Inmiddels is Icky al twee weken uit ons midden. Het blijft gek dat wij nog steeds een soort ‘Pavlov’ reacties hebben, alsof hij er nog is. Zwager/broer Paul is ontslagen uit het ziekenhuis. Ongelooflijk eigenlijk dat je amper vijf dagen na zo’n ingrijpende operatie alweer thuis bent. Zelf deze week aan een serie van vier vaccinaties begonnen tegen Hepatitis B. Met het oog op dialyse in de nabije toekomst, is dit noodzakelijk. Het voorkomt de kans op leverontsteking, die nogal eens voorkomt bij dialyse. Jasper en Claudia zitten nog steeds in India. Via een videochat vertelden ze het daar zo naar hun zin te hebben, dat ze nog minimaal een maand blijven. Misschien zelfs wel twee. Toch het voordeel wanneer je zo’n wereldreis niet teveel vooruit plant.
BRRRR: Na zo’n 8 weken regen is het ineens weer stervenskoud. Kunnen onze botten niet meer tegen. De (na)zomerkleding heeft dan ook plaatsgemaakt voor de wintergarderobe, inclusief een paar nieuwe winterjassen. De kou nodigt wel uit tot lekker ‘cocoonen’. Houden wij steeds meer van. Zijn er geen verplichtingen, dan starten wij de dag warm vanonder ons dekbed. Uitslapen tot een uur of negen en dan met een grote kom hete thee in bed, de krant, mail en social media doornemen. Zo rond 11.00 uur bekruipt ons een soort schuldgevoel, want de dag is inmiddels al aardig op gang. Wij kunnen ons bijna niet meer voorstellen dat wij een paar jaar geleden al rond een uur of zeven fris en fruitig klaarstonden om onze energie in onderwijs te steken. Ontbijt volgt pas op lunchtijd en dan moeten wij toch echt aan de slag. Mantelzorg, boodschappen en een klusje en voor je het weet is het alweer borreltijd. Aansluitend nog even koken en het is alweer tijd voor een paar uurtjes tv. Wij eindigen de dag weer knus onder het dekbed met een puzzel en een boek. Vaak tegen één uur gaan eindelijk de lampjes uit. Het is allemaal niet erg spannend op dit moment, maar wel lekker rustig.
Lezen: Wij worden altijd blij wanneer wij een boekwinkel bezoeken. Heerlijk rondsnuffelen tussen alle nieuwe uitgaven. Wij zouden elke week wel een hele stapel boeken willen aanschaffen. Een iets te prijzige hobby. Wij lezen daarom de afgelopen tien tot vijftien jaar digitaal. Tot voor kort haalde ik onze favoriete boeken binnen via internet, maar dat is niet meer zo interessant op dit moment. De meeste download sites zijn verdwenen. Met dank aan Stichting Brein. De spelbrekers! Wij vinden het niet meer zo heel erg, want lezen op een E-reader is toch niet top. Joyce heeft hem inmiddels verkocht en leest boeken op haar IPad. Ik gebruik nog de E-reader die ik bij mijn afscheid in 2016 van het team kreeg. Tuurlijk, het is gemakkelijk op vakantie, maar een echt boek in je handen voelt zoveel lekkerder. De geur van een boek, het herinneringspapiertje waar je bent gebleven en derhalve zichtbaar of je al opschiet in je boek. Ik voel behoefte aan verandering. Weer gewoon elke maand likkebaardend struinen in de boekwinkel en dan een fijn boek kopen. ’s Avonds televisie uit, open haard aan en onder het genot van een drankje en een zacht muziekje wegdromen in dat nieuwe boek. Joyce en ik verschillen nogal betreffende het opbouwen van een huisbibliotheek. Ik vond een goed gevulde boekenkast altijd wel mooi staan. In de huidige interieurs staan echter bijna geen boekenkasten meer. Hooguit een plankje met een paar interessante boeken. En dan, wie leest een boek nog een tweede keer? Dus volgens Joyce onnodige ballast. Heeft ze gelijk in, maar het kost mij moeite. Het merendeel van onze boeken is de laatste jaren verdwenen. Aanvankelijk opgekocht door marktverkopers, maar recentelijk leggen wij ze neer in het appartementencomplex van de moeder van Joyce. Zeer gewild kennelijk, want wanneer wij een week later terugkomen, zijn de meeste boeken weg. Dan is het toch een fijne gedachte dat die boeken voor plezier zorgen bij de ouderen daar. Annemiek, moeder van Claudia, doet iets vergelijkbaars met gelezen boeken. Zij geeft ze door aan iemand van wie zij denkt er een plezier mee te doen. Is dus net iets persoonlijker. Die onthoud ik in ieder geval. Ik bezit zelf nog een bescheiden bibliotheek aan boeken die ik de moeite waard vind. Aanvankelijk in dozen, maar sinds ik mijn eigen werkkamer heb, staan ze weer in volle glorie met hun ruggetjes naar mij gericht. Geen idee of ik ze nog eens herlees, maar het voelt rijk en nostalgisch.
Even goede vrienden: Onlangs kreeg ik het boek ‘Even goede vrienden’ van Raounak Khaddari doorgegeven. Raounak is journaliste bij het Parool. Aan de hand van filosofie, wetenschap, geschiedenis en persoonlijke verhalen van verschillende mensen, laat Raounak zien waarom vriendschappen onmisbaar zijn. Het geeft o.a. antwoord op vragen als: Hoe onderhoud je vriendschappen? Waarom worden vrienden steeds belangrijker in onze moderne levens? Hoe intensief moet een vriendschap zijn? Wanneer stop je een vriendschap? Ik kende de titel, omdat Jasper het al eerder had gekocht. Jasper heeft een flink aantal vriendenkringen. Spelletjesvrienden, festival- vrienden, kookgroep-vrienden, etc. Hij vertelde mij een keer dat het best wel veel tijd en energie kostte om al die vriendenkringen op een gelijkwaardige manier te onderhouden. Hij vroeg zich af wanneer en hoe je de aandacht voor vrienden beter verdeelt, hier en daar vermindert of misschien afbouwt, zonder mensen te kwetsen. Dit boekje geeft daar handreikingen voor.
Zelf piekerde ik wel eens over het tegenovergestelde van Jasper’s dilemma. Ik hoor dan anderen vertellen over hun uitgebreide vriendenkring en heb dan al gauw zoiets van: ‘Waarom heb ik niet zoveel vrienden?’ Ik weet natuurlijk dat mijn behoefte aan sociale contacten wat minder is. Maar toch. Het boekje stelde mij gerust. Ieder mens heeft namelijk maar één (meestal de partner) tot maximaal drie echte vrienden. En met echte vriend wordt bedoeld ‘Iemand met wie je alles (maar dan ook echt alles) open en onbevangen deelt.
Je vraagt en geeft in zo’n hechte vriendschap raad, maakt ruzie, last pauzes in, etc.’ De band blijft onbreekbaar. Alle andere vriendschappen hebben meer het karakter van ‘goede kennissen’, zijn slechts deels ‘open’ en altijd aan iets gekoppeld. Denk aan voelbalclub, kaartclub, werk, buren, etc. Het zijn leuke vriendschappen zolang ze duren, maar je deelt niet alles met elkaar. Uit cijfers blijkt dat de levensduur van dit soort vriendenkringen een jaar of zeven is. Ook tussen familieleden bestaan geen ‘echte’ vriendschappen zoals hierboven bedoeld, omdat familieleden elkaar niet alles vertellen. Voor vriendschap met je kinderen geldt eigenlijk hetzelfde, omdat er een hiërarchie in zit en je bovendien niet alles van elkaar wilt weten. Collegiale vriendschappen stoppen (meestal) acuut zodra het werkverband er niet meer is. Kortom een interessant boekje wanneer je ook wel eens rondloopt met twijfels over jouw overdaad of tekort aan vrienden.
School: Vanuit het voorgaande over vriendschappen was het verhaal over collegiale vriendschappen wel een eye-opener. Toen ik stopte met werken, miste ik mijn vaste groepje collega’s het meest. Aanvankelijk was er nog wel contact, maar gaandeweg werd het met de meesten minder. Vond en vind ik jammer. Natuurlijk zien en spreken Joyce en ik een paar collega’s nog wel af en toe, maar je merkt toch dat het werk de verbinding was. Dat besef moest even bij mij indalen, maar ik snap het nu wel. Iedereen gaat zijn eigen weg, komt in nieuwe teams, verhuist naar elders, stopt met werken, etc. Niemand doet dat expres, het is gewoon het verloop der dingen. Dat loslaten had ik ook bij mijn school. Ik stopte er in 2016, maar bleef mij verbonden voelen. Helpt natuurlijk niet mee dat Joyce er nog drie jaar bleef werken en wij nog steeds praktisch naast die school wonen. Op de verkiezingsdag liepen wij er voor het eerst weer eens binnen. Ik was er sinds 2019 niet meer geweest. Het voelde vertrouwd maar tegelijkertijd vreemd. In 2020 heeft er een interne verhuizing plaatsgevonden in het Brede School gebouw. Mijn openbare school Merlijn is opgeheven, katholieke broeder ’t Venne is in ons gebouw getrokken en andere christelijke broeder Opmaat heeft het deel van ’t Venne ingenomen. Het aantal leerlingen loopt verder terug, alle bijgebouwen zijn afgebroken of hebben een andere bestemming gekregen, er is leegstand en het geheel oogt rommelig. Daarnaast is de hele buitenruimte die ik samen met de andere directeuren destijds met spelarchitecten had laten ontwerpen deze zomer afgebroken en vervangen door meer standaard speeltoestellen. Wanneer ik ’s morgens om acht uur uit mijn slaapkamerraam keek, gonsde het altijd van de kinderstemmen, was het een parkeerchaos aan auto’s en trok een kinderfile te voet of per fiets aan mijn oog voorbij. Wanneer ik nu kijk, zie ik nog nauwelijks auto’ s die kinderen naar school brengen en de stroom kinderen is enorm uitgedund. Alles is vergankelijk.
Next: Vorig jaar hoorden wij erg enthousiaste verhalen van Jasper en Claudia na hun bezoek aan het Museum Next in Amsterdam-Noord. Next is een museum dat zich volledig richt op mediakunst. Middels grootschalige, digitale kunstinstallaties wil het je blik verruimen en je zintuigen op scherp stellen. Gelet op onze museum-honger waren wij ook enthousiast geworden en kreeg Joyce voor haar verjaardag twee kaartjes voor het museum. Inmiddels een jaar later dachten wij ineens aan die kaartjes die nog lagen te wachten. Dus nu het regenweer over was, deze week een bezoekje ingepland. Ons reisprogramma voor Amsterdam vanuit Nieuw Vennep is meestal met de auto naar Amstelveen, parkeren in een straat vlakbij een halte van de sneltram, tram naar Zuid-Oost en vandaaruit met de metro naar Noord. Klinkt ingewikkeld, maar is alles bij elkaar een uurtje. Kan ook met de bus of trein vanuit Nieuw Vennep, maar duurt langer. Nou waren wij alleen enige tijd niet meer op eerst genoemde manier naar Amsterdam gereisd. Grote verrassing dat Amstelveen in navolging van Amsterdam ineens alle parkeerplekken omgetoverd heeft naar betaald parkeren. Maximaal vier uur parkeren voor € 16,-. Voor onze plannen tekort en overdreven duur. Hadden wij toch beter de bus kunnen nemen. Daar was echter geen tijd meer voor, want er was een ‘tijdslot’ voor ons bezoek. Doorgereden naar een P&R parkeergarage naast het metrostation in Noord. Als we dan toch moesten betalen, dan maar zo makkelijk mogelijk. Gelukkig nog een paar plekken beschikbaar en dat voor slechts € 1,40 per uur. Een koopje. Eén halte met de metro terug en dan nog een klein half uurtje door de vrieskou lopen. Ja, Next is niet gemakkelijk te bereiken. Na enig navragen vonden wij het museum weggestopt op een industrieterrein. Precies twee minuten voor het ingaan van ons tijdslot waren wij binnen. Pffff. De tentoonstelling waar Jasper en Claudia zo enthousiast over waren, bleek er niet meer te zijn. Daarvoor in de plaats donkere zalen met allerlei opstellingen van lichten die je volgden. Op zich best de moeite waard. Verder nog een afdeling met digitale kunstwerken in de vorm van films. Beetje kaleidoscoop achtig. Wel rustgevend. De kunstenaar omschrijft het als volgt: “Een vogel roept, een vis komt aan de oppervlakte, een paardenbloem verliest zijn zaden in een windvlaag. Echter, wanneer gebeurtenissen zich uitstrekken over uren, dagen en meer, nemen we ze niet langer direct waar, maar vertrouwen we op de etikettering van dergelijke gebeurtenissen als abstracte groeperingen die we “kennen” maar geen zichtbare afbakening hebben.” Tja, daar ging het bij ons verstandelijk mis. Te ingewikkeld. Dus maar gewoon lekker op een bankje de filmbeelden bekeken. Al met al was het totale bezoek in 45 minuten klaar. Beetje kort dus voor alle moeite. Maar…je bent er weer eens even uit.





Tot slot: Op de laatste dag van deze week toch maar alvast opgetuigd. Lekker vroeg. Misschien gaan wij nog wel een weekje naar de zon, maar rond Kerst zijn wij dan toch wel weer terug. Dan staat hij er tenminste.

Joyce is al helemaal in kerstsfeer met alweer een nieuw gelegde puzzel. Ze krijgt er geen genoeg van. Tot volgende week.



Geef een reactie op Ger Gritter Reactie annuleren