Watskeburt
Herdenking: Het verzorgingstehuis waar mijn vader vorig jaar december overleed, herdenkt één keer per jaar de overledenen. Leek ons een mooie afsluiting. De opkomst was heel behoorlijk. De namen van de overledenen werden één voor één opgelezen met leeftijd van overlijden. Het waren er best veel. Als nabestaande plaatste je vervolgens een roos in een vaas en stak je een kaarsje aan. Voor wie het wilde was er ruimte voor een toespraakje. Ik greep die mogelijkheid aan, om mijn vader nog een keer te gedenken. Hoewel het inmiddels bijna een jaar geleden is dat hij overleed, deed het mij emotioneel toch weer veel. Tussendoor was er ruimte voor muziek en gedichten. Hieronder twee gedichten die mij wel aanspraken. Hanna Lam en Ria Hulsen – van der Heijden. Ter afsluiting zong Simone Kleinsma het prachtige lied ‘De Hemel is dichtbij’. geschreven door Bastiaan Ragas bij het overlijden van zijn broer.

De mensen van voorbij
Als ik ga
De mensen van voorbij
wij noemen ze hier samen.
De mensen van voorbij:
wij noemen ze bij name.
Zo vlinderen zij binnen
in woorden en in zinnen.
De naam, een kaars, een gebaar:
zo zijn we even bij elkaar;
De mensen van voorbij;
ze blijven mét ons leven.
De mensen van voorbij;
ze zijn met ons verweven.
In liefde, verhalen,
die wij zo graag verhalen;
in bloemengeuren, in een lied,
dat opklinkt uit verdriet.
De mensen van voorbij;
wij zullen ze niet vergeten.
De mensen van voorbij
zijn in een ander weten.
Nu mogen ze dáár wonen,
waar pijn niet meer kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht - zijn vrij.
Als ik ga moet je niet huilen
want écht weg ben ik eigenlijk niet
mijn lichaam is nu duizend dingen
heb daarom niet zoveel verdriet.
Ik ben de wind
ik ben de regen
ik ben de zon,
het jonge gras
ik ben de sneeuw en duizend dingen
ben weer degene die ik was.
En als je wakker wordt, bekijk dan
de bomen en de blauwe lucht
kijk naar de vlinders en de bloemen
kijk naar de vogels in hun vlucht.
Want ál die duizend dingen ben ik
sinds ik mijn lichaam achterliet
die duizend dingen zijn mijn leven
dus zie je: echt weg ben ik niet.
Shunt: 3 december ging het mes in mijn arm en werd een ader met een slagader verbonden. De shunt zit op zijn plek. Op zich geen grote ingreep, maar wel volgens het operatieprotocol met alles erop en eraan. Ik lag wat eerder dan de bedoeling in de ruimte waar alle OK-slachtoffers klaar werden gemaakt voor hun ingreep. Een vermakelijk tafereel in een hectische omgeving. Beetje overvol met 6 ok-gangers (vonden ze zelf) en een stuk of tien redelijk gestresste verpleegkundigen die driftig met meetapparatuur, infusen en injectienaalden rondrenden. Men klampte elkaar steeds aan om het eigen kunstje over te dragen, waardoor het allemaal een beetje slordig werd. Bij herhaling vroeg ik om het stress-protocol niet te vergeten. Ik heb geen bijnieren en moet dan vooraf een injectie met Prednison krijgen. Dat is noodzakelijk om de stress die mijn lichaam ondervind bij de operatie op te vangen. Vergeet men dat, dan kan dat dodelijk zijn. Met steeds weer een andere verpleegkundige, bleef ik mijn vraag stellen. Er werd telkens weer gemeld dat het niet op de voorbereidingslijst stond. Gelukkig had ik bij de intake die morgen e.e.a. besproken en gehoord dat het erin stond. Maar toch! Toen de chirurg mij enthousiast kwam halen, tegen hem nog maar eens de noodzaak van die prik aangegeven. Hij schrok, bood zijn verontschuldigingen aan en bedankte mij dat ik zo alert was. Toch de prik gekregen. Erg slordig allemaal. Mijn mede ok-gangers waren ook het bekijken waard. Tegenover mij een zeer agressieve dame, die op het moment van infuus aanbrengen de allochtone verpleegkundige toebeet: “Je ziet er uit als een alien. Als ik ook maar iets ervan voel, dan bijt ik je strot af”. Leuke patiënt dus. Twee bedden verder een dame die bij alles lag te kermen alsof ze vermoord werd. De arts riep bij herhaling: ‘Mevrouw, rustig maar, ik raak u niet aan”. Het maakte geen verschil. Mijn buurman had kennelijk geen idee waar hij voor lag en vond alles prima. Toen een verpleegkundige riep: ” Ik moet van één van jullie de arm verdoven”, riep mijn buurman enthousiast “Kom maar op”. Moest ik toch even ingrijpen, omdat het om mijn arm ging. Overigens een nare verdoving. Een lange naald verdwijnt in je nek en op de bijbehorende echo kun je hem zien binnenkomen. Vervolgens beweegt de anesthesist de naald vrolijk heen en weer om zijn verdovingsmiddel in mijn zenuwbanen te spuiten. Enorm pijnlijk. Hij had nog gevraagd of ik eerst een roesje wilde, maar ik dacht dat het wel meeviel. Nee dus. En dan wachten tot de arm niet meer bij je hoort. Blijft gek. Je gevoel geeft de locatie van de arm aan, maar als je omkijkt ligt hij een heel andere kant op. Twee uur later werd ik wakker en keurig verbonden naar zaal gereden. Best onhandig een arm die er verder maar bijhangt. Nog een nachtje ter controle gebleven en de volgende morgen, zat er gelukkig weer beweging in mijn arm. Nu een paar weken niet tillen (anders springt de boel los) en dan is dit klusje ook weer achter de rug. Joyce moet nu (ha, ha) met mij mee naar de Appie om de tassen te dragen. Niet haar hobby! Inmiddels overgeschakeld naar bestralingen. Het is gelukkig mogelijk om de groeiende tumor te bestralen. Wel met de halve dosis, omdat ze anders bang zijn een gaatje in mijn slokdarm te branden. De vijf bestralingen op vijf achtereenvolgende werkdagen zitten er bijna op en dan kan ik de Kerst weer aan. Wel een paar dagen uitgesteld, omdat ik ineens een longontsteking had. En…deze week ondergaat Joyce haar staaroperatie. Plotseling aan de beurt omdat niemand op de wachtlijst zin had om nog net voor de kerstdagen zo’n ingreep te ondergaan. Dus pakte Joyce haar kans. Niet van harte natuurlijk, maar het moet nu eenmaal gebeuren. Je ziet, ‘never a dull moment’ deze maand.


Tessa: Jongste kleinkind Tessa werd op 28 november 2 jaar, dus reden om naar Voorthuizen te rijden voor een verjaardagsvisite. Gezellig en uiteraard aan mij de taak om een babybedje en een loopfiets in elkaar te zetten.





Huizenjacht: De laatste paar jaar hebben wij het steeds vaker over verhuizen. Ons huis is best groot voor twee personen en het vele traplopen in een split-level woning, begint ons geleidelijk aan op te breken. Dus keken wij al regelmatig op Funda naar een meer levensloop bestendige woning. Het bleef echter bij kijken. Maar….daar is verandering in gekomen. Voordat wij de verjaardag van Tessa vierden in Voorthuizen, hadden wij een bezichtiging in Heerde. Ik kwam er als kind al bij familie en vierde er later meerdere vakanties in de sta-caravan van mijn toenmalige schoonouders. Sinds wij in 2015 onze vrienden Lia en Henk leerden kennen in het naburige Epe, rijden Joyce en ik vaak die richting uit en combineren bezoek met fietsen. Heerde is een mooi, klein dorp op de Veluwe, waar nog de sfeer van vroeger hangt en gemoedelijkheid heerst. Wij hadden ons oog er al eerder op laten vallen. Het huis dat wij bezichtigden was een drie jaar oude twee-onder-één kap woning. Helemaal naar onze smaak gebouwd en ingericht, inclusief zonnepanelen, aardwarmte, een glazen serre en een carport. Ik was op slag verliefd. Makelaar Michelle leidde ons rond en wij werden steeds enthousiaster. Bovendien was onze kans om het te kopen erg groot. Toch gaat het niet door, omdat de woning erg ingesloten ligt tussen twee rijtjes nieuwbouwwoningen. Een dergelijke woning vraagt om iets meer ruimte rondom. Maar niet getreurd, de eerste stap is gezet en we gaan op deze voet verder. De betreffende makelaar informeert ons, zodra er iets vergelijkbaars op de markt komt.
Jopie verstrooien: Afgelopen weekend hebben wij de as van de moeder van Joyce verstrooid. Samen met Erik en Natascha en Paul en Jannie hebben wij gekozen voor het Seringenpark in Aalsmeer. De plek waar zij zo dikwijls haar hondje uitliet en pal naast de begraafplaats van haar man Ruud. Na afloop was er een sfeervol lunchmoment bij Jozef aan de Poel.


Lego-beurs: Ik bezocht voor het eerst een Lego-beurs. Sinds ik de smaak te pakken heb van Lego voor volwassenen best een leuk evenement. Verrassend om te zien hoeveel volwassenen zich daar mee bezig houden en geweldige bouwwerken maken. Leuk dat ik werd geïnterviewd door het Haarlems Dagblad met vragen over mijn Lego hobby. Jammer genoeg het artikel niet kunnen lezen, omdat geen abonnement heb.



Vilten: Toen wij onlangs de kunstroute in Hillegom aandeden, bezochten wij ook een atelier waar een alleraardigste creatieve dame workshops verzorgde. Zo kon je er leren wol te vervilten om er vervolgens een object van te maken in de vorm van een bloem, een figuur of een windlicht. Een leuke activiteit voor het regelmatige dagje uit met vriendin Lia uit Epe. Samen bezochten zij deze week de workshop en na het vervilten, togen beiden met een fraai windlicht naar huis. Uiteraard was er ook dit keer weer aandacht voor de inwendige mens.





Lichtjesparade: Voor de vierde keer op rij werd dit jaar de lichtjesparade gehouden. Een stoet van zo’n 80 tractoren rijdt dan feestelijk versierd met lampjes door de woonwijken van de Haarlemmermeerse dorpen. Misschien voor het laatst, want deze gemeente wil met haar regelzucht een spaak in het wiel steken. Wat doen deze tractoren nou voor kwaads? Jammer al die overijverige ambtenaren.



Van de meester en de juf: ter lering en vermaak

Canarische aardappeltjes: Van vakanties probeer ik altijd een gerecht van dat land mee naar huis te nemen. Dit keer stuitte ik op de Canarische aardappeltjes of zoals ze op de Canarische eilanden zeggen ‘Papas Arrugadas’. Als je wel eens op deze eilanden bent geweest heb je ze vast eens gegeten. Veelal geserveerd met een spicy rode saus die “mojo picon” heet. Er is ook een groene versie die “mojo verde” heet. De geschiedenis van deze Canarische aardappelen is vrij indrukwekkend. In de 16e eeuw werden de aardappelen helemaal vanuit Zuid-Amerika naar Spanje gebracht, en van daaruit naar de Canarische Eilanden gebracht. In het begin wist men niet goed wat men met deze aardappelen aan moest, dus werden ze gebruikt als tentoonstelling in de botanische tuinen. Toen men ze ging koken, was er onvoldoende drinkwater beschikbaar. Daarom kookte men ze in zeewater. Het resultaat was een heerlijk aardappeltje met een laagje zeezout op de schil. Zo lekker! Wij zijn niet zulke aardappeleters, maar deze hebben wij inmiddels al meerdere keren gemaakt de afgelopen maand. Niet echt goed voor iemand die geen zout mag, maar het is maar een klein laagje dat op het schilletje achterblijft.

Wat heb je nodig en moet je doen?
- Ik ga even uit van twee personen (grote eter=dan meer)
- Denk aan een maaltijd met sla, een stukje vlees en ongeveer 5 krieltjes p.p. (dus geen bord vol aardappelen)
- Koop een zak vastkokende krieltjes van 500 gram met schil
- Gebruik 250 gram
- Borstel ze onder de kraan schoon
- In een kleine pan net onder water zetten
- 50 gram zeezout toevoegen en even roeren
- Kook de krieltjes 20 minuten zonder deksel op de pan (roer af en toe)
- Water zoveel mogelijk laten verdampen
- Restje water na 20 minuten afgieten
- Krieltjes op laag vuurtje nog minuut of wat laten droogkoken
- Je zit nu het schilletje gaan rimpelen en een beetje wit uitslaan (is zoutlaagje)
- Opdienen kan met de mojosauzen (zie internet), maar net zo heerlijk met een schepje Aioli.
- Eet smakelijk!
Memory Lane – Kerstboom
Mijn ouders hadden niet zoveel met kerst en kerstversiering. Mijn moeder misschien nog wel een beetje, maar mijn vader absoluut niet. Na het overlijden van mijn moeder moedigden wij hem aan om zijn huisje een beetje gezellig in kerstsfeer te brengen. Maar hij hield het af. Als kind wilde ik juist wel de sfeer van een kerstboom en kerstklokken. Dus bleef ik net zolang aandringen, dat er een kerstboom kwam. Het was jaren 60, dus een echte boom in die tijd. Aanschaf en optuigen werd aan mij overgelaten. Ik vond het leuk werk. Aanvankelijk ging mijn moeder mee bij het ophalen van een boom, maar al snel ging ik zelf op pad. Ik kan mij een winter herinneren dat ik de boom op mijn slee ophaalde, omdat er een dik pak sneeuw lag. Het waren nog eens winters toen. Elk jaar kwamen de kartonnen dozen van zolder met ballen, huisjes, sparretjes en vogeltjes op een knijpertje. Stuk voor stuk ingepakt in wit sitspapier. Elk jaar weer het feest der herkenning. O ja, die hadden wij ook nog…! Zo jammer eigenlijk dat deze versiering ooit is verdwenen, want inmiddels 60 jaar later zijn de ballen van toen weer helemaal in. En peperduur. Waar bij mijn opa en oma nog echte kaarsjes in de boom gingen (inclusief emmer water naast de boom), hadden wij inmiddels elektrische kaarsjes. Een snoer van 20 kaarsjes van een centimeter of tien. De kleine lichtjes van nu waren er nog niet. Ergste versiering die in die tijd gebruikt werd, was ‘engelenhaar’. Een soort wolkerig spinsel, gemaakt van glas. Moest je met handschoenen uit elkaar trekken en in de boom draperen. Deed je het met blote handen dan prikten de glasresten nog dagen in je vel. En in de eerste week van januari ruimde ik alles weer op. De aanschaf van bomen is op enig moment onderbroken toen mijn vader het idee had dat een mistletoe wat minder ruimte innam. Deze mistletoe was eigenlijk een hoepel omwonden met rood crêpepapier met daarop kerstgroen gebonden. Paar balletjes erin en klaar. Na dat experiment kwam er gelukkig weer een boom. Toen ik in 1975 de deur uitging, verdween ook de kerstboom bij mijn ouders. Voortaan hadden wij nu elk jaar onze eigen boom. En in de 48 jaar die sindsdien volgden, bleef ik degene die de taak naar mij toetrok. De laatste jaren met steeds meer tegenzin. In onze split-level woning hebben wij er altijd twee. Eentje beneden bij de eettafel en eentje boven in de zitkamer. Stonden ze er eenmaal, dan vond ik het prima, maar het proces ernaartoe deed iets met mijn humeur. Dit jaar maakten wij een nieuwe start. Onze zwarte boom eruit en grote nieuwe groene boom erin met nieuwe ballen, figuren en nieuwe kleuren. Een vernieuwingsproject van Joyce. Een mooi moment om het stokje over te dragen. Ik help nog bij de opbouw en de lampjes, maar daarna trek ik mij terug. Zo heerlijk. Het resultaat mag er echter zijn en ik trek de conclusie dat Joyce het veel beter kan dan ik. Ze heeft er twee prachtige bomen van gemaakt. Ze heeft zelfs zo de smaak te pakken dat er inmiddels een derde boompje is aangeschaft onder de open trap. Het wordt steeds gekker hier.









Ger-Inneringen
Kerstviering: De school in kerstsfeer brengen was elk jaar een hele klus. Elk lokaal had sowieso een eigen boom, maar ook in alle hallen stonden bomen en kersttaferelen. Met zo’n twintig lokalen, betekende het een gigantische hoeveelheid kerstmateriaal in de bergingen. En elk jaar was er een tekort aan verlengsnoeren. Geen idee waar ze bleven. Bovendien werden de eisen die qua veiligheid aan een boom werden gesteld steeds zwaarder. Hadden wij net weer een partij nieuwe kunstbomen aangeschaft, werden ze het jaar erna verboden omdat ze niet met brandvertragers waren bewerkt. Touwtje door de klas met daaraan door de leerlingen gemaakte kerstmannetjes? Brandweer kwam langs om te controleren en alles moest eraf op straffe van een boete. Je werd soms moedeloos van de regels. Leerkrachten en leerlingen versierden de lokalen. De rest van de school was een ouderklus. Vanwege die regeltjes, iets om in de gaten te houden, want ouders versierden er lustig op los. Men vond mij een zeurkous op dat gebied. Maar ja, aan mij om de regeltjes te handhaven. Niet leuk dus. Maar goed, het eindresultaat was altijd geweldig. Vlak voor de kerstvakantie volgde de kerstmaaltijd. Toch wel het sfeervolste moment van het jaar. Wel met kunstwaxinelichtjes op tafel, want echte waxinelichtjes betekende dat je volgens de regels emmers water moest klaarzetten. De leerlingen kwamen rond 17.30 uur mooi aangekleed naar school. Ouders zorgden voor de onderdelen van de kerstmaaltijd. Geweldig. Wanneer de kinderen rond 19.30 uur de school hadden verlaten, werd er snel opgeruimd. Aansluitend een gezellig samenzijn met het team. Vaak in de vorm van een aangeklede borrel met een lootjes en cadeautjes. Na afloop zorgde ik altijd voor een leuke cadeaubon voor iedereen. Het is één van de vieringen die ik nog wel eens mis.









Plaats een reactie