De Week van Joop & Fritz (82) ….. 29 jan. t/m 4 feb. 2024

DISC- Test: Naar aanleiding van mijn blog over kleurprofielen (Week van: 80) voegde ik vorige week (Week van: 81) een link toe naar de DISC-test. In eerste instantie bleek de link door te verwijzen naar de test in het Engels. Kon je aanpassen, maar ik heb er toch maar een Nederlandse link van gemaakt. Wat ontzettend leuk dat ik deze week een flink aantal grafieken en profielen kreeg toegezonden. Leuk ook om mijn inschatting van de betreffende personen te vergelijken met hun score. In grote lijnen was mijn inschatting juist. Hooguit soms een fractie meer of minder van een kleur dan ik dacht. Het belangrijkste is natuurlijk dat de betrokkenen vooral zichzelf herkennen. Ik mis nog een paar profielen. Heb je de test nog niet gedaan, ga dan gauw aan de slag. Ik ben nieuwsgierig naar jouw profiel.

‘De zeven vinkjes’: Het begint een soort vast onderdeel van mijn blog te worden: Het boek van de week. Deze week heb ik ‘De zeven vinkjes’ van Joris Luyendijk gelezen. De zeven vinkjes zijn de voorwaarden om moeiteloos aan de macht te komen: minstens één hoog-opgeleide en/of welgestelde ouder (1), minstens één in Nederland geboren ouder (2), man (3), hetero (4), wit (5), gymnasium of VWO (8) en een universitaire opleiding (9). Als je deze kenmerken allemaal kunt afvinken, ben je nooit de uitzondering. Zoals Luyendijk het noemt: aan een zevenvinker blijft geen sticker plakken.

Zevenvinkers hoeven zich niet in te vechten in de maatschappij en zijn nooit afhankelijk geweest van anderen die ‘de norm’ vertegenwoordigen. De ‘zeven vinkjes’ liggen mijlenver voor op de rest van de maatschappij. Ze vormen maar zo’n 3% van de bevolking, maar vormen sinds het begin van deze eeuw de onomstotelijke bovenlaag. De meeste politici, CEO’s van bedrijven, wetenschappers, etc. behoren bijna allemaal tot het clubje. (Luyendijk noemt er velen in zijn boek) ‘Zeven vinkjes’ leven in hun eigen bubbel. Ze hebben geen last van discriminatie, huidskleur, pesterijen, seksisme, achterstanden, armoede, etc. Ze krijgen als kind geen laag schooladvies. Daar zorgen hun ‘zeven vinkjes’ ouders wel voor. Ze denken dat ze door hard werken hun plek hebben verdiend, maar dat is een fabeltje. De ‘zeven vinkjes’ bubbel houdt zichzelf in stand door elkaar de banen te geven. Elke ‘zeven vinkje’ zoekt mensen om zich heen die op hen lijken en dat zijn dan ook weer ‘zeven vinkjes’ mensen. Daarna komen de ‘6 vinkjes’. Dat zijn de vrouwen met als enig verschil t.o.v. de ‘zeven vinkjes’ dat ze geen man zijn. ‘Zeven en zes vinkjes’ hebben dus weinig met echte kwaliteit te maken. Ze denken dat zij ‘de kwaliteit’ vertegenwoordigen. Ze weten zich over het algemeen ook geen raad wanneer er een crisis is, omdat ze niet buiten hun eigen bubbel kunnen denken. Geweldig boek dat een geheel nieuwe kijk op leidinggevenden biedt.

Project tuin: Soms kun je overmoedig worden. Dat was het geval met ons project tuin in Vijfhuizen. Wij hebben er nog eens goed over nagedacht en het toch maar afgeblazen. Joyce met haar versleten knie en ik al buiten adem na een half uurtje fysieke inspanning, leek ons toch geen goede combinatie. Bovendien was het een enorme tuin, dus niet even in een uurtje klaar. Jammer, maar wel verstandig.

Dag van de fricandel: Er is tegenwoordig elke dag wel ‘een dag van de ….’. Vandaag, 4 februari, is het de dag van de fricandel. De meest geliefde snack van Nederland. In Nederland worden er jaarlijks 600 miljoen geproduceerd. Wij eten gemiddeld 37 fricandellen per persoon per jaar. De fricandel is in de jaren 50 bedacht door een slagersknecht uit Dordrecht, genaamd Gerrit de Vries. Hij maakte gehaktballen voor de horeca. Door een wijziging in de Warenwet moest hij zijn product veranderen. Zijn oplossing was om de vorm te veranderen van een bal in een worst. De naam werd door een vrouwelijke Duitse snackbarhouder ingefluisterd. Daar bestond de ‘Fricadelle’ al, een platte gehaktbal. Hij vormde de gehaktmengsels tot lange dunne worsten en frituurde ze. De ‘fricandel’ was geboren. De firma Beckers verfijnde de receptuur later, waarna de fricandel populair werd in snackbars, op kermissen en in de supermarkt. Het is een broodje Aap verhaal dat er voor fricandellen slachtafval zoals koeienogen wordt gebruikt. Een fricandel bestaat uit gemalen varkensvlees, kippenvlees, rundvlees of een combinatie daarvan. Het vlees dat na het slachten op het karkas overblijft, wordt er met hoge druk afgespoten. Na vermaling wordt het vermengd met o.a. paneermeel, bloem, tarwezetmeel en kruiden, smaakversterkers, conserveringsmiddelen, etc. Tja, of het dus vreselijk gezond is, is een ander verhaal.

Schiedam: Het stond al een aantal jaren op mijn lijstje: Schiedam. En dan met name het Jenevermuseum. Overigens niet omdat ik jenever drink. Dat was in mijn jonge jaren. Afgelopen voorjaar fietsten wij er al eens langs, maar was de tijd tekort. Op deze ‘dag van de fricandel’ was het eindelijk zover. Schiedam is een echte arbeidersstad. In de 19e eeuw moesten veel Schiedamse mannen al jong zwaar werk doen in branderijen, mouterijen of in de glasfabriek. Er waren zo’n 400 jeneverbranderijen in Schiedam. Tijdens het werk dronken de arbeiders gemiddeld 10 glazen jenever. Ze dronken uit een glas zonder voet. Dat glas stelde de baas verplicht, omdat ze het dan niet neer konden zetten om te pauzeren. Ze droegen het glas met het pootje achter hun oor en hun pet hield het op zijn plaats. Jenever werd in ketels gebrand die met kolen warm werden gestookt. Met al die branderijen was de stad zwartgeblakerd. Er hing eigenlijk altijd een zwarte roetwolk boven de stad. Daardoor kreeg Schiedam de bijnaam ‘Zwart Nazareth’. In grote houten vaten wordt uit 750 liter pap van water en ingredienten als gerst, mout en gist zo’n 150 liter jenever gemaakt. Hoe langer gerijpt, hoe ouder de jenever. In Engeland noemen ze het gin en in Schotland wordt het, door nog langer rijpen in eikenhouten vaten, whiskey. Ontzettend leuk museum met uitleg door een gids. Je kunt er uiteraard proeven en een flesje inslaan. Proeven kwam er helaas niet van, want Joyce houdt niet van drank en ik moest nog terugrijden. Aansluitend nog een bezoek aan het Stedelijk Museum van Schiedam. Is gevestigd in een oud ziekenhuis. Indrukwekkend pand. De tentoonstelling helaas wat minder.

Klein weetje: De term ‘ladderzat’ is ontstaan in de jeneverstokerijen. Werknemers dronken dus verplicht zo’n 10 glazen jenever op kosten van de baas, maar daar bleef het vaak niet bij. Er werden daar echt achoholisten gekweekt. Vaak kwam het voor dat een arbeider zo dronken was, dat hij niet meer op zijn benen kon staan. Zijn collega’s legden hem dan aan het einde van de werkdag op een ladder en brachten hem zo naar huis. Vandaar ‘ladderzat’.

Tot volgende week.


Ontdek meer van De Week van Joop & Fritz

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Eén reactie op “De Week van Joop & Fritz (82) ….. 29 jan. t/m 4 feb. 2024”

  1. Was weer een leuk en leerzaam stukje 😜 zal eens kijken of ik mn profiel ook kan doen.
    Groetjes!

    Like

Plaats een reactie

over ons

Wij zijn Joyce en Ger, twee gepensioneerde onderwijsmensen die hun belevenissen en gedachten in een blog vastleggen.

← Back

Je bericht is verzonden

Waarschuwing
Waarschuwing
Waarschuwing
Waarschuwing!

februari 2024
M D W D V Z Z
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
26272829