Weer thuis: Na bijna twee weken Spanje met hoge temperaturen is het weer even wennen aan ons Hollandse weer. Gelukkig staat de agenda deze week vol met verplichtingen, dus staan wij er maar niet te veel bij stil. Maar….wij zijn alweer op zoek naar een volgende bestemming in Portugal of de Canarische Eilanden. Kan nog net voordat het hier beter wordt. Deze week maar weer twee keer naar het AvL. Gelukkig is de scan in orde en zijn mijn drie tumorvijanden hetzelfde gebleven of verder geslonken. Bloedwaarden gaven twee weken geleden enige zorgen, maar deze week na extra controle alles weer oké. Dus weer even lucht. In dit blog iets minder persoonlijke gebeurtenissen maar vooral een scala aan informatieve zaken.
Voeding en ons Brein: Het is verbazend om te zien hoeveel suiker wij gemiddeld meer nuttigen dan goed voor ons is. Janny van der Heijden ging op onderzoek en kwam tot schokkende conclusies. Wist je b.v. dat in één ontbijtkoek 55 klontjes suiker zitten. Of in een pakje van twee gevulde koeken maar liefst 26 klontjes. En wat dacht je van 15 klontjes in een zogenaamd gezond Cruesli ontbijt. Of een pepermuntje (99% suiker=1 klontje). Kijk in je eigen belang naar de uitzending. Duurt maar een kwartiertje. Hierbij de link: https://www.npostart.nl/POW_05573324
80 uur werken: Wij horen allemaal wel eens mensen heel gewichtig en stoer verkondigen dat zij minstens werkweken maken van 80 uur of meer. Ik frons dan altijd de wenkbrauwen. Om dat namelijk voor elkaar te krijgen is tamelijk lastig. Ik zeg niet dat het niet kan en geloof zeker dat er beroepen zijn waar je 24/7 aan moet staan. Dan denk ik aan de echte bakker, artsen, zelfstandig ondernemers en onze boeren. Maar die hoor je er over het algemeen niet over. Wie zijn hoge werkuren rond toetert, lukt het over het algemeen niet. Tenzij je workaholic bent en dus permanent werkt en kort slaapt, geen boodschappen doet, niet kookt, nauwelijks tijd neemt om te eten of te drinken, geen tv kijkt of een theater of bioscoop bezoekt, geen hobby’s hebt, vakanties en feestdagen overslaat, geen partner hebt, verschoond bent van kinderen, sociaal leven in jouw wereldje niet voorkomt en jij je familie hebt verstoten. Hoewel zij dat waarschijnlijk al eerder gedaan hebben omdat jij zo’n persoon bent.
Ooit op een studiedag rekende iemand het ons op humoristische wijze voor. In een week zitten 168 uren. Er vanuit gaande dat een mens ongeveer 7 uur per nacht slaapt, blijft er na 7 nachtjes nog 119 uur over.
Dan moet er nog gewassen, gedouched, gepoetst en aan- en uitgekleed worden. Laat Snelle Jelle daar gemiddeld een uurtje per dag mee in de weer zijn. Blijft over 112 uur. Uitgaande van een snel ontbijtje, een vlotte lunch en een beetje relaxed diner, mag je daar bij elkaar toch anderhalf uur per dag voor uittrekken. Blijft over 101,5 uur.
Voor die maaltijden moeten boodschappen worden gedaan en er moet worden gekookt. Kun je natuurlijk uitbesteden aan je partner of iemand anders, maar dat geldt alleen voor partners die de tweede wereldoorlog nog hebben meegemaakt. Wie tot de huidig werkende generatie behoort en zo denkt, is kennelijk iets ontgaan. Laat je alle verzorgende en huishoudelijke taken desalniettemin toch over aan je partner, dan wordt er in gezinsverband toch wel af en toe een winkelcentrum o.i.d. bezocht wordt. Laat ik voorzichtig rekenen met zeven uur per week, anders zijn de piepers nog niet gaar en blijf je de hele week lopen in dezelfde onderbroek. Blijft over: 91 uur.
Ervan uitgaande dat je een partner hebt, hoop ik toch wel dat je met die partner minimaal een uurtje per dag communiceert, anders geef ik je huwelijk weinig kans. Blijft over: 83 uur.
Natuurlijk dan nog even de krant doornemen, het 8 uur Journaal en een stukje tv-amusement. Reken twee uur per dag. Blijft over: 69 uur.
Heb je kinderen, dan vereist dat in het gezin nog enig balanceerwerk richting taxi spelen naar de sportclub, schoolactiviteiten of de kinderopvang. Laten we zeggen (als het meezit) een uurtje of 5 per week. Blijft over: 64 uur.
Dan zijn uiteraard opa en oma nog jarig of geeft dat vervelende neefje uitgerekend in het weekend een verjaardagspartijtje. Je oude vader of moeder vraagt je hulp of steunt een beetje op jouw mantelzorg. Vrienden komen bij je eten, er is een feestje of je partner wil toch wel graag een keertje naar de bios of het theater. Komt nog reistijd bij voor familiebezoek, werk en andere sociale contacten, dus reken maar uit. Uurtje of tien gemiddeld? Blijft over: 54 uur.
Uitgaande van een week of vier vakantie per jaar, komt dat omgerekend naar de week neer op twee uur. Blijft over 52 uur.
Dan moet er vast nog wel eens geschilderd, geklust of in de tuin worden gewerkt. En zo zijn er nog tal van tijdvreters te bedenken. Kortom, je moet echt je best doen om uberhaupt een werkweek van 40 uur te halen.
Wanneer iemand volgende keer dus tegen je zegt dat hij/zij minimaal 80 uur per week werkt, frons dan de wenkbrauwen of toon minimaal een vragen opwerpende glimlach. Natuurlijk kunnen mensen in hun eigen tijd uren over hun werk denken. Maar dat is toch iets anders dan echt werken.
Zet een punt achter je gedachten: De meeste mensen (ik ook) verbinden vaak allerlei conclusies aan dingen die voorbij komen. Voorbeeld: Je beste vriend of vriendin zou je vanmiddag bellen, maar je hebt niks gehoord. Wat gebeurt er dan in je hoofd? Daar begint zich een scenario/film te ontwikkelen. Waarom heeft hij/zij niet gebeld? Is hij/zij boos? Heb ik iets verkeerds gezegd of gedaan? Wat heb ik dan verkeerd gezegd of gedaan (pieker-pieker). Zou er wat gebeurd zijn? Vindt hij/zij mij niet meer aardig? Wat een zak! Ben helemaal klaar met hem/haar, etc. Als je er maar lang genoeg bij stilstaat dan ga je tenslotte geloven dat jouw filmpje klopt. Je voelt je er rot, onzeker of boos door en ziet al op tegen het moment dat je die vriend of vriendin weer spreekt of ziet. Of je wilt hem of haar niet meer zien. Maar….klopt jouw filmpje wel? Misschien is die vriend/vriendin gewoon vergeten te bellen.
Dit soort situaties doen zich bij velen van ons meerdere keren per week voor. Mij overkwam het vooral in mijn werkzame jaren regelmatig. Mijn Joyce heeft daar absoluut geen last van. Dat soort twijfels komen gewoon niet bij haar op. Heerlijk lijkt mij dat. Onlangs kreeg ik een goede tip. Wanneer je zo’n constatering doet, zet er dan meteen ‘een punt’ achter. Dus: Mijn vriend/vriendin heeft niet gebeld! Punt!
Geschiedenis van de postzegel: Er zijn van die dingen waar je je nooit bij afvraagt wat de geschiedenis is. Zo hoorde ik deze week de geschiedenis van de postzegel.
Toen de postzegel nog niet was bedacht, moest meestal de ontvanger van post voor de zending betalen. Dit gaf problemen als de geadresseerden de brief niet wilde hebben, of als ze verhuisd waren. Veel mensen hielden de deur gesloten voor de postbode. Enerzijds omdat ze het niet vertrouwden, anderzijds omdat ze geen geld hadden. Dan bleef de postbode met de post zitten, zonder dat de kosten voor bezorging konden worden geïnd. De Engelsman Rowland Hill bedacht in 1837 het systeem om niet de ontvanger maar de afzender van een brief de kosten voor het vervoer te laten betalen. Om te bewijzen dat hij had betaald, moest de afzender op het postkantoor een bewijs van betaling kopen. Dit bewijs van betaling is wat we nu kennen als een postzegel. Als die postzegel op een brief was geplakt, was de afzender “vrij van belasting”. Het idee van Rowland Hill werd door het Britse parlement voor toepassing aanvaard en door koningin Victoria goedgekeurd. Op 6 mei 1840 werd de allereerste postzegel ter wereld op een brief geplakt. De postzegel toont het portret van koningin Victoria en de woorden postage en one penny. Postage betekent port en one penny was het tarief dat voor een gewone brief moest worden betaald. Vanwege de kleur wordt deze eerste postzegel wel de Penny Black (zwarte zegel van een penny) genoemd. Op deze eerste postzegel wordt geen landsnaam vermeld. Dat vond men toen niet nodig, want men ging ervan uit dat iedereen op de wereld koningin Victoria kende. De Schot James Chalmers (1782-1853) was de uitvinder die de zelfplakkende postzegel introduceerde en hiermee het systeem van uniforme posttarieven.
De eerste Nederlandse postzegel verscheen op 1 januari 1852 en toont koning Willem III, met de tariefaanduiding en het woord ‘postzegel’.


Transportmuseum: Dit weekend is er een definitief einde gekomen aan onze werkzaamheden in het Transportmuseum. Vrijdag en zaterdag waren er informatiebijeenkomsten voor alle vrijwilligers en sponsors over de nieuwe locatie. Zoals alle keren verzorgden wij samen met Ludo en Cora de catering. Wij zijn inmiddels een goed op elkaar ingespeeld team. Het museum zelf was al sinds begin maart dicht, dus mijn taak als gastheer en gids was al gestopt. Wij hoopten dit weekend te horen dat het museum een vervolg zou krijgen in de Haarlemmermeer. Helaas wordt het een locatie elders in Nederland. De gemeente Haarlemmermeer heeft zijn uiterste best gedaan om een voortzetting in onze polder onmogelijk te maken. Terwijl heel veel gemeenten in Nederland in de rij staan om ons binnen te halen. Meest haalbare optie is nu Lelystad met als alternatieven Breda en Tilburg. Dat gaat het voor ons (en de meeste vrijwilligers) dus niet worden. Neemt niet weg dat het een ontzettend leuk jaar is geweest. Tijdens de bijeenkomst voor sponsoren werden wij als viertal nog even in het zonnetje gezet voor onze inzet. Die waardering deed ons goed. Overigens hebben wij besloten dat wij vieren in te huren zijn voor de bediening bij feesten en partijen.

Fijne week toegewenst.

Geef een reactie op Ger Gritter Reactie annuleren