet goed dichtdrukken. Gevolg wederom een enorme onderhuidse bloeding. Je verliest dan toch even alle vertrouwen. Gelukkig gaat het de laatste zes keer steeds goed, maar ik blijf gespannen. Als dialysepatiënt heb ik recht op taxivervoer naar en van het dialysecentrum. Op zich een luxe, maar voorlopig is het sneller als Joyce mijn taxi-chauffeur is. Als het allemaal een beetje gewend is, wil ik zelf weer rijden. Al krijg ik daar nu nog geen toestemming van Joyce voor.

Inmiddels begin ik iedereen een beetje te kennen. Ik moet zeggen dat de verpleegkundigen ‘top’ zijn. Het zijn er door de wisseldiensten best wel veel en net als in mijn ‘schoolmeester tijd’ , prent ik alle namen in mijn hoofd. Dan klinkt het allemaal wat informeler wanneer je elkaar aanspreekt. Bij mijn tweede bezoek riep een stem: “Hé, meester Gritter”. Het bleek Angela, een oud-leerling van mijn laatste school. Ik herkende haar meteen, ook al was het inmiddels zo’n 20 jaar later. Angela is de helft van een tweeling. Angela en Any kwamen met hun ouders in 2003 als vluchtelingen vanuit Servië in Nederland. Angela, inmiddels 32, getrouwd en zwanger van de tweede, werkt nu als verpleegkundige in het dialyse centrum. Zo leuk om elkaar weer te ontmoeten. We hebben gezellig herinneringen opgehaald en bijgepraat en zullen dat nog wel vaker doen. Ook mijn lotgenoten van de maandag- en de vrijdagochtend begin ik te kennen, omdat wij allemaal in een bepaald rooster zijn ingedeeld. Over het algemeen wel allemaal oudjes. Ik zie mijzelf er tenminste als 71 jarige nog als een jonkie tussen liggen. Veel aanspraak heb je niet, omdat het merendeel na aansluiting in slaap valt. Mijn vaste buurman begint na aansluiting onmiddellijk hard te snurken en stopt er pas mee wanneer de machine na vier uur klaar is. Echt iedere keer. Mijn iPad en oortjes zijn die vier uur mijn beste vrienden. Vier uur is best wel lang, dus af en toe betrap ik mijzelf erop dat ik ook maar een oogje dicht knijp. (ha, ha!). Inmiddels ben ik tien dialyses verder. Het begint langzaam te wennen. De eerste paar weken was het psychisch best een aanslag. Inmiddels krabbel ik weer overeind en heb ik mij voorgenomen het niet meer als een beperking van mijn leven te zien maar als een onderbreking van mijn geplande activiteiten. Ik wil weer alles gaan doen wat ik eerst ook deed. Dus binnenkort gewoon weer op reis en dialyseren bij een ziekenhuis of dialysecentrum in het buitenland. Je moet het allemaal wel organiseren, maar het is gewoon mogelijk. Het vergt zo’n 6 weken voorbereidingstijd. Er moeten namelijk gegevens uitgewisseld worden tussen ziekenhuizen. Je zou zeggen dat zoiets in het digitale tijdperk een fluitje van een cent is en met een druk op de enter toets geregeld is. Helaas, alles wordt met handgeschreven formuliertjes uitgewisseld en vervolgens weer digitaal opgeslagen. Het is bovendien afhankelijk van de tijd die een verpleegkundige heeft. Hoe is het mogelijk! Ik moet nog verder onthaasten.
Verschil: Joyce en ik hebben het regelmatig over wat onze relatie nou eigenlijk zo prettig maakt en wat ons na 35 jaar nog steeds bindt. Schrijfster Susan Smit schreef laatst dat volgens haar een relatie voorbij is wanneer je niets meer van elkaar kunt leren. Wij dachten daar eens over na en kwamen tot de conclusie dat wij inderdaad elkaar nog steeds vooruit helpen door dingen van elkaar te leren. Verder niet zoveel ingewikkelds achter zoeken hoor. Meestal gewoon praktische zaken of uitleg over wat wij hebben gelezen. Gesprekstof dus waar wij wat van opsteken of waar wij van mening verschillen. Wij zeggen wel eens dat wij elkaar goed aanvullen qua IQ en EQ. Ik ben wat analytisch en nuchter ingesteld, terwijl Joyce zaken emotioneel beter kan aanvoelen. Susan Smit heeft deels gelijk, maar wij denken dat er meer is. Wij hebben dezelfde humor en lachen dagelijks veel. Veel woordgrappen en soms humor op het randje met wat ironie. Vinden wij leuk. En er is ruimte voor onze eigen dingetjes. Wij claimen elkaar niet, ook al doen wij graag dingen samen. Maar er zijn ook grote verschillen. Daar lachten wij laatst weer eens over en leek ons wel iets voor dit blog. Ik werk meestal vanuit een plan met een duidelijk doel. Joyce is meer het ‘van plan type’. Zo van: we zien wel wat er van komt en of het er überhaupt van komt. Ik zorg elke dag dat er eten op tafel staat en Joyce stelt zich vooral in op het opeten ervan. We proberen het wel eens om te draaien, maar dat wordt een rommeltje. Ik werk b.v. graag vanuit een telkens opgeruimd werkblad, dus vanuit een zekere structuur. Wanneer Joyce kookt wordt het werkblad steeds voller tot het figuurlijk ontploft. Bij Joyce stijgt de opwinding en temperatuur om potjes op tijd aan te zetten, zodat het tegelijk klaar is. Ze wordt er niet gelukkig van, dus doe ik het maar. Staat tegenover dat ik na het eten mag inrukken en zij alles opruimt en schoonmaakt. Heb ik weer een hekel aan. Ik doe bijna altijd de boodschappen en kom thuis met wat ik nodig heb. Wanneer Joyce een enkele keer richting Appie gaat, dan komt ze vooral thuis met lekkere dingen die niet op het lijstje stonden. En gaan we een keer samen naar Appie, dan moet ik haar steeds zoeken want ze schiet willekeurig alle gangetjes in, op zoek naar lekkere dingen. Ik heb voor het klussen een bak oude kleding staan. Joyce kan ’s morgens een nieuwe broek kopen, die vervolgens aantrekken en zeggen: “Zo, ik ga even iets schilderen”. (Grrrr). Ik probeer zoveel mogelijk ‘schoon’ te werken, terwijl Joyce onder de klodders zit. Ze roept dan altijd: “Daar zijn wasmachines voor”. Waarop ik dan roep dat je het ook kunt voorkomen. Ik houd mijn kledingkast op orde, terwijl bij Joyce na verloop van tijd de deur of la niet meer dicht kan. Joyce zorgt er altijd voor dat de kleding van de dag onberispelijk is gestreken en qua kleurtonen bij elkaar past. De wekker wordt extra vroeg gezet voor al het passen en strijken. Ik ben er wel beter in geworden, maar pak wat sneller de kleding die volgens mij bij elkaar hoort. En krijg dan soms commentaar dat ik het moet laten strijken. Ik ben iemand van extreme structuur, komt waarschijnlijk omdat ik enige autistische trekjes heb. Wanneer Joyce iets zoekt kan ik feilloos roepen: “Tweede kast vanaf binnenkomst, linker deur, middelste plank rechts”. Noem het een afwijking, maar wel handig. Ik had in mijn werkzame jaren op die manier ook altijd het schoolmagazijn in mijn hoofd. Handig wanneer iemand iets zocht. Jasper heeft dezelfde eigenschap. Die geeft ook altijd aanwijzingen tot op de millimeter wanneer ik iets in zijn verkoopvoorraden moet pakken. Grijp je ook nooit mis. Joyce is heel vaak alles kwijt, met name sleutels. Dus kocht ik voor haar een ‘tag’. voor aan de sleutelbos. Kan ze op haar iPhone zien waar de sleutelbos is. Je kunt het zelfs met een muziekje vanuit de ‘tag’ de plek vinden. Wat denk je? Na een paar maanden zat de ‘tag’ er niet meer aan. Toen ik er naar vroeg, luidde het antwoord: “Vind ik zo onhandig”. ??????? Ik snap het niet meer. Ach, we zijn het van elkaar gewend en zien er gelukkig de humor van in. Zoals ik vroeger al riep: “Wrijving geeft glans”.
Notre Dame: Project Notre Dame is inmiddels af. Wat een ongelooflijk leuk bouwproject.



Dagje Gelderland: Wij werden uitgenodigd voor een optreden van kleindochter Zoë in het Schaffelaar Theater in Barneveld. Best een stukje rijden, dus besloten wij er een dagje uit van te maken. Eerst maar eens naar het pittoreske Elburg. Wat een gezellig oud stadje met prachtige oude panden. Na wat rondwandelen afgesloten met een bezoek aan Museum Elburg. Het museum is gevestigd in het 15e eeuwse Agnietenconvent. Een waar doolhof van ruimtes, gangetjes en trappen waar vroeger de nonnen leefden en nu de geschiedenis van Elburg te zien is. Die geschiedenis laat zien dat veel vissers uit het oorspronkelijke vissersdorp na het verdwijnen van de zoutwatervisserij, schilder werden. Dat schijnt overigens in veel voormalige vissersdorpen te zijn gebeurd. Nooit geweten. Na Elburg reden wij naar Epe voor een bezoek aan onze vrienden Henk en Lia op hun boerderij. Binnenkort mogen wij weer gebruik maken van de tweede woning op hun erf voor een weekje of wat vakantie en lekker fietsen door bos en hei. Na een paar gezellige uurtjes door naar Barneveld, waar een gezelschap van ouders, broertjes, zusjes, opa’s en oma’s aantrad voor de voorstelling. Kleindochter Zoë voelde zich op haar best in het theaterstuk over een jongetje dat op reis ging naar allerlei werelden. Na afloop sloten wij samen met de familie de dag af bij Jeroen en Sylvia in Voorthuizen onder het genot van een hapje en drankje. (Zoë op de laatste foto in het midden tussen de jongen met de groene trui en het meisje met de witte jurk.)







Discipline: Esther van Venema is columniste. Onlangs schreef zij een stuk over het gebrek aan discipline bij de huidige kinderen. Het is mij als oud-onderwijsman uit het hart gegrepen en ik wil het graag met je delen.
Zijn onze kinderen dommer aan het worden? Als je het nieuwste onderzoek van hoogleraar pedagogiek Orhan Agirdag leest, lijkt het er verdacht veel op. Hij spreekt van een ‘structurele gedragscrisis’ in het Nederlandse onderwijs: te weinig discipline en te veel vrijheid leiden tot lagere schoolprestaties. Nederland bungelt onderaan in Europa als het gaat om orde in de klas en leerresultaten. Een zorgwekkende conclusie. Discipline lijkt een soort vergeten groente. Een ouderwets, wat stoffig begrip, dat we onvoldoende serieus nemen. Terwijl het eigenlijk de motor is die ons elke dag vooruit helpt. Zelf kan ik me geen leven zonder discipline voorstellen. Hoe houd je je anders staande in een wereld die je van alle kanten bestookt met prikkels en verleidingen? Discipline is niet glamoureus of sexy. Het biedt niet de instant beloning waar we tegenwoordig zo dol op zijn. Maar het is wel het fundament waarop je een succesvol leven kan bouwen. Het stelt je in staat om te focussen op wat echt belangrijk is, zonder steeds afgeleid te worden door de eerste de beste impuls. Het is de kunst van het volhouden, ook als niemand kijkt. Van elke dag weer die kleine, ogenschijnlijk onbetekenende acties herhalen – of het nu tandenpoetsen, het eindeloos oefenen van toonladders of voetballen is – totdat ze je uiteindelijk iets groots opleveren. Er is inmiddels een hele generatie opgevoed die dat anker moet missen. Decennialang werd ons voorgehouden dat het in de opvoeding en het onderwijs vooral moest draaien om wat een kind zelf wil. Natuurlijk is het reuze belangrijk om kinderen te ondersteunen en uiterst serieus te nemen, maar dat mag nooit ten koste gaan van houvast en structuur. Een kind kan nu eenmaal niet altijd kiezen wat het zelf het fijnste vindt: soms moet het ook leren volhouden en doorzetten, juist als iets lastig is. Daardoor word je weerbaarder. Ik zie regelmatig de gevolgen van het gebrek aan discipline. Het moet altijd ‘leuk’ zijn. Ouders die, in plaats van hun kind structuur te bieden, zich voegen naar elke gril of impuls. Als Sophie of Vlinder op school onvoldoende presteert, ligt dat niet aan een gebrek aan discipline, maar aan een leraar die ‘niet genoeg aansluit’ bij hun unieke behoeften. De omgekeerde wereld. Maar het kinderbrein is nog niet volgroeid. Het is van nature chaotisch en snel afgeleid. Discipline is niet bedoeld om kinderen te onderdrukken, maar juist om hen de vrijheid te geven die voortkomt uit zelfbeheersing en volharding. Om hen te leren dat al die kleine stapjes uiteindelijk leiden tot échte voldoening. In een tijd waarin succes wordt voorgespiegeld als iets dat moeiteloos komt, is discipline misschien wel belangrijker dan ooit. Het is niet de vijand van vrijheid, maar de voorwaarde ervoor. Door discipline kan je uiteindelijk je eigen koers bepalen. Anders gezegd, af en toe een frietje is prima, maar zonder dagelijkse groente geen groei.
Van de meester en de juf: ter lering en vermaak

Parels: Parels komen uit oesters. Ja toch? Toch niet of beter gezegd: Niet meer. Parels komen tegenwoordig uit mosselen. Dat klinkt vreemd en vereist wat uitleg. Oorspronkelijk haalde men parels uit oesters. Duikers zochten op de zeebodem naar oesters en met een beetje geluk zat er af en toe een parel in zo’n oester. Een intensieve zoektocht die niet geheel zonder gevaar was. Inmiddels gebeurt dat nog nauwelijks. Parels worden tegenwoordig gekweekt. In enorme meren kweekt men mosselen. Niet het soort dat wij bij de supermarkt of visboer kopen, maar exemplaren die een beetje lijken op een oester. Kun je parels dan kweken? Ja, dat kan. Een oester leeft in een schelp die van binnen met parelmoer is bekleed. Wanneer een vijand probeert binnen te dringen, door een gaatje in de oesterschelp te maken, dan omgeeft de oester dat gaatje met parelmoer en aldus ontstaat een parelmoeren balletje in de schelp: de parel. Nou hebben die slimme Chinezen dit trucje overgebracht op grote mosselen die in meren worden gekweekt. Na een tijdje vist men ze op. Voorzichtig breekt men ze een klein beetje open. Dat levert wat afgebroken schelpdeeltjes op die in de mossel worden gestopt. De mosselen gaan dan weer terug het meer in. De mossel wil zich tegen de stukjes schelp wapenen en vormt om ieder stukje schelp een bolletje parelmoer. Na verloop van tijd worden de mosselen weer opgevist en definitief geopend. In elke mossel zitten nu tussen de 10 en 20 parels. De Chinezen hebben op die manier de handel in parels voor 90 % in handen. Zo’n parel heeft daar een waarde van een paar euro. Hier gaan ze over de toonbank voor ruim 1000 Euro. Wil je dit hele verhaal eens goed bekijken, klik dan op onderstaande link. De aflevering van de ‘Keuringsdienst van Waarden’ vertelt je het hele verhaal. (wel even twee reclames voor laten gaan). https://npo.nl/start/serie/keuringsdienst-van-waarde/seizoen-25/keuringsdienst-van-waarde_92/afspelen?at_campaign=npostart_series&at_channel=npostart&at_creation=share-link&at_detail_placement=1:m8u64g8z:440c9a6407404ca98641b0cef5e225b6&at_format=share_button;;0_0&at_general_placement=serie;keuringsdienst-van-waarde;seizoen-25;keuringsdienst-van-waarde_92&at_medium=display&at_variant=organic
Memory-lane
Bouwdozen: In mijn jonge jaren zette ik, net als veel van mijn leeftijdgenoten, bouwdoosjes in elkaar. Vooral oorlogsvliegtuigen en marineschepen. Toen ik uit huis ging nam ik ze mee, maar geleidelijk aan sneuvelden ze en verdwenen ze in de vuilnisbak. Daarna deed ik bijna 50 jaar lang niets meer in die richting en verlegde ik mijn bouwactiviteiten richting modelspoor. Maar, van al die bouwdoosjes zijn er mij een paar bijgebleven. Eén daarvan was een oude Londense bus. Ik kreeg hem van een oom die in die tijd reisleider was in Londen. Ik weet nog dat het een hele toer was om hem in elkaar te lijmen, omdat veel onderdelen krom en vervormd waren. Maar uiteindelijk kreeg ik het allemaal passend en stond deze bus als één van de laatste bouwwerkjes nog jaren op mijn bureau te pronken totdat hij ook bij het afval verdween. Onlangs haalde mijn broer herinneringen op over deze bus. Ook bij hem was het bouwwerk in het geheugen gebleven. We vonden op internet een paar websites waar de bus nog steeds te koop was. Na die constatering hadden wij het er niet meer over. Tot ik onlangs op zijn verjaardag door hem werd verrast met een grote doos in feestpapier. Wat was dit? Ik was toch niet jarig? Bij opening zat daar de bouwdoos in. Wat een geweldige verrassing en hoe lief dat hij die voor mij had aangeschaft. Dus na de Lego-avonturen na bijna 50 jaar weer lekker pielen met een tubetje lijm, mesjes en een pincet. Gelukkig sinds kort een volwaardige leesbril aangeschaft, want dan werk je toch nauwkeuriger.

Dat was het voor nu: Het is weer een lang verhaal geworden. Voor nu weer even genoeg leesvoer. Tot volgende maand.

Plaats een reactie