Ikincy Pembe Paşa Marmaris’den – Icky

Icky: Voor de laatste keer stap je in je reiskooi. Met z’n drieën rijden wij naar de dierenarts voor het afscheidsbezoek. In de praktijk wachten ze je al op en je stapt aarzelend uit je kooi de behandeltafel op. Je kijkt verward alsof je het je allemaal niet meer bewust bent. Pas nu valt ons op hoe hard je achteruit bent gegaan. Je ooit zo volle, langharige, witte vacht is nu dof en grauw. Je vrolijke koppie is verdwenen. Je bent vermagerd en je ogen staan uitgeput. De dierenarts vraagt naar onze laatste wens voor jou. De keuze is destructie, begraven in onze tuin of crematie. Destructie betekent dat ze je verwerken tot diermeel en vetten die dienen als grondstof voor biobrandstof. Misschien heel duurzaam, maar niet onze keuze. We kiezen voor een waardige crematie in het dierencrematorium in Hazerswoude. Dan volgt de injectie die je in slaap zal brengen. De vloeistof prikt en je lijfje trekt pijnlijk samen. De arts laat ons met jou alleen. Je gaat liggen en terwijl wij over je kopje krabbelen, zakt het steeds lager, tot het op de tafel rust. In het begin beweeg je nog je oren, maar na een minuut of tien ben je diep in slaap. De arts komt binnen met het euthanasiespuitje. Er wordt een plekje op je voorpoot kaalgeschoren en de naald verdwijnt in een ader. Na een halve minuut zet de arts de stethoscoop op je lichaam en knikt naar ons. Aan jouw leven is een einde gekomen. Wij nemen afscheid van je en laten je in tranen achter. De volgende dag krijgen wij een telefoontje dat je jouw laatste reis hebt afgelegd naar Hazerswoude.


Bijna 15 jaar was je ons trouwe vriendje. Een super aanhankelijk en lief beestje dat het heerlijk vond om te knuffelen en op schoot te liggen. Bij Jasper ging je vaak op je rug liggen en wanneer hij je aaide, leek het wel of je in trans raakte. Bijzonder was je gebabbel met ons. Turkse Vans staan erom bekend. We wisten precies wat je bedoelde wanneer je tegen ons begon te babbelen. En je babbelde terug wanneer wij je begroetten of iets tegen je zeiden. Dat was ontzettend aandoenlijk en grappig. Wanneer je te lang naar je zin buiten moest wachten en/of nat geregend was, kwam je mopperend naar binnen. Gelukkig bleef je maar even boos. Hoorde je mijn auto verderop in de straat aan komen rijden, dan rende je al naar de voordeur. Bijzonder. Je hing regelmatig over het hekje van onze vide, alsof je er een eind aan wilde maken. De laatste jaren kon je jouw vacht niet meer goed verzorgen. Dus kwam eens in de drie maanden de trimster. Soms moest je flink kaalgeschoren worden. Vond je niet leuk. Je verblijdde ons regelmatig met de prooien die je ving. Muizen en gevogelte lagen regelmatig op de stoep. Of de resten ervan. Soms kon ik er nog eentje redden, maar meestal was ik te laat. De laatste paar jaar begon je ze ineens ook op te peuzelen. Dat lag meestal wat zwaar op de maag en dan had je een paar dagen je eetlust verloren. Die jachtpartijen zorgden ervoor dat je bijna geen tanden en kiezen meer in je bekje had. Harde knabbels kreeg je niet meer weg en je maaltijd bestond vooral uit paté-mousse. Ging ik koken dan bezweek je mij niet, want het leverde altijd wel een stukje vlees voor jou op. Stonden wij ’s ochtends in de badkamer, dan kwam je altijd even water drinken uit de kraan. Je was een makkelijke kat. Je maakte zelden wat stuk, altijd goed gehumeurd, haalde nooit uit met je nagels en gaf alleen lieve, pijnloze bijtjes in onze kuiten.






In je paspoort staat: ‘Ikincy Pembe Pasa Marmaris’den‘, mannetje, Turkse Van, geboren op 20 maart 2009. In dat jaar kwam je bij ons wonen. Jouw naam was een beetje lang, maar dat heb je met stambomen. Wij noemden je kortweg ‘Icky’. De eerste maanden van je leven verbleef je in een cattery. Jasper speelde daar bij een vriendje. Toen ik Jasper daar een keer kwam ophalen, zagen wij je gestrest op een hoge stelling zitten. Je was bang voor de andere, grote raskatten die daar rondliepen. Je reageerde blij op de aandacht die Jasper en ik jou gaven en wij waren op slag verliefd op je. Toen de eigenaresse van de cattery aangaf dat ze jou zo snel mogelijk kwijt wilde, aarzelden wij geen moment en namen je meteen mee naar huis. Wij wisten niet goed hoe wij jouw plotselinge komst bij Joyce moesten verantwoorden. Die was dan ook, heel begrijpelijk, overdonderd en niet meteen enthousiast door jouw plotselinge en onaangekondigde komst. De eerste dagen waren wat dat betreft lastig. Wij namen je dus maar mee aan een riempje om je zo snel mogelijk de omgeving van ons huis te leren kennen. Was wel een komisch gezicht. Na een week al waagden Jasper en ik de gok om je los te laten en met ons dezelfde dagelijkse wandeling rond het huis te maken. Je volgde ons trouw, waarop wij besloten je alleen in de tuin te laten. Je besloot onmiddellijk om de buurt in je eentje te verkennen. Tot onze opluchting vond je zelf de weg terug naar huis. Tussen jou en Joyce kwam het helemaal goed. Ze sprak deze week nog uit, dat ze nooit had gedacht zo ontzettend veel van een kat te kunnen houden. Toen Joyce nog werkte, liep je ’s ochtends om 7.00 uur mee naar school en glipte vaak snel met haar naar binnen. Of eventueel wat later met een onoplettende collega. Het was dan een hele toer om je weer naar buiten te krijgen, voordat de kinderen kwamen. Ook onder schooltijd kwam je vaak naar school. Zodra de kinderen uit de klas van Joyce je zagen, klonk meteen: “Juf, juf, Icky is er.” Al die jaren wekte je ons rond een uur of drie ’s nachts omdat je naar buiten wilde. En ging het regenen, dan ging Joyce nogmaals naar beneden om je er weer in te laten en af te drogen. Toen wij deze week ’s nachts de regen hoorden vallen, was onze eerste half-slaapdronken reactie de voordeur voor je openen. Een tel later kwam pas het besef dat je er niet meer was. Zo betrapten wij ons op wel meer automatismen die tijdens jouw aanwezigheid zijn ingesleten. Soms denken wij je ineens te horen of dat je aan komt lopen wanneer het parket kraakt. Wij moeten wennen aan je afwezigheid. Het is stil in huis zonder jou.
Deze keer geen andere berichten. Tot volgende week.

Plaats een reactie